Het menselijke bestaan is vermoeiend, en soms bijna dodelijk gênant. Want, geef toe, wie heeft het nog niet meegemaakt: Informeren naar de dochter van een vriendin maar in geen honderd jaar op de naam van het kind kunnen komen. Gaan zitten op je ergonomische zitbal, die weggerold blijkt te zijn. 'Ja' knikken op een vraag die je niet hebt verstaan, terwijl 'nee' eigenlijk het antwoord was. Een mail met een roddel over een persoon sturen naar de persoon in kwestie. En een klassieker voor de vrouwen: terugkomen van het toilet met je rok in je panty...
...

Het menselijke bestaan is vermoeiend, en soms bijna dodelijk gênant. Want, geef toe, wie heeft het nog niet meegemaakt: Informeren naar de dochter van een vriendin maar in geen honderd jaar op de naam van het kind kunnen komen. Gaan zitten op je ergonomische zitbal, die weggerold blijkt te zijn. 'Ja' knikken op een vraag die je niet hebt verstaan, terwijl 'nee' eigenlijk het antwoord was. Een mail met een roddel over een persoon sturen naar de persoon in kwestie. En een klassieker voor de vrouwen: terugkomen van het toilet met je rok in je panty... Iedereen heeft ooit al weleens een moment gehad waarop hij wenste dat hij nooit geboren was. Ook de Amerikaanse wetenschapsjournaliste bij New York Magazine, Melissa Dahl, bleef er niet van gespaard. Van het schaamrood op de wangen voor een domme uitspraak op een vergadering tot de plaatsvervangende schaamte voor de cast en crew van La La Land op het moment dat ze de Oscar voor Beste Film in ontvangst nemen, die eigenlijk Moonlight toekwam, het overkwam Dahl zo vaak dat ze voor haar recente boek 'Iedereen kijkt naar me' twee jaar lang het fenomeen 'awkwardness', ofwel ongemakkelijkheid (een combinatie van extreem zelfbewustzijn en onzekerheid) onderzocht om zo te proberen haar eigen awkwardness 'voor eens en voor altijd de baas te worden via de wetenschap'.Helaas voor Dahl bestaat er in de wetenschappelijke literatuur vooralsnog geen "Algemene Theorie van Awkwardness", dus sprak ze voor haar boek met mensen die dagelijks meemaken hoe het voelt om van gêne ineen te krimpen, die weten wat het is als je ingewanden stijf staan van de stress, als je een vuurrood hoofd krijgt, het klamme zweet je uitbreekt en de paniek je om het hart slaat wanneer je jezelf voor gek hebt gezet. Ze ontdekte dat de ene mens zich vaker ongemakkelijk voelt dan de andere, maar er zijn ook omstandigheden waarin bijna iederéén ineenkrimpt van gêne. En met de huidige aanwezigheid van sociale media in ons leven wordt het er allemaal niet beter op. Ongemakkelijkheid is vandaag meer dan ooit aanwezig is in ons leven. (Getuige daarvan is een van de vorig jaar genomineerde 'Kinderwoorden van het jaar': 'cringe' of 'gênant). 'Mijn onderzoek heeft me het onvermoede besef opgeleverd dat ongemakkelijkheid iets universeels is, iets wat bij alle mensen kan voorkomen. Het raakt aan onze angst voor sociale afwijzing en het overlevingsinstinct dat we onze evolutionaire erfenis noemen', schrijft Dahl.Het gevoel dat ongemakkelijkheid met zich meebrengt, is zowaar nog ongemakkelijker: wegwezen, wegwezen, wegwezen, en vaak doe je dat ook. Je zegt niets tegen je rouwende vriendin. Je probeert niet eens meer je eigen gedachten of mening over bepaalde kwesties te toetsen. Je gaat naar huis zonder iets te gaan drinken. Of zoals de kinderen het zo toepasselijk omschrijven met 'cringe': je krimpt ineen. Maar waarom is de omgang met mensen soms zo problematisch dat we onszelf in de nesten werken? Het antwoord is dat de wereld jou niet ziet zoals jij jezelf ziet en je zou willen dat je wereld zou zien, namelijk de best mogelijke versie van jezelf, met als gevolg dat iemand je totaal verkeerd begrijpt. Je kunt doen alsof deze twee zelven een en dezelfde zijn, tot er