Vet, zwaarlijvigheid, obesitas,... het is de obesessie van onze tijd. Maar er bestaan ook heel wat misverstanden rond. In hun boek 'Vet belangrijk' behandelen dr. Mariëtte Boon en prof. dr. Liesbeth van Rossum de laatste wetenschappelijke inzichten over lichaamsvet en (over)gewicht. Hoe maakt stress dik? Wat zijn de verborgen dikmakers? Hoe kunnen we overgewicht effectief tegengaan?

Ze leggen onder meer uit waarom buikvet ongezonder is dan heupvet. Je hebt in beide gevallen meer vet, maar het verschil is dat de vetcellen in de buik uitzetten wanneer je dikker wordt, terwijl ze bij de heupen en billen vermenigvuldigen. En dat verschil heeft heel wat gevolgen, zo blijkt.

'Het verschil in verdeling van lichaamsvet (appel- versus peerfiguur) werd voor het eerst beschreven in 1956 door Jean Vague, een arts uit Marseillie', schrijven Boon en van Rossum. 'Het was hem bovendien opgevallen dat mensen met meer buikvet een hoger risico op diabetes hebben dan mensen waarbij het vet juist meer rondom de heupen en bovenbenen zit. Sterker nog, een aantal latere onderzoeken lijken erop te wijzen dat de aanwezigheid van veel vet rond de heupen juist beschermt tegen diabetes.'

Dus, buikvet is slechter dan heupvet. Maar waarom is dat zo?

'De vetcellen in het buikvet zitten tussen de organen verschanst. Hierdoor kunnen ze minder uitrekken en kan er minder vet in opgeslagen worden. Maar... dat zou dan toch juist gunstig moeten zijn? Helaas. Als vetcellen hun zogenaamde 'maximale opslagcapaciteit' hebben bereikt zal het overschot aan vetzuren dat via het bloed binnenkomt ergens anders opgeslagen moeten worden. Het lichaam heeft niet zo'n geavanceerd systeem waardoor dit automatisch naar het onderhuids vet gesluisd zal worden. Dat zou ideaal zijn geweest. In plaats daarvan wordt het naar andere plekken vervoerd, zoals de spieren, de lever en rondom het hart.'

'Extra vet is hier op zijn zachtst gezegd geen welkome gast. Het hoort daar namelijk helemaal niet. De opslag van vet zal de functie van elk van deze organen verstoren. In een spier en in de lever zal het de suikerstofwisseling ontregelen. De lever en spieren worden dan minder gevoelig voor de effecten van insuline, het hormoon dat ervoor zorgt dat de suikerpoorten opengaan zodat suikers door de cellen worden opgenomen. We noemen deze ongevoeligheid voor insuline 'insulineresistentie'. Het gevolg hiervan is dat de organen minder glucose uit het bloed opnemen. De bloedsuikerspiegels stijgen. Als dit lang duurt en de alvleesklier dit niet meer kan bolwerken door extra insuline af te geven, ontstaat uiteindelijk een situatie waarin de suikerspiegels in het bloed tot gevaarlijke hoogte stijgen. Dan is diabetes ontstaan. Extra vetopslag rondom het hart kan bovendien de pompfunctie van het hart ontregelen.'

Vet belangrijk, Mariëtte Boon en Liesbeth van Rossum, ISBN 9789026346521, Ambo/Anthos Uitgevers

Vet, zwaarlijvigheid, obesitas,... het is de obesessie van onze tijd. Maar er bestaan ook heel wat misverstanden rond. In hun boek 'Vet belangrijk' behandelen dr. Mariëtte Boon en prof. dr. Liesbeth van Rossum de laatste wetenschappelijke inzichten over lichaamsvet en (over)gewicht. Hoe maakt stress dik? Wat zijn de verborgen dikmakers? Hoe kunnen we overgewicht effectief tegengaan? Ze leggen onder meer uit waarom buikvet ongezonder is dan heupvet. Je hebt in beide gevallen meer vet, maar het verschil is dat de vetcellen in de buik uitzetten wanneer je dikker wordt, terwijl ze bij de heupen en billen vermenigvuldigen. En dat verschil heeft heel wat gevolgen, zo blijkt.'Het verschil in verdeling van lichaamsvet (appel- versus peerfiguur) werd voor het eerst beschreven in 1956 door Jean Vague, een arts uit Marseillie', schrijven Boon en van Rossum. 'Het was hem bovendien opgevallen dat mensen met meer buikvet een hoger risico op diabetes hebben dan mensen waarbij het vet juist meer rondom de heupen en bovenbenen zit. Sterker nog, een aantal latere onderzoeken lijken erop te wijzen dat de aanwezigheid van veel vet rond de heupen juist beschermt tegen diabetes.'Dus, buikvet is slechter dan heupvet. Maar waarom is dat zo?'De vetcellen in het buikvet zitten tussen de organen verschanst. Hierdoor kunnen ze minder uitrekken en kan er minder vet in opgeslagen worden. Maar... dat zou dan toch juist gunstig moeten zijn? Helaas. Als vetcellen hun zogenaamde 'maximale opslagcapaciteit' hebben bereikt zal het overschot aan vetzuren dat via het bloed binnenkomt ergens anders opgeslagen moeten worden. Het lichaam heeft niet zo'n geavanceerd systeem waardoor dit automatisch naar het onderhuids vet gesluisd zal worden. Dat zou ideaal zijn geweest. In plaats daarvan wordt het naar andere plekken vervoerd, zoals de spieren, de lever en rondom het hart.''Extra vet is hier op zijn zachtst gezegd geen welkome gast. Het hoort daar namelijk helemaal niet. De opslag van vet zal de functie van elk van deze organen verstoren. In een spier en in de lever zal het de suikerstofwisseling ontregelen. De lever en spieren worden dan minder gevoelig voor de effecten van insuline, het hormoon dat ervoor zorgt dat de suikerpoorten opengaan zodat suikers door de cellen worden opgenomen. We noemen deze ongevoeligheid voor insuline 'insulineresistentie'. Het gevolg hiervan is dat de organen minder glucose uit het bloed opnemen. De bloedsuikerspiegels stijgen. Als dit lang duurt en de alvleesklier dit niet meer kan bolwerken door extra insuline af te geven, ontstaat uiteindelijk een situatie waarin de suikerspiegels in het bloed tot gevaarlijke hoogte stijgen. Dan is diabetes ontstaan. Extra vetopslag rondom het hart kan bovendien de pompfunctie van het hart ontregelen.'Vet belangrijk, Mariëtte Boon en Liesbeth van Rossum, ISBN 9789026346521, Ambo/Anthos Uitgevers