We zijn de controle over onze data kwijt, en dat kan de meesten onder ons eigenlijk al lang geen barst meer schelen. We weten allemaal wel dat het niet goed is wat wijzelf en anderen over ons op Facebook plaatsen, maar tegelijkertijd zien we er weinig concrete gevaren in. In een tijd waarin staats- en regeringleiders belangrijke aankondigingen delen via Twitter, kunnen we ons bezwaarlijk bezorgd voelen over ons eigen online doen en laten.

De extreem toegenomen online centralisatie en de daaruit voortvloeiende monopolisering heeft echter gevolgen die veel verder reiken dan privacy. In de kenniseconomie van vandaag zou data de nieuwe olie moeten zijn die de innovatiemotor laat draaien, maar in plaats daarvan slaan bedrijven deze olie op in vaten waar verder niets nuttigs mee gebeurt.

In een echte en digitale wereld waar data verzamelen voorgaat op innovatie, zien we veel gemiste kansen.

Een eenvoudig voorbeeld dat dit illustreert: kan je één innovatie noemen die Facebook of Twitter de voorbije 5 jaar heeft doorgevoerd? Wellicht niet. Deze bedrijven innoveren niet noemenswaardig, net omdat ze al zoveel data bezitten. Dit is een nefaste evolutie die we niet alleen bij sociale media aantreffen: in vele sectoren zijn bedrijven dataverzamelaars geworden, zowel online als offline. Ze zijn succesvol, niet omdat ze het beste innoveren, maar omdat ze het meeste data van hun klanten hebben weten af te snoepen.

Dit heeft grote gevolgen voor bedrijven die wel innovatie aan de dag willen leggen. Veronderstel dat iemand een revolutionair idee heeft om een belangrijk probleem aan te pakken. Bijvoorbeeld, om mensen uit hun filter bubble te halen, bouwt een stel jonge Belgische ontwikkelaars een nieuwsfeed met bovenaan een grote schuifbalk om meer of minder berichten te zien waarmee gebruikers niet akkoord gaan. Dat is een vaak gevraagde feature bij Facebook en Twitter, die ondanks veel externe druk de boot blijven afhouden. Zelfs al slagen deze ontwikkelaars erin om dit technisch huzarenstukje te realiseren, dan nog zal hun app niet doorbreken, want ze bezitten de nodige data niet. Enkel de grote spelers hebben voldoende gegevens om een kritische massa aan te trekken, maar net zij zijn niet happig naar verandering. Dergelijke gemiste kansen zien we overal in de echte en digitale wereld waar data verzamelen voorgaat op innovatie.

Met de uitvinding van het web in 1989 lanceerde Sir Tim Berners-Lee een gedecentraliseerd informatienetwerk waarbinnen iedereen een een website kon starten zonder toestemming van iemand anders. Deze uitvinding heeft ingrijpende veranderingen teweeggebracht aan hoe we communiceren en informatie vinden, en hoe bedrijven producten verkopen. Dit startte een golf van toestemmingsloze innovatie die resulteerde in bedrijven zoals Uber, Airbnb en bol.com. Zij werden zo ingeburgerd dat we hen niet meer kunnen wegdenken, terwijl hun bestaan pakweg 15 jaar geleden pure science fiction was.

Diezelfde Tim Berners-Lee is vandaag ontzettend bezorgd over hoe mensen over de hele wereld de controle kwijt geraakt zijn over hun eigen data op het web, en de drastische gevolgen die dit heeft voor privacy, democratie en innovatie. Het web dat iedereen vrijheid had moeten brengen wegens onafhankelijkheid van centrale spelers, is in acuut gevaar door de onstilbare datahonger van een handvol, veelal Amerikaanse bedrijven. Sir Berners-Lee spendeerde slechts een beperkt deel van zijn carrière aan het uitbouwen van het web, maar het merendeel aan de bescherming ervan voor toekomstige generaties.

Zijn nieuwste idee heet Solid, een beweging en ecosysteem om het web terug te veroveren door de controle over onze eigen data weer in handen te nemen. In de Solid-visie bezitten apps geen data meer, maar bewaren wij onze data in een persoonlijke datakluis. We bepalen zelf waar die datakluis staat: techneuten willen die wellicht in hun eigen garage, maar de gewone man kan die huren, bijvoorbeeld bij bestaande internetproviders.

Dit verhaal is uiteraard positief voor privacy, aangezien we met een dergelijke datakluis zeer precies kunnen bepalen welke mensen en apps toegang krijgen tot welke gedeelten van onze data. Mogelijk nog belangrijker is dat het onze keuze terugbrengt: we zijn niet langer verplicht onze apps te kiezen op basis van waar onze data of die van vrienden zit. Vandaag is het immers zo dat je geen Facebook-foto's kan delen met pakweg je collega's op LinkedIn, omdat data onlosmakelijk verbonden is met applicaties. Als we in plaats daarvan onze data in onze eigen kluis opslaan, kan jij je eigen apps kiezen die anders zijn dan de mijne, en kunnen we toch vrij data delen met elkaar. De data wordt als het ware bevrijd uit de greep van de app.

Ook voor ontwikkelaars brengt Solid oplossingen: gedaan met de noodzaak om data te verzamelen om groot te worden. Nieuwe gebruikers brengen simpelweg hun eigen datakluis mee en hoeven niet telkens opnieuw alle veldjes in te vullen. Apps hanger niet langer af van Facebook voor succes, aangezien mensen met hun eigen datakluis kunnen inloggen. Daarmee krijgen we opnieuw de toestemmingsloze innovatie die het web groot gemaakt heeft.

Er is echter nog aan lange weg te gaan voor Solid, vooral wat betreft gebruiksvriendelijkheid. Hoe nobel de Solid-doelstellingen ook mogen zijn, Facebook en consorten zijn verdraaid gemakkelijk in gebruik, en gemak primeert al te vaak boven duurzame keuzes. De hernieuwde competitie tussen apps, die nu niet langer strijden om data maar wel om kwaliteit, zal daarin hopelijk een drijvende factor zijn.

Belangrijk is dat we ervan bewust worden dat data-eigenaarschap niet enkel een privacyaangelegenheid is. Door controle te nemen over onze eigen data, nemen we controle over onze online en offline keuzemogelijkheden, en daardoor ook over onze digitale en echte identiteit.

Professor Ruben Verborgh is als computerwetenschapper verbonden aan de UGent. Hij is expert in semantische webtechnologie.

Op 7 februari organiseert de Vrije Universiteit Brussel in samenwerking met Knack Homo Roboticus, een inspirerende avond rond mens, robot en AI in de Munt in Brussel. Alle info en tickets vind je hier.