Uit nieuw wetenschappelijk onderzoek blijkt dat wij veel meer dromen dan we denken. We dromen zelfs overdag, wanneer we in een vervelende vergadering zitten, of in de sleur van het filerijden. Maar ook 's nachts dromen we langer dan gedacht. De gangbare mening was dat we bijna uitsluitend dromen tijdens de zogenaamde rem-slaap (het luik van de slaap met de snelle oogbewegingen: rapid eye movements). De oogbewegingen zouden een reactie kunnen zijn op het levendige dromen, op de spielereien van onze hersenen.
...

Uit nieuw wetenschappelijk onderzoek blijkt dat wij veel meer dromen dan we denken. We dromen zelfs overdag, wanneer we in een vervelende vergadering zitten, of in de sleur van het filerijden. Maar ook 's nachts dromen we langer dan gedacht. De gangbare mening was dat we bijna uitsluitend dromen tijdens de zogenaamde rem-slaap (het luik van de slaap met de snelle oogbewegingen: rapid eye movements). De oogbewegingen zouden een reactie kunnen zijn op het levendige dromen, op de spielereien van onze hersenen. Maar volgens een studie op de wetenschapswebsite BioRxiv dromen wij ook tijdens het diepe deel van onze slaap. Het vergde een ingewikkelde psychologische proef, gecombineerd met metingen van de activiteit van de hersenen, om daarachter te komen. Maar wat blijkt? De dromen tijdens de diepe slaap zijn een stuk banaler dan de actieve dromen uit de rem-slaap. Ze wekken weinig emoties op. We onthouden ook zo goed als nooit wat we dromen tijdens de diepe slaap - misschien heeft dat met de banaliteit te maken. Emoties, zoals angst en opwinding, hangen samen met de wilde avonturen die we beleven tijdens de rem-slaap. Toch konden de onderzoekers bewijzen dat de dromen tijdens de diepe slaap belangrijker kunnen zijn dan die van de rem-slaap. Het probleem bij zulke vergelijkingen is dat wetenschappers nog altijd geen goed zicht hebben op de functie van dromen. Dat het om een virtuele avontuurlijke beleving zou gaan om onze geest alert te houden onder druk van de dagelijkse sleur, gelooft bijna niemand. Desondanks gaan wetenschappers ervan uit dat de natuur de rem-slaap met levendige dromen introduceerde en cultiveerde omdat die nuttig zijn voor onze overleving en ons welzijn. Het wordt niet uitgesloten dat dromen een soort oefening van snelle reacties inhouden, voor het geval er in het wakkere bestaan iets misloopt. Een training zonder dat je de te oefenen bewegingen concreet hoeft uit te voeren. Dromen zouden vooral essentieel zijn om leerprocessen en creativiteit te bevorderen. Dat gebeurt door informatie tijdens de slaap te koppelen aan wat we al in ons hoofd hebben, en door eventueel connecties te leggen waaraan we tijdens onze dagelijkse bezigheden, die veel aandacht en energie opslorpen, niet zouden denken. Zo is goed slapen voor een examen beter dan tot een gat in de nacht blokken, of 's morgens heel vroeg opstaan om alles nog eens door te nemen. De hersenen zijn tijdens de slaap bijzonder efficiënt in het consolideren van informatie. In het algemeen bevat ongeveer een derde van de dromen elementen die we in het dagelijks leven onmogelijk zouden achten. Daarom zie je soms je oude leraar wiskunde opduiken in een achtervolgingsavontuur dat een variant lijkt op wat je ooit in Afrika beleefde. Op zo'n moment proberen je hersenen niet voor de hand liggende verbindingen uit om creatieve oplossingen te zoeken voor muizenissen. Klassiek gaan je hersenen dan 'leuren' met nieuwe gegevens langs herinneringen die ze eerder hebben opgeslagen, om te kijken of ze ergens een logische link kunnen leggen. Ze proberen nieuwe elementen in te passen in wat wetenschappers zo mooi ons 'neurologische