Waarom is een golfbal geen mooi rond balletje, maar zit het vol putjes? Een glad, rond balletje maken zou toch heel wat aanvoudiger zijn?

In de begindagen van de golfsport zaten er helemaal geen putjes in een golfbal. Door het slaan met de golfstick kwamen er echter putjes in en toen bleek dat die oudere balletjes met putjes sneller waren en verder gingen dan de nieuwe onbeschadigde balletjes. Fabrikanten gingen hier al snel op inspelen en voor ruwheid van het baloppervlak zorgen door putjes in het oppervlak van de bal te maken, de zogenaamde dimples.

Wanneer u een gladde bal aan een lage snelheid wegschiet, moet de bal de lucht opzij duwen. Die lucht stroomt mooi omheen de bal. De bal ondervindt een weerstand die de bal vertraagt.

Fietsen

Als de snelheid van de bal groter wordt, ontstaat er achter de bal een zone waar de druk lager wordt: de lucht die rond de bal stroomt, is niet snel genoeg om de achterzijde van de bal te bereiken en er ontstaat een onderdruk achter de bal, waardoor de bal in feite naar achter wordt gezogen en vaart verliest. Iets gelijkaardigds merkt u als u snel probeert te fietsen: uw snelheid verdubbelen vraagt duidelijk meer dan het dubbele van de inspanning. U sleept een zone met een onderdruk achter u aan die u constant probeert te vertragen (wie net achter u fietst kan daar wel zijn voordeel uit halen!).

Door het oppervlak van de bal onregelmatiger te maken door de putjes zal de lucht niet meer mooi rond de bal kunnen stromen, maar ontstaan er turbulenties. Het gevolg van die turbulentie is dat de lagedrukzone kleiner wordt. De remmende kracht van die lagedrukzone wordt dus kleiner en de bal ondervindt minder weerstand en vliegt verder.

Het aantal dimples (deukjes) in de bal en de vorm en de verdeling ervan beïnvloeden de luchtweerstand zodanig dat de balvlucht anders wordt. De algemene regel zegt dat ballen met veel kleine dimpels hoger vliegen dan ballen met weinig grote dimples. Het aantal dimples kan variëren van 300 tot 812 stuks. (LB)

Waarom is een golfbal geen mooi rond balletje, maar zit het vol putjes? Een glad, rond balletje maken zou toch heel wat aanvoudiger zijn? In de begindagen van de golfsport zaten er helemaal geen putjes in een golfbal. Door het slaan met de golfstick kwamen er echter putjes in en toen bleek dat die oudere balletjes met putjes sneller waren en verder gingen dan de nieuwe onbeschadigde balletjes. Fabrikanten gingen hier al snel op inspelen en voor ruwheid van het baloppervlak zorgen door putjes in het oppervlak van de bal te maken, de zogenaamde dimples.Wanneer u een gladde bal aan een lage snelheid wegschiet, moet de bal de lucht opzij duwen. Die lucht stroomt mooi omheen de bal. De bal ondervindt een weerstand die de bal vertraagt.Als de snelheid van de bal groter wordt, ontstaat er achter de bal een zone waar de druk lager wordt: de lucht die rond de bal stroomt, is niet snel genoeg om de achterzijde van de bal te bereiken en er ontstaat een onderdruk achter de bal, waardoor de bal in feite naar achter wordt gezogen en vaart verliest. Iets gelijkaardigds merkt u als u snel probeert te fietsen: uw snelheid verdubbelen vraagt duidelijk meer dan het dubbele van de inspanning. U sleept een zone met een onderdruk achter u aan die u constant probeert te vertragen (wie net achter u fietst kan daar wel zijn voordeel uit halen!). Door het oppervlak van de bal onregelmatiger te maken door de putjes zal de lucht niet meer mooi rond de bal kunnen stromen, maar ontstaan er turbulenties. Het gevolg van die turbulentie is dat de lagedrukzone kleiner wordt. De remmende kracht van die lagedrukzone wordt dus kleiner en de bal ondervindt minder weerstand en vliegt verder. Het aantal dimples (deukjes) in de bal en de vorm en de verdeling ervan beïnvloeden de luchtweerstand zodanig dat de balvlucht anders wordt. De algemene regel zegt dat ballen met veel kleine dimpels hoger vliegen dan ballen met weinig grote dimples. Het aantal dimples kan variëren van 300 tot 812 stuks. (LB)