iets vervelends gebeurt wat je met een ruk uit die fantasie haalt. Je struikelt over je eigen voeten of je loopt tegen een abnormaal schone glazen deur aan, en ineens besef je hoe belachelijk dat eruit moet zien, en dat de 'jij' die zich in de stoffelijke wereld beweegt niet altijd voldoet aan de norm van de 'jij' in je verbeelding. De angst voor zo'n clash zit diep in ons brein. Het is angstaanjagend en desoriënterend om het gevoel te hebben dat je zelfbeeld ter discussie staat. Psycholoog Philipp Rochat noemt het verschil tussen die twee beelden 'de onoverbrugbare kloof'. Op gênante momenten word je geconfronteerd met de discrepantie tussen hoe jij over jezelf denkt en hoe andere mensen jou zien. Iedereen kent de frase 'Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzinken': dan verdwijn je dus in de een enorme kloof tussen hoe iemand zich vanbinnen voelde en hoe hij naar buiten toe overkwam. 'Die twee dingen met elkaar proberen te verenigen is iets wat je tot in het oneindige kunt najagen,' zei Rochat. 'In ieder van ons zit een Don Quichot die tegen windmolens vecht.'Ook bij plaatsvervangende schaamte is de onoverbrugbare kloof aan het werk: de ander denkt zichzelf aan de wereld te presenteren op de ene manier terwijl het op een heel andere manier overkomt. En op sociale media zoals Facebook, Instagram, Twitter en Snapchat proberen we allemaal verwoed een ideaalbeeld van onszelf te scheppen, waardoor de kloof met onze stuntelende zelve nog groter wordt.De onoverbrugbare kloof bestaat daarnaast in de manier waarop we onszelf letterlijk zien of horen. Zo kan een foto van jezelf, een FacteTime-gesprekje of een eigen stemopname een onaangename verrassing zijn. Mensen zijn over het algemeen zo gewend aan hun eigen spiegelbeeld dat ze vreemd aankijken tegen de links-rechtsomkering van zichzelf op een foto. Het is een werkbare metafoor voor hoe het komt dat de presentatie van jezelf, al je inspanningen ten spijt, onverwacht toch tegen kan vallen, omdat het nu eenmaal zo is dat we onszelf niet zo kunnen zien als anderen ons zien. Als je mensen met twee foto's confronteert - een van hun gezicht in spiegelbeeld en een van hun gezicht in de linksrechtsomkering, ofwel hun 'fotogezicht' (hun echte gezicht) - en vraagt welke foto ze leuker vinden, dan kiezen de meeste mensen de spiegelbeeldfoto. Dat is namelijk het gezicht waaraan ze gewend zijn. Vraag je aan ándere mensen welke foto zij leuker vinden, zullen ze hoogstwaarschijnlijk de niet-spiegelbeeldfoto kiezen. Dat is misschien nog wel het meest bevreemdend als je jezelf niet fotogeniek vindt. Jij vindt het een vreselijke foto, maar anderen zien niet wat er mis mee is, wat het alleen maar nóg verontrustender maakt: door je te verzekeren dat je er goed uitziet, zeggen ze eigenlijk: ja, zo scheef ben je in het echte leven... Een schrale troost is dat ze je scheve gezicht leuk lijken te vinden.Dit alles suggereert dan ook dat we niet erg goed zijn in het kiezen van de juiste foto's voor onze online profielen, meent Dahl. Wat betreft Facebook of Twitter maakt het niet zoveel uit. Maar in een andere context kan het wel degelijk iets uitmaken. Denk aan de foto die je kiest om indruk te maken bij recruiters die je LinkedIn-profiel bekijken, of om een date te scoren op apps als Tinder. We weten niet hoe we op anderen overkomen, en misschien weten we niet eens dat we dat niet weten.Nu het goede nieuws: al deze pijnlijke stiltes, gênante momenten en sociale onhandigheid kunnen van ons een beter mens maken. Dahl poneert dat jezelf schamen belangrijk is voor je persoonlijke ontwikkeling. Ze raadt daarom iedereen aan om eens met andere ogen naar zichzelf te kijken, ook wanneer dat betekent dat je moet erkennen dat je niet voldoet aan het beeld dat je van jezelf hebt. Overal