Katten landen inderdaad meestal op hun poten, maar dat is niet altijd het geval. Twee eigenschappen zijn daarbij heel belangrijk: een goed evenwichtsgevoel en een grote lenigheid.
...

Katten landen inderdaad meestal op hun poten, maar dat is niet altijd het geval. Twee eigenschappen zijn daarbij heel belangrijk: een goed evenwichtsgevoel en een grote lenigheid. Net zoals de mens heeft de kat een evenwichtsorgaan dat zich vlak bij de oren bevindt. Bij katten is dat evenwichtsorgaan veel gevoeliger en ze kunnen dan ook heel snel bepalen in welke positie hun hoofd zich bevindt, zelfs met hun ogen dicht. Vervolgens speelt de lenigheid van de kat een rol. De kat zorgt er eerst voor dat het hoofd in de juiste positie komt. Vervolgens brengt ze de rest van haar lichaam in de juiste positie ten opzichte van het hoofd. Dat gebeurt in een vaste volgorde: eerst de voorpoten en dan pas de achterpoten. Op die manier zal ze op haar poten landen. De beweging die de kat moet uitvoeren is complex. Er is dan ook heel wat lenigheid en lichaamscontrole voor nodig. Omdat het evenwichtsorgaan zich vlak bij het oor bevindt, zijn gehoorproblemen bij de kat vaak gekoppeld aan evenwichtsproblemen. Sommige oude, dove katten zullen dan ook problemen hebben om op hun poten terecht te komen. En als een kat van te laag valt, zal ze te weinig tijd hebben om zich om te draaien en minder soepel landen. Vandaar dat katten die van hoger vallen doorgaans minder zwaar gekwetst zijn dan katten die van een lagere hoogte naar beneden tuimelen. Bioloog Anton Van de Putte, KBIN