De prehistorische jagers-verzamelaars kenden geen rijkdom: alles wat je had was ballast die je moest meezeulen tijdens je zwerftochten. Zodra wij als landbouwers een territoriaal bestaan op ons erf uitbouwden, veranderde het plaatje. Eigendom en rijkdom werden een onderdeel van ons...

De prehistorische jagers-verzamelaars kenden geen rijkdom: alles wat je had was ballast die je moest meezeulen tijdens je zwerftochten. Zodra wij als landbouwers een territoriaal bestaan op ons erf uitbouwden, veranderde het plaatje. Eigendom en rijkdom werden een onderdeel van ons systeem. Een studie in Nature toont aan dat het domesticeren van vee een belangrijke rol heeft gespeeld in het creëren van rijkdom. Wetenschappers maten de grootte van huizen in tientallen archeologische sites. Op basis van de verschillen tussen de grootste en de kleinste berekenden ze voor elke site een ongelijkheidscoëfficiënt tussen 0 (absolute gelijkheid) en 1 (alle rijkdom was in handen van één individu). Ongeveer 2500 jaar na de domesticatie van planten was de ongelijkheid in zowel Eurazië als Noord-Amerika gestegen tot een coëfficiënt van 0,35. In Europa, China en het Midden-Oosten zou ze blijven stijgen: 6000 jaar ver in ons landbouwersbestaan was ze nog eens bijna verdubbeld (tot 0,6). Het verschil tussen beide continenten was dat de domesticatie van runderen, varkens en paarden bij ons sterker was dan in Noord-Amerika. Vee kon over de generaties heen worden doorgegeven, zodat families rijkdom konden opbouwen. Vandaag is de ongelijkheid nog groter geworden, met scores tot 0,8 in sommige delen van de wereld. Hoelang zullen de armen het nog pikken dat ze het met zo veel minder dan de rijken moeten doen?