De onderzoekers onderzochten specifiek de vraag of het selectieve blokkeren van traumatische herinneringen een goede zaak is.
...

De onderzoekers onderzochten specifiek de vraag of het selectieve blokkeren van traumatische herinneringen een goede zaak is. Daarvoor vergeleken ze de activiteit in de hersenen van een honderdtal mensen die de aanslagen hebben meegemaakt. Ongeveer de helft vertoonde PTS, de andere helft niet. Het onderdrukken van herinneringen gebeurde voor beide groepen in dezelfde hersenzones, maar er waren grote verschillen in de manier waarop die zones met elkaar in verbinding stonden. De connectiviteit was een stuk lager bij mensen met PTS, waardoor ze minder controle hebben over het al dan niet wegdrukken van herinneringen. Daardoor kunnen nare ervaringen hen gemakkelijker achtervolgen. Door uitgekiende experimenten konden de wetenschappers aantonen dat top-downcontrole over herinneringen wegvalt bij mensen die onder traumatische gebeurtenissen blijven lijden. De ernst van ervaringen speelt een kleinere rol in het uitlokken van PTS dan de mate van controle over ongewenste herinneringen. Gelukkig is het mogelijk om na verloop van tijd greep te krijgen op het herinneringsproces.