In de dierenwereld is het motto 'hoe groter, hoe beter' niet altijd van toepassing. De 3 meter grote en tot meer dan 500 kilo wegende mensapensoort Gigantopithecus die honderdduizenden jaren in de tropische wouden leefde van wat nu Zuid-China is, was mogelijk te groot om te kunnen overleven.

Volgens Herve Bocherens van de universiteit van Tübingen in Duitsland had de Gigantopithecus te veel voedsel nodig om te kunnen blijven bestaan en zich voort te planten. 'In het Pleistoceen veranderden door de klimaatverandering meer en meer bossen in savannes en was er steeds minder voedsel voor de reuzenaap.', aldus Bocherens in het vakblad Quaternary International. Terwijl de andere dieren overschakelden op gras, wortelen en bladeren, bleef de apensoort zich vasthouden aan zijn dieet van bosvruchten, zo blijkt uit analyse van de tanden van het dier.

Bocherens meent dat de primaat wel had kunnen overleven als het kleiner was geweest. 'Verwanten van de reuzenaap, zoals de orang-oetan, hebben het wel gehaald ondanks hun specifiek dieet', zo klinkt het. Ook de eerste mens in Afrika wist zijn dieet aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Wellicht was de Gigantopithecus te zwaar en te log om in de bomen te klimmen en zich van tak tot tak vooruit te slingeren. (TE)

In de dierenwereld is het motto 'hoe groter, hoe beter' niet altijd van toepassing. De 3 meter grote en tot meer dan 500 kilo wegende mensapensoort Gigantopithecus die honderdduizenden jaren in de tropische wouden leefde van wat nu Zuid-China is, was mogelijk te groot om te kunnen overleven. Volgens Herve Bocherens van de universiteit van Tübingen in Duitsland had de Gigantopithecus te veel voedsel nodig om te kunnen blijven bestaan en zich voort te planten. 'In het Pleistoceen veranderden door de klimaatverandering meer en meer bossen in savannes en was er steeds minder voedsel voor de reuzenaap.', aldus Bocherens in het vakblad Quaternary International. Terwijl de andere dieren overschakelden op gras, wortelen en bladeren, bleef de apensoort zich vasthouden aan zijn dieet van bosvruchten, zo blijkt uit analyse van de tanden van het dier. Bocherens meent dat de primaat wel had kunnen overleven als het kleiner was geweest. 'Verwanten van de reuzenaap, zoals de orang-oetan, hebben het wel gehaald ondanks hun specifiek dieet', zo klinkt het. Ook de eerste mens in Afrika wist zijn dieet aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Wellicht was de Gigantopithecus te zwaar en te log om in de bomen te klimmen en zich van tak tot tak vooruit te slingeren. (TE)