decor' noemen: ons beeld van de wereld dat we puurden uit wat dat onafhankelijk opererende orgaan in ons hoofd eerder besliste te onthouden. Een nieuw overzicht van bestaande inzichten, gepubliceerd in Trends in Cognitive Sciences, beschrijft de interactie tussen de rem-slaap en de diepe slaap om probleemoplossend te werk te gaan. Diepe slaap zou belangrijk zijn om informatie te organiseren in bruikbare categorieën. De rem-slaap is belangrijk om boven die categorieën uit te stijgen en niet voor de hand liggende verbanden te zoeken. Dat spoort met de vaststelling dat dromen in de rem-slaap veel chaotischer overkomen dan de als banaal ervaren dromen uit de diepe slaap. Zo zouden dromen instrumenteel kunnen zijn bij het nemen van moeilijke beslissingen. Er eens goed over slapen is geen uit de lucht gegrepen kans om nog eens na te denken, het werkt echt. Je kunt zo zelfs wat ogenschijnlijk verloren tijd recupereren: je brengt een derde van je leven slapend door, waarvan vele jaren dromend. Voor echt out-of-the-box denken moet je dromen in je rem-slaap. Current Biology publiceerde laatst een intrigerende case. Pelsrobben blijken aan land, waar ze voor hun voortplanting naartoe moeten, een goed uitgebouwde rem-slaap te hebben, terwijl die er tijdens de maanden die ze in het water doorbrengen niet is. Dan slapen ze zoals walvissen en andere zeezoogdieren die nooit aan land komen: telkens met één helft van de hersenen in rustmodus en de andere helft alert. Volgens de onderzoekers zou de rem-slaap nodig zijn om de temperatuur van de hersenen, die licht afneemt tijdens het slapen, weer op peil te brengen voor we wakker worden. Vergelijkbaar met wat rillen doet voor een koud lichaam. Of pelsrobben dromen is niet bekend, maar de (lichte) opwarming van de hersenen zou een verlevendiging van de dromen in de hand kunnen werken. Grappig is de suggestie dat wij, wanneer we moeten overnachten in een omgeving waarmee we niet vertrouwd zijn, zoals de eerste nacht in een hotel, wat meer zoals zeezoogdieren slapen: met een verhoogde nachtelijke alertheid, waardoor we minder goed slapen, maar soms ook actiever dromen. Een andere studie in Current Biology toonde aan dat vooral de linkerhelft van onze hersenen in zulke omstandigheden moeizamer in de onbewuste fase overgaat, omdat ze alerter blijft. De activiteit zou vooral hoger blijven in de zone van de linkerhelft die ook actief is als we dagdromen. De zone begeeft zich dus systematisch op de grens tussen bewust en onbewust. Steeds meer wetenschappers zijn ervan overtuigd dat dromen nodig zijn voor een gezond geestesleven. Daar knelt de schoen, want een recente analyse in New Scientist wijst uit dat een moderne levensstijl ten koste gaat van ons droomvermogen. En een leven vol gebroken dromen is niet gezond. Dronken of stoned gaan slapen is funest, want ze verhinderen op z'n minst de eerste cyclus van de rem-slaap. (Een slaapsessie bestaat uit een vijftal cycli van diepere en lichtere slaap, waarbij de diepe slaap geleidelijk steeds minder diep wordt en de rem-slaap steeds langer duurt.) Dagelijks veel te vroeg door een wekker uit een diepe slaap gehaald worden is ook kwalijk. Nachtelijk licht, en zeker licht afkomstig van televisie- en andere schermen, is evenmin goed. Sommige wetenschappers verkiezen trouwens de term 'dromeloosheid' boven slapeloosheid om de schadelijke effecten van slaaptekort te duiden. Onderzoekers hebben recent ook aangetoond dat er een verband lijkt te bestaan tussen wat we dromen en de bewegingen die we slapend maken. Leuk om te weten als je nog eens naar een molenwiekende of pratende slapende partner ligt te kijken en