De tabakswittevlieg is geen vlieg, maar een luis verwant aan de bladluizen. Ze is in oorsprong een subtropische soort, afkomstig uit India en Pakistan. Zoals wel meer levensvormen profiteerde ze van de globalisering. Ze reist al decennialang de wereld rond, vooral met sierbloemen en bladgroenten die over grote afstanden tussen kwekers en kopers worden verplaatst - héél onduurzaam. Zo kwam ze in de loop van de jaren 1980 ook in België en Nederland terecht.
...

De tabakswittevlieg is geen vlieg, maar een luis verwant aan de bladluizen. Ze is in oorsprong een subtropische soort, afkomstig uit India en Pakistan. Zoals wel meer levensvormen profiteerde ze van de globalisering. Ze reist al decennialang de wereld rond, vooral met sierbloemen en bladgroenten die over grote afstanden tussen kwekers en kopers worden verplaatst - héél onduurzaam. Zo kwam ze in de loop van de jaren 1980 ook in België en Nederland terecht. Het diertje is een nachtmerrie voor glastuinders. Het parasiteert op meer dan vijfhonderd plantensoorten, waaronder tomaten, komkommers en begonia's. De tabakswittevlieg zou bij ons zijn geïntroduceerd via sierplanten als Chinese roos en kerstster. Het is een utopie te veronderstellen dat we ze ooit volledig onder controle zullen krijgen, zeker omdat de beestjes behoorlijk kunnen vliegen. Plaatselijk de schade beperken lijkt het hoogst haalbare. De geelwitte tabakswittevliegen worden amper een millimeter groot. Ze hebben een gebocheld voorkomen, met witte vleugels die ze over hun lichaam plooien. Ze leven aan de onderkant van bladeren, waar ze sap opzuigen uit het floëem: het weefsel dat instaat voor het transport van suikerrijke voedingsstoffen. Zodra de vrouwtjes uit hun pop gekropen zijn, beginnen ze minuscule eitjes op een blad te leggen, in totaal tussen de vijftig en vierhonderd eitjes. Daaruit kruipen larfjes van een kwart millimeter groot, die zich over het blad verplaatsen tot ze een geschikt plekje voor hun voeding gevonden hebben. Daar zuigen ze zich wekenlang vol sap. De lengte van de levenscyclus van de wittevlieg hangt af van de temperatuur: als die hoger is dan 20 graden duurt hij 22 dagen - de volwassen beestjes leven dan een tweetal weken. Bij lagere temperaturen kan een cyclus 70 dagen duren en kunnen de beestjes twee maanden oud worden. Het gaat dan allemaal wat trager. De voornaamste schade aan de plant wordt niet veroorzaakt door het verlies aan sap en evenmin door de afvalstoffen die de luisjes aan de lopende band uitscheiden in de vorm van 'honingdauw' - die maakt planten wel kleverig en vatbaar voor schimmels. Het voornaamste euvel is dat de tabakswittevlieg meer dan honderd virussoorten draagt, die in haar gastplant terecht kunnen komen en ziekten veroorzaken. De beestjes zijn in staat de defensiemechanismen van een plant te omzeilen. Ze hanteren daarbij uitzonderlijke tactieken. Het vakblad Cell rapporteerde de ontdekking van een wetenschappelijke primeur: een insect dat een gen uit een plant haalde om er de weerstand van de plant tegen zijn aanwezigheid mee te omzeilen. Het gaat om het gen dat een plant beschermt tegen haar eigen gif. Zo verwierf ook het insect weerstand tegen het plantengif. Onderzoek toonde aan dat het uitschakelen van het gen de wittevlieg extra kwetsbaar maakt voor het plantengif, wat perspectief biedt voor de ontwikkeling van een efficiënt bestrijdingsmiddel. Tabakswittevliegen hebben ook weerstand ontwikkeld tegen chemische bestrijdingsmiddelen. Telers zetten nu vooral in op biologische bestrijding met roofwantsen en sluipwespen in hun serres, die de luizen aanvallen. Meer dan een populatie onder controle houden doen die echter niet. Uitroeien zit er niet meer in. De globalisering speelt ons op vele wijzen parten.