De mens leeft steeds langer. De voorbije twee eeuwen is de levensverwachting in de meeste westerse landen meer dan verdubbeld. Dat hebben we te danken aan een aantal maatschappelijke, medische en technologische ontwikkelingen, zoals een betere hygiëne, doeltreffendere geneesmiddelen, gevarieerdere voeding en zuiverder water.
...

De mens leeft steeds langer. De voorbije twee eeuwen is de levensverwachting in de meeste westerse landen meer dan verdubbeld. Dat hebben we te danken aan een aantal maatschappelijke, medische en technologische ontwikkelingen, zoals een betere hygiëne, doeltreffendere geneesmiddelen, gevarieerdere voeding en zuiverder water. De positieve veranderingen zijn zo snel gegaan, poneert een overzichtsartikel in Nature, dat de kans klein is dat onze genen er veel mee te maken hebben. Die zouden maar voor 12 à 25 procent invloed hebben op onze te verwachten levensduur. Het feit dat vooral in kustregio's die bekendstaan om hun gezonde voedingsgewoonten veel mensen oud worden, wijst op het belang van onze levensstijl. Toch eist oud worden bijna on- vermijdelijk zijn tol, fysiek en mentaal. We zijn biologisch niet geprogrammeerd om zo oud te worden en daarom wil ons lichaam niet meer mee. We krijgen last van ouderdomsziekten, variërend van sommige kankers tot mentale aftakelingsprocessen als de ziekte van Alzheimer. Een hogere leeftijd vertaalt zich niet vanzelf in 'lang en gezond leven'. Of we al dan niet een gezonde oude dag beleven, hebben we dus gedeeltelijk zelf in de hand. Twee recente wetenschappelijke vaststellingen bevestigen dat. Enerzijds blijkt er bij mensen die meer dan honderd jaar oud worden een natuurlijke vertraging op het verouderingsproces te zitten. Die zou voornamelijk te danken zijn aan een positieve ingesteldheid in het leven. En anderzijds stellen demografen in landen als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië voor het eerst sinds lang een - vooralsnog lichte - daling van de gemiddelde levensduur vast. Dat proces is al vóór de coronapandemie ingezet. Steeds meer mensen leven daar almaar ongezonder, wat een effect op de algemene levensverwachting begint te hebben. Vooral overgewicht speelt daarin een grote rol. We worden steeds ouder, maar onze verouderingsprocessen vertragen niet, in tegenstelling tot wat veel mensen schijnen te denken. De belangrijkste historische winst qua gemiddelde leeftijd behaalden we door de sterfte als kind en op jonge leeftijd terug te dringen. De overlevingskansen van jongeren namen toe, die van ouderen niet, zo lezen we in Nature Communications over een vergelijkende studie van zestig aapachtigen, waartoe ook wij mensen behoren. Bij alle onderzochte apensoorten neemt de gemiddelde kans op sterven steil toe met de leeftijd. Dankzij medische en technologische ontwikkelingen geven we mensen meer kans op een waardige oude dag, maar op de verouderingsprocessen zelf hebben we maar in beperkte mate vat. Dat wil niet zeggen dat we ons zomaar moeten laten gaan, integendeel. Aandacht voor een gezonde levensstijl vertaalt zich in een meer zorgeloze oude dag. Het effect van fysieke activiteit op ouderdom is al vaak onderzocht. Sterk overtuigend was een gedetailleerde analyse van een kwart miljoen mensen in The British Medical Journal. Ze kwam tot de conclusie dat 'eender welke mate van fysieke activiteit, onafhankelijk van haar intensiteit, leidt tot een beduidend lager sterfterisico op jongere leeftijd'. The Journal of Gerontology belichtte een andere relevante factor: 'Betrokken blijven bij zinvolle activiteiten is belangrijk voor een kwaliteitsvolle veroudering.' Wetenschappers maken graag het onderscheid tussen de biologische leeftijd en de werkelijke chronologische leeftijd. De laatste is het aantal jaren dat we op onze teller hebben, maar er kan meer dan tien tot uitzonderlijk zelfs twintig jaar speling op de biologische leeftijd zitten: iemand van officieel vijftig kan er fysiek én biologisch uitzien als een veertiger, en omgekeerd. Ook het aloude adagium dat je maar zo oud bent als je je voelt, heeft een kern van wetenschappelijke waarheid. Mensen die zich jonger voelen leven doorgaans langer dan gemiddeld, zo toonden onderzoekers aan in een publicatie in Psychosomatic Medicine. Een positieve instelling, zo