luisteren. Om te vermijden dat we effectief op de loop zouden gaan als we in een droom door een dinosaurus of een leraar wiskunde achtervolgd worden, leggen onze hersenen tijdens onze slaap onze spieren zo goed als lam. Ook onze spraak- en luistermogelijkheden worden beperkt. Zeker vroeger, in een omgeving met roofdieren die mensen daadwerkelijk achter de veren zaten, moet dat een evolutionair breekpunt zijn geweest. Diep slapen op de grond was waarschijnlijk alleen mogelijk in een prehistorie met vuur, waarvoor veel dieren bang zijn, en in een sociale context, waarin er altijd wel iemand wakker was om de wacht te houden. Dat tieners doorgaans langer slapen dan andere mensen zou een gevolg (kunnen) zijn van de prehistorische noodzaak tot nachtelijke taakverdeling. Driekwart van de mensen babbelt weleens tijdens hun slaap. Dat zijn waarschijnlijk grotendeels automatische reacties op wat de hersenen 'zien' tijdens een droom. Het is al lang duidelijk dat dromen vooral stomme films zijn: er komen weinig geluiden of andere zintuiglijke ervaringen, zoals geuren, aan te pas. Een derde van de slapers gaat af en toe op wandel: de slaapwandelaars. De ene is er al gevoeliger voor dan de andere. Veel mensen maken wel veel kleine bewegingen tijdens hun slaap. Die zouden gelinkt zijn aan het scherp afstellen van de hersenen op het stimuleren van de juiste spieren. Onze hersenen zijn een heel flexibel orgaan, maar door het groeien (of krimpen) van ons lichaam, of door andere noodzakelijke aanpassingen, moeten ze zich kunnen bijsturen. Het idee begint te circuleren dat dromen daarbij een functie vervullen, door één voor één bepaalde bewegingen te koppelen aan bepaalde activiteiten in ons hoofd - weliswaar in beperkte mate, zodat we niet uit het raam springen als we dromen dat het brandt. Wetenschappers vinden weinig verbanden tussen de persoonlijkheid van mensen en hoe intens ze dromen of wat ze zich van hun dromen herinneren. Er zijn wel uitzonderingen. Zo is vastgesteld dat fervente gamers de neiging hebben terug te vechten als ze in hun dromen achtervolgd of geviseerd worden, terwijl andere mensen dat veel minder doen. De macht der gewoonte wellicht, want dat doen ze ook virtueel in hun spelletjes. Het feit dat ze terugvechten zorgt ervoor dat ze hun dromen minder angstaanjagend vinden dan andere mensen. Het idee wint veld dat onze hersenen onze dromen kunnen sturen. Dat volgt uit de studie van wat wetenschappers 'lucide' dromers noemen: mensen die zich meer dan anderen bewust zijn van hun dromen, die ze dikwijls gedetailleerd kunnen navertellen en af en toe licht kunnen sturen - ze kunnen soms zelfs hun eigen rol in een droom bepalen. Kleine afwijkingen in de relatieve grootte van bepaalde zones van de hersenen, vooral in de achterste prefrontale cortex, zouden de capaciteit tot lucide dromen bevorderen. Sommige wetenschappers zoeken heil in techniek of in chemie om die capaciteit te bevorderen. In het vakblad Dreaming - inderdaad, er is een wetenschappelijk tijdschrift dat uitsluitend studies over dromen publiceert - verscheen een onderzoek waarin werd aangetoond dat jezelf wakker maken na vijf uur slaap (met een wekker) en vervolgens verschillende keren hardop de zin 'de volgende keer dat ik droom, zal ik onthouden wat ik droom' uitspreken, kan volstaan om je meer betrokken te voelen bij (en in) je volgende dromen. Een recentere studie van dezelfde ondergroepsgroep, gepubliceerd in Perceptual and Motor Skills, stelt dat het innemen van vitamine-B6 kan helpen om je dromen te herinneren. De meeste onderzoekers blijven sceptisch over die claims, maar dat belet niet dat de studie ervan ijverig wordt