om ons heen bevinden zich metaforische spiegels. Een ongemakkelijk gesprek met een goede vriend die eerlijk zijn mening over je geeft, de jaarlijkse functioneringsgesprekken op het werk of zelfs de bizarre kerstcadeautjes die je krijgt, kunnen allemaal als spiegel functioneren.Ongemakkelijkheid is volgens Dahl een emotie die het waard is te leren kennen in plaats van te vermijden. Kleine vernederingen kunnen mensen samenbrengen. Het bespottelijke in mij respecteert het bespottelijke in jou. Daarnaast kan het door andermans ogen naar jezelf kijken je helpen een beetje dichter bij de persoon te komen die je graag zou willen zijn. 'In bepaalde omstandigheden kun je je heel suf of stom voelen als je met de blik van een ander naar jezelf kijkt. Maar als je het geïdealiseerde beeld van jezelf dat je in je hoofd hebt ook maar enigszins wilt verwezenlijken, zal je wel moeten', schrijft Dahl. Of zoals Alain de Botton het verwoordt: 'Als we ons niet regelmatig flink generen voor de persoon die we zijn, dan is de reis naar zelfkennis nog niet begonnen.' Nog een goede raad die Dahl ons meegeeft is om ondraaglijk gênante oprispingen uit het verleden niet te verdringen of er onszelf ervan te overtuigen dat het allemaal zo erg niet was. Die tactieken werken niet. Wat je beter wel doet s om de pijnlijke herinnering in al haar details weer op te roepen, maar dan met aandacht voor de niet-emotionele aspecten ervan. Kun je je herinneren wat voor kleren je aanhad? Of er iemand bij was? Hoe het klonk? Hoe het rook?. Zo demp je de emotie die aan de herinnering vasthangt, leer je de focus op jezelf loslaten en wordt de pijn uiteindelijk minder scherp.Dahl houdt in haar boek een pleidooi om je ongemakkelijkheid te omarmen. Ben je iemands naam vergeten, vraag het gewoon. We zijn het aan elkaar verplicht elkaar over onze ongemakkelijke gevoelens heen te helpen, schrijft ze. En ook nog leuk om te weten: andere mensen hebben veel minder last van jouw ongemakkelijke gevoelens dan jij denkt. Je tekortkomingen vallen immers minder op dan je denkt en anderen denken het grootste deel van de tijd helemaal niet aan jou. In de wetenschap heet deze cognitieve denkfout het schijnwrpereffect: de neiging om de mate waarin anderen op je gedrag of uiterlijk letten te overschatten. Verspil dus je tijd niet met piekeren over hoe anderen over je denken. En zelfs al zien anderen dat je de mist in gaat, dan oordelen ze lang niet zo hard over je als je denkt. Doe wat je wilt doen, ook al is het ongemakkelijk, alleen al om later niet te hoeven betreuren dat je het niet hebt gedaan. Ook iemand die voor schut wordt gezet kan je maar beter omarmen met medeleven in plaats van met minachting. Zeg niet 'Je staat compleet voor aap, wat ben ik blij dat ik jou niet ben', maar wel 'Je staat compleet voor aap, net als ik'. Een dergelijke reactie zorgt ervoor dat je je minder alleen voelt. Wij mensen lijken in onze weirdness meer op elkaar dan dat we van elkaar verschillen. Het voelen van meelevende, plaatsvervangende schaamte, kan je helpen om de volgende keer dat jou zoiets overkomt minder emotioneel aangeslagen te zijn. Op die manier wordt awkwardness iets wat normaal is. Ongemakkelijkheid zal immers altijd blijven bestaan, maar de enige manier om te voorkomen dat je erdoor in je schulp kruipt, is je samen te gaan generen. De laatste en misschien wel belangrijkste les die Dahl voor ons in petto heeft is: humor! Een van de beste manieren om over je ongemakkelijkheidsvrees heen te komen is inzien hoe grappig het eigenlijk is. Dat impliceert automatisch dat je vanop een afstandje naar jezelf kijkt. Kan je om ongemakkelijkheden lachen, dan creëer je een aantal van de leukste anekdotes uit je eigen autobiografie en dan wordt ongemakkelijkheid een ultieme kracht.