Al sinds de Oude Grieken weten we dat wat we eten ook de geur en kleur van onze urine bepaalt. Zo kunnen asperges op je bord een invloed hebben op de geur, net zoals rode bieten je plas wat roder kunnen doen kleuren.

De specifieke effecten van asperges op de urine (alleen bij een bepaalde groep mensen) werden pas in het jaar 1735 officieel beschreven, maar een sluitende verklaring voor het verschijnsel bestaat er niet.

Aanvankelijk werd aangenomen dat sommige mensen de groente (en meerbepaald het zuur asparagusine) op een bepaalde manier afbreken waardoor er zwavelverbindingen in de urine terechtkomen, waarvan methaanethiol en dimethylsulfide de grootste stinkerds zijn. Omdat zowat de helft van de bevolking dit kenmerk vertoont, gaat men ervan uit dat het fenomeen genetisch bepaald is. Het zou dan gaan om een dominant gen dat van slechts één van de ouders hoeft geërfd te worden.

Het probleem met deze theorie is dat er niet één bestanddeel is dat altijd terugkomt in de urine na het eten van asperges. Er zijn zo'n 29 verschillende stoffen die mogelijk een onwelriekende geur produceren. Die hoeveelheid aan moleculen heeft een nieuwe theorie doen ontstaan, namelijk dat sommige mensen de stinkende stoffen wel produceren, maar genetisch niet in staat zijn om de geur waar te nemen. Dit verschijnsel noemt men 'anosmie'. (TE)

Al sinds de Oude Grieken weten we dat wat we eten ook de geur en kleur van onze urine bepaalt. Zo kunnen asperges op je bord een invloed hebben op de geur, net zoals rode bieten je plas wat roder kunnen doen kleuren. De specifieke effecten van asperges op de urine (alleen bij een bepaalde groep mensen) werden pas in het jaar 1735 officieel beschreven, maar een sluitende verklaring voor het verschijnsel bestaat er niet. Aanvankelijk werd aangenomen dat sommige mensen de groente (en meerbepaald het zuur asparagusine) op een bepaalde manier afbreken waardoor er zwavelverbindingen in de urine terechtkomen, waarvan methaanethiol en dimethylsulfide de grootste stinkerds zijn. Omdat zowat de helft van de bevolking dit kenmerk vertoont, gaat men ervan uit dat het fenomeen genetisch bepaald is. Het zou dan gaan om een dominant gen dat van slechts één van de ouders hoeft geërfd te worden. Het probleem met deze theorie is dat er niet één bestanddeel is dat altijd terugkomt in de urine na het eten van asperges. Er zijn zo'n 29 verschillende stoffen die mogelijk een onwelriekende geur produceren. Die hoeveelheid aan moleculen heeft een nieuwe theorie doen ontstaan, namelijk dat sommige mensen de stinkende stoffen wel produceren, maar genetisch niet in staat zijn om de geur waar te nemen. Dit verschijnsel noemt men 'anosmie'. (TE)