Paus Gregorius I maakte er in de late zesde eeuw een officiële katholieke zonde van: traagheid (of gemakzucht, luiheid, vadsigheid - afstotelijke synoniemen die geacht werden om mensen op het rechte, snelle pad te krijgen).

Een tak van de psychologie gaat voor een stuk mee in deze redenering, al levert men een zondenvrije verklaring bij de luiheid. Studenten stellen een taak uit omdat het werk stress geeft. Naarmate je dichter bij de limiet zit, is er meer stress, meer angst om te mislukken, en dus meer reden om uit te stellen. Zo komt men in een cirkel terecht, waarbij men in het slechtste geval niks meer uitricht, of een ander soort studenten juist een adrenalineopstoot krijgt, die haar of hem in staat stelt op het nippertje klaar te zijn, met de hakken over de sloot.

Er is ook de tegenovergestelde theorie die uitstel juist als rationeel gedrag bestempelt. Hoe later je begint, hoe minder tijd je zal spenderen, hoe meer tijd je uiteindelijk wint. Als journalist: hoe dichter je bij de deadline werkt, hoe beter je informatie kan zijn (maar hoe minder kans er is dat je de deadline haalt). Als student: hoe dichter bij je proef je begint te studeren, hoe zekerder je bent dat de proef doorgaat (maar hoe minder kans er is dat je alle leerstof kunt doornemen). Iedereen weet dat de naarstige student veel tijd verkwanselt en dat de planner soms overbodig geworden taken heeft voleindigd.

Vorige maand publiceerde de BBC een bijdrage van wetenschapsjournalist David Robson die een andere klok laat luiden. Niet alleen mensen zijn laat, ook projecten zijn dat. En dat is geen gevolg van die katholieke zonde, van stress, van een adrenalinekick, van rationaliteit, of van vroegtijdige overdaad, maar vooral van falende planning. Over de planning fallacy werd al in de jaren 70 een theorie ontwikkeld door Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman en diens medewerker Amos Tversky.

© Reuters

Robson geeft een bevreemdend voorbeeld, gebaseerd op een studie die in 2003 werd uitgevoerd bij Canadese studenten. Men liet de Canadese proefpersonen winkelen voor kerstmis. Studenten die een planning maakten, schatten de benodigde tijd slechter in dan degenen die niet planden en improviseerden. Dat komt omdat we slecht zijn in het plannen maken: we onderschatten de problemen, we houden geen rekening met onverwachte belemmeringen, zoals andere opdrachten, of ziekte. We zijn geneigd aan de details te denken (wat we willen kopen), maar niet aan de grote bezwaren, lange rijen kooplustigen, lege schappen...

We leren het nooit

Degenen die planden hadden een vals gevoel van veiligheid, waardoor ze geneigd waren uit te stellen en later te zijn. Wat het nog erger maakt: zij die te laat komen, leren niet van hun laattijdigheid. Volgend jaar beginnen ze weer onverhoeds te plannen, zijn ze weer even onrealistisch in hun planning en komen ze weer laat of te laat. Winkels blijven dan maar langer open... En scenaristen vinden in complicaties door laattijdigheid intussen inspiratie voor films en afleveringen van series (die ongetwijfeld vertraagd gerealiseerd worden).

Het is niet alleen de kerstshopping die getroffen wordt door de planning fallacy. Mensen zijn bijvoorbeeld ook jaar na jaar te laat met hun belastingaangifte, en de belastingbetalers die vorig jaar te laat waren, zijn geneigd volgende jaar opnieuw de benodigde tijd verkeerd in te schatten.

Robson geeft een rits andere voorbeelden, waarbij luiheid doorgaans geen enkele rol speelt. Het Sydney Opera House ging ondanks voorbeeldige vlijt tien jaar te laat open. In industriële projecten nemen onderzoek en design gemiddeld 3,5 keer langer dan voorzien. En - hier kan luidheid wel een rol spelen - schrijvers leveren in 90 procent van de gevallen hun manuscript te laat in.

Wat valt ertegen te beginnen?

Tot dusver niet heel veel.

Begin alvast me alle tegenslagen bij vorige projecten in te calculeren, en niet weg te relativeren, suggereert Robson. En als je zelf geen ervaring hebt: werk dan met gemiddelden voor gelijkaardige projecten van anderen. Zo kun je je planning realistisch houden.

Het klinkt niet erg kerstmisachtig. Misschien moeten de ontvangers van geschenken doen zoals de winkeliers: hun uren verlengen, bijvoorbeeld tot midzomer. Zoals de wijze laatkomer weet: het echte kerstgevoel zit hem niet in de cadeaus, wel integendeel.

