Talen zijn oud, veel ouder dan mensen. Een taal erf je. Spreekwoorden zijn het mooiste wat een taal te bieden heeft: het speelse, beeldende gebruik van de taal; waarheden en wijsheden verankerd in taal. Spreekwoorden bieden een blik op de wereld, een manier van kijken. Waar zouden we zijn zonder spreekwoorden, wat zou de wereld saai zijn.
...

Talen zijn oud, veel ouder dan mensen. Een taal erf je. Spreekwoorden zijn het mooiste wat een taal te bieden heeft: het speelse, beeldende gebruik van de taal; waarheden en wijsheden verankerd in taal. Spreekwoorden bieden een blik op de wereld, een manier van kijken. Waar zouden we zijn zonder spreekwoorden, wat zou de wereld saai zijn.Iedere taal heeft spreekwoorden en sommige worden in meerdere talen gebruikt, soms met kleine verschuivingen. Zoals 'een adder onder het gras', dat in het Frans vertaald wordt als 'anguille sous roche' (paling onder de rots). In het Spaans heb je veel spreekwoorden met stieren, omdat stierengevechten in Spanje al eeuwenlang tot de cultuur behoren. In het Nederlands heb je veel zegswijzen met boten en water, omdat Holland in de zeventiende eeuw een machtige zeevarende natie was. 'Hij heeft de wind in de zeilen' is daar een voorbeeld van. In het Frans werden trouwens veel van die spreekwoorden overgenomen. Mensen drukken zich al sinds de oudheid uit via beeldend taalgebruik, een manier van spreken die niet letterlijk weergeeft wat we bedoelen maar beeldend. Als je een spreekwoord hoort, ga je even anders naar de wereld kijken. In spreekwoorden ligt als het ware de cultuur van een volk besloten. Mensen blijven die spreekwoorden ook steeds opnieuw gebruiken.In het geval van de klomp is dat bijvoorbeeld opmerkelijk, want bijna niemand draagt nog klompen. Dat schoeisel hoort bij het Holland van de zeventiende eeuw, toen klompen heel gewoon waren. Onze klomp breekt dus niet meer, maar we blijven het zeggen om onze verbazing op een beeldende manier uit te drukken. We zeggen ook nog steeds dat de zon op- of ondergaat, terwijl we al sinds Copernicus (zestiende eeuw) weten dat de aarde om de zon draait en niet omgekeerd. Omdat de aarde draait, denken we dat de zon beweegt maar dat is niet zo. Veel spreekwoorden drukken een verouderde kijk op de dingen uit, bijvoorbeeld 'werken als een paard'. Tot in de jaren 20 en 30 van de twintigste eeuw werkten paarden heel hard, ze trokken trams (de paardentram) en werden voor koetsen gespannen. Ook op het platteland werkten boeren voornamelijk met paarden. In de fabrieken werden paarden al rond 1880 door machines vervangen, maar we blijven het spreekwoord gebruiken. Een ander voorbeeld is 'hij heeft boter op zijn hoofd', om uit te drukken dat iemand toch wel wat schuldig is aan iets wat er gebeurd is. Als we dat zeggen, bedoelen we dat niet meer letterlijk maar figuurlijk. Het spreekwoord komt van een middeleeuws verhaal: op een dag gaat een boer naar de markt om boter te verkopen, maar hij wil geen tol betalen om de stad binnen te komen. Hij denkt slim te zijn en zegt dat hij geen boter heeft omdat hij de belasting wil ontlopen en verstopt de boter onder zijn muts. Maar door de warmte begint de boter op zijn hoofd te smelten... Hij heeft dus letterlijk boter op zijn hoofd en heeft gelogen. De smeltende boter verraadt hem. Spreekwoorden vertellen dus een verhaal dat lang geleden soms ook echt gebeurd is. Maar niet altijd. De Engelsen zeggen bijvoorbeeld 'It's raining cats and dogs', of 'It's raining fish'. Daarmee bedoelen ze dat het 'pijpenstelen regent'. Maar ik denk niet dat er ooit vissen, katten, of honden uit de lucht kwamen vallen, en ook geen stelen van pijpen trouwens. Degene die dat heeft bedacht, had een heel aparte visie op regen die met bakken uit de hemel komt vallen.Taalkundige Désirée Schyns, UGent