blijkt uit andere onderzoeken, is een betrouwbaarder indicator voor een goede kans op een lang leven dan eender welke biologische merker die in het bloed kan worden gemeten. Biologische merkers geven aan hoe vatbaar iemand is voor de funeste effecten van bijvoorbeeld infecties of stress. Een mooie conclusie was dat als je tevreden bent over je seksleven, je doorgaans psychologisch jonger bent dan je officiële leeftijd. Het zit niet alleen in de botten, maar ook in het brein. Mensen op middelbare leeftijd, meldde New Scientist onlangs, zijn gemiddeld gelukkiger dan toen ze jonger waren, omdat ze minder druk van gezin en loopbaan ervaren. Met het ouder worden vallen er kopzorgen weg. Je moet je er wel voor hoeden dat je niet in een soort lethargie wegzinkt. Lichaam én geest hebben oefening nodig, wil je aftakeling vermijden. Is er dan geen enkele substantiële rol meer weggelegd voor onze genen? Het is een moeilijke vraag, want bij de werking van genen kunnen veel factoren een rol spelen. Bovendien zijn de resultaten van studies met proefdieren vaak niet zomaar toepasselijk op mensen. Onze ingewikkeldheid speelt ons daarbij parten. In een samenvattende analyse in Nature werden twee genen geïsoleerd die een - al dan niet bescheiden - rol zouden spelen in het verouderingsproces. Het eerste gen (APOE) is actief bij de productie van eiwitten die cruciaal zijn voor de vetstofwisseling. Als er iets mee misloopt, kan dat leiden tot problemen met hart en bloedvaten en mentale aftakeling. Het andere gen (FOXO3A) codeert voor eiwitten die fungeren als transcriptiefactor: ze bepalen mee welke genen er al dan niet in bruikbare eiwitten worden overgeschreven. Zo spelen ze een rol in een brede waaier aan cellulaire processen. In Nature Aging verscheen een intrigerende studie die suggereerde dat mensen die ouder worden dan honderd zeldzame varianten van sommige genen dragen, die hen onder meer extra bescherming bieden tegen kanker. Het is evenwel moeilijk om greep op de gegevens te krijgen, omdat er nog maar weinig mensen ouder dan honderd intensief bestudeerd zijn. De steekproef moet aanzienlijk groter worden om tot een sluitende genetische analyse te komen. Naar alle waarschijnlijkheid zullen studies in de toekomst bevestigen dat genen geassocieerd met een positieve ingesteldheid in honderdplussers actiever zijn dan gemiddeld. Het is zonneklaar dat een positieve ingesteldheid een negatief effect kan hebben op stress en andere lichamelijke ondermijners. Tot voor kort werd gedacht dat de lengte van telomeren een belangrijke biologische merker voor de leeftijdsverwachting was. Telomeren zijn kapjes die de uiteinden van de chromosomen, de dragers van het genetisch materiaal, beschermen tegen afslijting. Het idee was dat ze bij elke celdeling een beetje korter worden, waardoor ze een indicatie van de biologische leeftijd zouden geven. Maar een verslag in New Scientist ontkracht die stelling. De lengte van de telomeren zou geen betrouwbare indicatie van leeftijd of aftakeling geven, onder meer omdat er een grote variatie in hun startlengte zit: bij sommige baby's zijn de telomeren drie keer langer dan bij andere. Langere telomeren, die tot voor kort met een hogere kans op een waardige oude dag geassocieerd werden, zouden zelfs ongunstig kunnen zijn: ze zouden een hogere kans op kanker impliceren. Wetenschappers presenteerden recent in Nature Aging wel een nieuw type biologische merker, gebaseerd op de kracht waarmee het afweersysteem reageert op een ontsteking. Die zou aan de hand van bloedwaarden van bepaalde afweerstoffen gemeten kunnen worden. Mensen met een gezonde afweer zullen ontstekingsreacties sneller onder controle krijgen, waardoor ze minder gemakkelijk vatbaar zijn voor aftakeling als gevolg van chronische ontsteking. Het zou hun kansen vergroten om een gevorderde leeftijd te behalen. Ook op de aftakelingsprocessen krijgt de wetenschap almaar beter zicht, zo blijkt uit een overzicht in Nature. Cruciaal is het wegvallen van de automatische verjonging van cellen. Na verloop van tijd sputtert het mechanisme van celdeling en schakelen oude cellen zich niet meer vanzelf uit, zoals ze in normale omstandigheden wel doen. Daardoor stapelen er zich in een lichaam steeds meer cellen op, die niet optimaal