Het wordt steeds duidelijker dat ouders het latere leven van hun kinderen kunnen beïnvloeden nog voor ze geboren zijn, zelfs nog voor ze verwekt zijn. Het gaat meestal om epigenetische effecten van chemische stoffen op het DNA, die als een soort dimmer mee bepalen hoe sterk bepaalde genen actief zijn. Ze kunnen zich al tijdens de ontwikkeling van geslachtscellen op de genen enten.

Een vader kan de stress uit zijn jeugd via moleculen in zijn zaad doorgeven aan zijn kinderen.

Er zijn ook effecten mogelijk van moleculen die met de geslachtscellen worden doorgegeven. Het vakblad Translational Psychiatry meldt dat mannen die opgroeien in stressvolle en kansloze omstandigheden chemische merkers meekrijgen in hun zaadcellen die het succes van hun latere kinderen negatief beïnvloeden. Het gaat om zogenaamde micro-RNA-moleculen die een rol spelen tijdens de ontwikkeling van een kind in de baarmoeder. Omdat de moeder deze stoffen niet aanmaakt, kan ze hier niet voor positieve back-up zorgen. Mannelijke stress kan dus zó zwaar doorwegen dat zijn funeste effecten aan de volgende generatie worden doorgegeven.

In dit soort onderzoeken wordt dikwijls naar negatieve aspecten gekeken, maar het kan ook anders. Een tweede studie in hetzelfde vakblad toont aan dat begeleiding van jonge zwangere vrouwen in probleemsituaties door ervaren zorgverleners positieve effecten kan hebben, die via rechtstreekse epigenetische beïnvloeding ook gunstig zijn voor hun baby's. Hoewel de waargenomen verschillen 'subtiel' werden genoemd, bleken de betrokken merkers op hun DNA dertig jaar na de geboorte van de baby's nog altijd actief te zijn.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.