De rol van de ouders in de toekomst van hun kinderen is groter dan ze zelf denken. Al van voor de geboorte van het kind, en in bepaalde gevallen zelfs voor de verwekking, is die rol al zichtbaar. In Genetics & Epigenetics toont epidemiologe Adelheid Soubry van de KU Leuven met een aantal collega's het verband aan tussen zogenoemde ep...

De rol van de ouders in de toekomst van hun kinderen is groter dan ze zelf denken. Al van voor de geboorte van het kind, en in bepaalde gevallen zelfs voor de verwekking, is die rol al zichtbaar. In Genetics & Epigenetics toont epidemiologe Adelheid Soubry van de KU Leuven met een aantal collega's het verband aan tussen zogenoemde epigenetische eigenschappen die ouders aan hun ongeboren kinderen meegeven en het temperament van die kinderen na de geboorte. Epigenetische eigenschappen zitten niet in de genen maar erop, in de vorm van chemische vlaggetjes. Ze zijn afhankelijk van de leefomgeving: een rokende moeder of een zwaarlijvige vader - om maar twee voorbeelden te noemen - kunnen epigenetische veranderingen introduceren die via de genen de ontwikkeling en de gezondheid van hun nakomelingen beïnvloeden. Soubry en co. bekeken negen epigenetische zones in bloedcellen die uit de navelstreng gehaald waren. Ze stonden in verband met wat wetenschappers imprinting noemen: genen waarvan het overschrijven in eiwitten afhangt van de vraag of een kind ze erft van de vader of de moeder. Zo stimuleren vaderlijke genen de groei van een embryo, terwijl vrouwelijke die wat afremmen - want groei vraagt energie van de moeder. De invloed op het temperament manifesteert zich via het sturen van ontwikkelingen in de hersenen van de baby. In Biological Psychiatry is een soortgelijk verhaal verschenen: loopt de moeder tijdens de zwangerschap een infectie op, dan kan dat epigenetische veranderingen in haar ongeboren kind uitlokken. Die worden vertaald in een aparte ontwikkeling van de hersenen. Dat kan later uitmonden in mentale problemen, zoals schizofrenie en autisme.