De eischaal van een kip is hard genoeg om haar kuiken efficiënt te beschermen. Maar ze mag niet te hard zijn, anders kan het jong er niet uit breken. Daar heeft de natuur iets op gevonden, via het proces dat wij 'darwiniaanse natuurlijke selectie' noemen: als het ogenblik van uitslui...

De eischaal van een kip is hard genoeg om haar kuiken efficiënt te beschermen. Maar ze mag niet te hard zijn, anders kan het jong er niet uit breken. Daar heeft de natuur iets op gevonden, via het proces dat wij 'darwiniaanse natuurlijke selectie' noemen: als het ogenblik van uitsluipen nadert, verzacht de eischaal. Een studie in Science Advances legt uit hoe dat proces in zijn werk gaat. Alles draait om een eiwit dat osteopontine heet: dat verbindt het calciumcarbonaat dat de schaal haar kracht geeft. De buitenste lagen hebben meer osteopontine dan de binnenste, waardoor ze harder zijn. Is een kuiken bijna volgroeid, dan laten de binnenste lagen calciumcarbonaat los, zodat het dier ze gemakkelijker kan breken. Het calcium dat daarbij vrijkomt, wordt ingezet om zijn skelet een extra boost te geven, waardoor het krachtiger tegen de schaal kan pikken. Dat is hoe de kip haar problemen oplost. De mens heeft zijn eigen technieken. Een studie in Nature Structural & Molecular Biology beschrijft hoe eitjes in een vrouwelijk embryo 'fris' gehouden worden - ze worden al vroeg in de ontwikkeling gevormd. In dit geval is er epigenetica in het spel: chemische stoffen die op het DNA worden geplaatst om genen tijdelijk uit te schakelen. Dat houdt eitjes in het vrouwenlichaam in een soort slaaptoestand, tot ze klaar worden gemaakt voor gebruik.