Paus Gregorius I maakte er in de late zesde eeuw een officiële katholieke zonde van: traagheid (of gemakzucht, luiheid, vadsigheid - afstotelijke synoniemen die geacht werden om mensen op het rechte, snelle pad te krijgen). Een tak van de psychologie gaat voor een stuk mee in deze redenering, al levert men een zondenvrije verklaring bij de luiheid. Studenten stellen een taak uit omdat het werk stress geeft. Naarmate je dichter bij de limiet zit, is er meer stress, meer angst om te mislukken, en dus meer reden om uit te stellen. Zo komt men in een cirkel terecht, waarbij men in het slechtste geval niks meer uitricht, of een ander soort studenten juist een adrenalineopstoot krijgt, die haar of hem in staat stelt op het nippertje klaar te zijn, met de hakken over de sloot. Er is ook de tegenovergestelde theorie die uitstel juist als rationeel gedrag bestempelt. Hoe later je begint, hoe minder tijd je zal spenderen, hoe meer tijd je uiteindelijk wint. Als journalist: hoe dichter je bij de deadline werkt, hoe beter je informatie kan zijn (maar hoe minder kans er is dat je de deadline haalt). Als student: hoe dichter bij je proef je begint te studeren, hoe zekerder je bent dat de proef doorgaat (maar hoe minder kans er is dat je alle leerstof kunt doornemen). Iedereen weet dat de naarstige student veel tijd verkwanselt en dat de planner soms overbodig geworden taken heeft voleindigd. Vorige maand publiceerde de BBC een bijdrage van wetenschapsjournalist David Robson die een andere klok laat luiden. Niet alleen mensen zijn laat, ook projecten zijn dat. En dat is geen gevolg van die katholieke zonde, van stress, van een adrenalinekick, van rationaliteit, of van vroegtijdige overdaad, maar vooral van falende planning. Over de planning fallacy werd al in de jaren 70 een theorie ontwikkeld door Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman en diens medewerker Amos Tversky. Robson geeft een bevreemdend voorbeeld, gebaseerd op een studie die in 2003 werd uitgevoerd bij Canadese studenten. Men liet de Canadese proefpersonen winkelen voor kerstmis. Studenten die een planning maakten, schatten de benodigde tijd slechter in dan degenen die niet planden en improviseerden. Dat komt omdat we slecht zijn in het plannen maken: we onderschatten de problemen, we houden geen rekening met onverwachte belemmeringen, zoals andere opdrachten, of ziekte. We zijn geneigd aan de details te denken (wat we willen kopen), maar niet aan de grote bezwaren, lange rijen kooplustigen, lege schappen... Degenen die planden hadden een vals gevoel van veiligheid, waardoor ze geneigd waren uit te stellen en later te zijn. Wat het nog erger maakt: zij die te laat komen, leren niet van hun laattijdigheid. Volgend jaar beginnen ze weer onverhoeds te plannen, zijn ze weer even onrealistisch in hun planning en komen ze weer laat of te laat. Winkels blijven dan maar langer open... En scenaristen vinden in complicaties door laattijdigheid intussen inspiratie voor films en afleveringen van series (die ongetwijfeld vertraagd gerealiseerd worden).Het is niet alleen de kerstshopping die getroffen wordt door de planning fallacy. Mensen zijn bijvoorbeeld ook jaar na jaar te laat met hun belastingaangifte, en de belastingbetalers die vorig jaar te laat waren, zijn geneigd volgende jaar opnieuw de benodigde tijd verkeerd in te schatten. Robson geeft een rits andere voorbeelden, waarbij luiheid doorgaans geen enkele rol speelt. Het Sydney Opera House ging ondanks voorbeeldige vlijt tien jaar te laat open. In industriële projecten nemen onderzoek en design gemiddeld 3,5 keer langer dan voorzien. En - hier kan luidheid wel een rol spelen - schrijvers leveren in 90 procent van de gevallen hun manuscript te laat in.Wat valt ertegen te beginnen?Tot dusver niet heel veel.Begin alvast me alle tegenslagen bij vorige projecten in te calculeren, en niet weg te relativeren, suggereert Robson. En als je zelf geen ervaring hebt: werk dan met gemiddelden voor gelijkaardige projecten van anderen. Zo kun je je planning realistisch houden.Het klinkt niet erg kerstmisachtig. Misschien moeten de ontvangers van geschenken doen zoals de winkeliers: hun uren verlengen, bijvoorbeeld tot midzomer. Zoals de wijze laatkomer weet: het echte kerstgevoel zit hem niet in de cadeaus, wel integendeel.