Er liggen dit najaar weinig zeepaddenstoelen op de Vlaamse stranden. 2017 was een piekjaar, met tien keer meer aangespoelde kwallen dan gewoonlijk. Dat had waarschijnlijk te maken met specifieke stromingen in de zee, die een massa kwallen naar onze stranden dreven.
...

Er liggen dit najaar weinig zeepaddenstoelen op de Vlaamse stranden. 2017 was een piekjaar, met tien keer meer aangespoelde kwallen dan gewoonlijk. Dat had waarschijnlijk te maken met specifieke stromingen in de zee, die een massa kwallen naar onze stranden dreven. Grote kwallen kunnen wel stroomopwaarts zwemmen, als ze dat nodig vinden. Ze doen dat door ritmische samentrekkingen van hun lichaam. Onderzoek gepubliceerd in het vakblad Current Biology heeft dat bevestigd: met zendertjes uitgeruste kwallen zijn in staat om - met een bescheiden snelheid - tegen de heersende zeestromingen in te gaan. Ze weten stromingen ook te vinden, al is het niet duidelijk hoe. Mogelijk speelt de interactie tussen water met een bepaalde snelheid enerzijds en de kwallenwand anderzijds daarbij een rol. De vaststelling illustreert in ieder geval dat kwallen hun leefomgeving niet passief ondergaan, zoals lang is gedacht. Kwallen zijn een geleiachtige massa die voor meer dan 90 procent uit water bestaat. Een zeepaddenstoel kan imposant worden. Doorgaans heeft hij een diameter van 30 tot 40 centimeter, maar in uitzonderlijke kwallenjaren kan hij bijna een meter groot worden en meer dan tien kilogram wegen. De kwal is lichtblauwig van kleur met een rand van paarsblauwe lobben onder aan de massa die we zijn lichaam noemen. Echte tentakels heeft hij niet, wel acht armen waarmee hij voedsel in de richting van zijn mond kan wapperen. De zeepaddenstoel is ongevaarlijk voor de mens, want hij heeft weinig gif en weinig cellen waarmee hij dat gif in contact met de huid van zwemmers kan brengen. Geen reden tot paniek, dus. Dat kwallen een vorm van controle over hun bewegingen hebben, impliceert dat ze elkaar zouden kunnen opzoeken. Op sommige plekken in de zee ontstaan soms concentraties van misschien wel een miljoen zeepaddenstoelen. Het is niet duidelijk of kwallen een partnerkeuze etaleren. De meeste soorten lossen hun zaad- of eicellen zomaar in het water, waarna twee celletjes met elkaar versmelten als ze de 'ware' tegenkomen (wat dan betekent: 'behorend tot de juiste soort'). Mannelijke zeepaddenstoelen hebben blauwige geslachtsorganen die zichtbaar zijn door hun wand, vrouwelijke bruinige. Zeepaddenstoelen leven doorgaans een jaar. In het najaar wordt er voortgeplant, waarna de volwassen dieren sterven (en niet zelden naar de zeebodem zinken, waar ze opgeruimd worden door kwallenkadavereters die de energie uit een dode kwal opnieuw in circulatie brengen). Uit een bevruchting groeit een larve die zich snel vastzet op de zeebodem en een poliep wordt. De poliep overwintert en laat in de lente stukjes los die allemaal uitgroeien tot een volwassen kwal om de cyclus te sluiten. Een kwal combineert, met andere woorden, geslachtelijke voortplanting (na bevruchting) met ongeslachtelijke (knopvorming door poliepen). Wetenschappers vermoeden dat de klimaatopwarming het succes van de zeepaddenstoel bevordert. In zachte winters zouden volwassen kwallen overleven en uitgroeien tot echte giganten. Die planten zich dan in de lente voort, waarna ze alsnog sterven. Dat impliceert dat er sommige jaren ook in de lente dode kwallen aanspoelen. Volgens experts kan de opwarming de voortplantingscyclus van de kwal definitief veranderen.