functioneren. Dat proces kun je niet eindeloos rekken. Een constante in verouderingsprocessen is ook de opstapeling van fouten in het DNA van de genen. Bij elke celdeling kunnen er fouten in het DNA sluipen. De foutenlast kan zo groot worden dat hij een normale werking van cellen hypothekeert, waardoor er steeds meer gezondheidsproblemen in het lichaam opduiken. Het blijft gissen of we ooit op zo'n grote schaal in ons DNA zullen kunnen ingrijpen dat we die foutenlast ongedaan kunnen maken. Wetenschappers bestuderen daarvoor andere zoogdieren die heel oud kunnen worden, zoals naakte molratten en grijze walvissen. Sommige dieren beschikken over uitzonderlijke DNA-herstelmechanismen en hebben via het passieve proces van darwiniaanse natuurlijke selectie oplossingen gevonden voor problemen waar de beste wetenschappers zich het hoofd over breken. Waar stilaan een consensus over groeit, is het belang van onze darmflora voor een kwaliteitsvolle oude dag. De darmflora van mensen die snel verouderen, is meer verstoord en minder divers dan gemiddeld. Een studie van bijna tienduizend proefpersonen, gepubliceerd in Nature Metabolism, besloot dat bij gezonde ouderlingen de darmflora zelfs veelzijdiger wordt met het verouderen. Er is ook een shift in de samenstelling, met geleidelijk meer bacteriestammen die gelinkt worden aan een slanker lichaamstype, omdat ze een beter metabolisme van vet en suiker verzekeren. Ook de darmflora van honderdplussers die nog thuis wonen, is diverser dan die van leeftijdsgenoten in woonzorgcentra. De darmflora kan gunstig gestimuleerd worden door een gezonde voeding, met veel verse groenten, eventueel aangevuld met pro- en prebiotica. Een recente studie in Nature, gebaseerd op onderzoek van 160 Japanse honderdplussers, isoleerde nog een component uit de spijsvertering die verband zou houden met een kwaliteitsvolle oude dag: door darmbacteriën bijgewerkte galzuren met een sterk infectiebestrijdend effect. Galzuren worden in de lever geproduceerd, maar ze kunnen in onze darmen terechtkomen, waar bacteriën ze verwerken tot stoffen die een beetje fungeren als biologische detergenten: ze kunnen onder meer vet oplossen. Ze hebben eveneens een hormonaal effect op stofwisselingsprocessen in darm en lever, en zelfs in de hersenen. Het is niet uitgesloten dat ze in heel ons lichaam effecten op de veroudering hebben. Verder onderzoek is nodig. Ingrijpen op de darmflora is een van de mechanismen waarmee wetenschappers verouderingsprocessen proberen te counteren. Er wordt al eeuwenlang gezocht naar verjongingskuren - de legendes van menselijke vampiers die baden in maagdenbloed zijn erop gebaseerd. Het zal niet verbazen dat er onder meer in het Amerikaanse hightechmekka Silicon Valley bedrijfjes zijn die tegen betaling van forse bedragen transfusies met 'jong bloed' aanbieden om veroudering tegen te gaan. Er is geen enkele ernstige indicatie dat het iets uithaalt.De farmaceutische industrie laat zich niet onbetuigd in de zoektocht. Verschillende middelen zitten in de fase van klinische tests om te zien of ze een merkbaar effect op verouderingsprocessen hebben. De resultaten zijn vooralsnog niet veelbelovend. De stof resveratrol (een natuurlijk product uit onder meer blauwe druiven) gaf steengoede resultaten in het verlengen van de levensduur van muizen en apen, maar de eerste klinische tests bij mensen kwamen niet verder dan op zijn zachtst gezegd moeilijk interpreteerbare resultaten. Ook diverse andere middelen die de veroudering van cellen zouden tegengaan, hebben hun efficiëntie nog niet aangetoond. Een ontstekingsremmer als rapamycine blijkt wel een remmend effect op bepaalde ouderdomsziekten te hebben, maar het is onduidelijk of hij ook gewone ouderdomsprocessen vertraagt. In afwachting van meer farmaceutisch succes rest er niet veel anders dan wat artsen ondertussen genoegzaam 'levensstijlgeneeskunde' noemen: het cultiveren van een gezonde levensstijl met voldoende fysieke en geestelijke activiteit en een positieve ingesteldheid in het leven. Drie keer per week een stevige natuurwandeling maken, bijvoorbeeld, en regelmatig een moeilijk cryptogram oplossen. Het zijn vooralsnog de ingrepen met het meeste kans op succes. Ze kosten ook het minst. U hebt uw lot deels in eigen handen.