voortgezet. Greep krijgen op wat er 's nachts in je hoofd gebeurt, kan onvermoede toepassingen hebben, en niet alleen in het bevorderen van besluitvorming en het stimuleren van inspiratie. Artsen en psychologen hopen er angsten en nachtmerries mee te kunnen bestrijden, en zelfs het herstel na ongevallen met zware fysieke letsels te vergemakkelijken - door de hersenen te stimuleren om bepaalde links tussen hun activiteit en de sturing van een lichaam te herzien. Ongeveer 5 procent van de bevolking heeft geregeld last van zware nachtmerries. Sommige mensen zijn bang om in te slapen uit vrees voor wat er komen gaat. Of ze worden meteen wakker als er iets ernstigs in hun droom gebeurt, waardoor ze met slaapproblemen (of preciezer: droomproblemen) te kampen krijgen. Niet zelden monden chronische nachtmerries uit in zelfmoord of zelfmoordpogingen. Veel nachtmerries gaan gepaard met beelden van fysieke agressie en andere rechtstreekse dreigingen. De klassieke man-vrouwverschillen spelen ook in deze context: mannen hebben meer nachtmerries over oorlogs- en andere crisisomstandigheden, vrouwen meer over ernstige conflicten tussen een beperkt aantal personen. Een studie in het vakblad Motivation and Emotion, waaraan ontwikkelingspsycholoog Maarten Vansteenkiste van de UGent meewerkte, kwam tot de conclusie dat nachtmerries een reflectie kunnen zijn van frustraties van mensen die overdag onvoldoende bevestigd worden in hun nood aan autonomie en het gevoel competent te zijn. Zulke mensen dromen vaker dat ze vallen, mislukken of aangevallen worden. Het omgekeerde kan ook: dat dromen het beoordelingsvermogen van mensen beïnvloeden. Het illustreert hoe belangrijk het tweerichtingsverkeer tussen de bewuste en de onbewuste belevenissen in de hersenen is. Het idee dat dromen ons denken en doen beïnvloeden, is zo oud is als de straat, of toch minstens als de bedenksels van psychoanalisten als Sigmund Freud. Maar experimenten, onder meer beschreven in The Journal of Personality and Social Psychology, leidden toch vooral tot de conclusie dat mensen in hun dromen een betekenis zoeken die aansluit bij wat ze al in het bewuste deel van hun hoofd hebben - net zoals ze uit het digitale overaanbod aan informatie het nieuws halen dat aansluit bij wat ze al denken. Wat onomstotelijk aangetoond lijkt, is dat dromen de angel uit pijnlijke herinneringen kunnen halen. Ze kunnen letterlijk helend werken. Tijdens de slaap, en zeker tijdens de voor levendige dromen belangrijke rem-slaap, wordt de productie van stresshormonen in ons hoofd op een lager pitje gedraaid. Volgens een (al vrij oude) studie in Current Biology wordt een verwerkingsproces bevorderd door het oproepen van pijnlijke herinneringen in dromen zonder dat je hoofd tegelijk gebombardeerd wordt door stressuitlokkers. De pijnlijke herinneringen worden opgerakeld en in perspectief geplaatst, terwijl je hoofd vol neurochemisch 'balsemende' signalen zit. Zo wordt de emotionele stress die met een gebeurtenis gepaard ging geleidelijk weggemasseerd. In The Journal of Palliative Medicine werd enkele jaren geleden gesuggereerd dat terminaal zieke mensen door het dromen van de dood een comfortabeler gevoel kunnen ontwikkelen over hun levenseinde. Hun hersenen helpen hen ook in hun dromen om zich voor te bereiden op wat komt. Mensen blijken in die omstandigheden vaker dan anders te dromen van eerder gestorven vrienden of familieleden, wat de kwaliteit van hun laatste levensweken zou verhogen. Blijkbaar geven de dromen je het gevoel dat je ook na je dood niet alleen zult zijn - wat voor een sociaal ingestelde soort als de mens effectief geruststellend kan zijn.