Het Zweedse parlement heeft premier Stefan Löfven dinsdag aan de kant geschoven. De eerste minister verloor een vertrouwensstemming. De centrumrechtse oppositie, verenigd in de 'Alliantie', en de rechtspopulistische Zweden Democraten sloegen de handen in mekaar om de sociaaldemocratische premier te ontslaan.

Een meerderheid van 204 op 349 parlementsleden stemde tegen de vertrouwensmotie. Löfven kreeg slechts de steun van 142 parlementsleden. De vertrouwensstemming is verplicht in Zweden na parlementsverkiezingen.

Löfven kwam verzwakt uit de stembusgang. Bij de verkiezingen van 9 september behaalde geen enkel politieke coalitie een meerderheid in het parlement. De roodgroene coalitie van Löfven behaalde met 144 van de 349 zetels slechts één zetel meer dan de centrumrechtse oppositie, die 143 zetels behaalde. Daardoor krijgen de Zweden Democraten, die 62 zetels behaalden, een sleutelrol in de coalitiegesprekken.

De kandidaat van de 'Alliantie', Ulf Kristersson, had wel al uitgesloten met de rechtspopulisten te onderhandelen, maar sloot niet uit te zullen terugvallen op hun steun. Löfven blijft de regering waarnemend verder leiden, tot de regeringsonderhandelingen succesvol afgesloten zijn. De 'Alliantie' en de Zweden Democraten sloegen maandag ook de handen in elkaar voor de verkiezing van de nieuwe parlementsvoorzitter.

De conservatieve Anders Norlen moet nu in gesprek gaan met de partijleiders en uitmaken welke kandidaat de grootste kans heeft om een regering te vormen, die de steun van het parlement kan krijgen. In Zweden kunnen er vier rondes van coalitiegesprekken zijn, voor er nieuwe verkiezingen plaatsvinden.

De marge is deze keer echter flinterdun, nu alle partijen zich ingraven. De Zweden Democraten willen ook geen enkele regering steunen zonder toegevingen te verkrijgen. De rechtspopulistische partij slaagde er al in het debat in Zweden te verschuiven, nu bijna elke groep pleit voor striktere beperkingen op immigratie en een sterkere rechtsstaat. De partij, die neonazistische wortels heeft, probeert ook meer aanvaardbaar te worden voor de andere partijen door de meest extreme leden op straat te zetten.

Het Zweedse parlement heeft premier Stefan Löfven dinsdag aan de kant geschoven. De eerste minister verloor een vertrouwensstemming. De centrumrechtse oppositie, verenigd in de 'Alliantie', en de rechtspopulistische Zweden Democraten sloegen de handen in mekaar om de sociaaldemocratische premier te ontslaan.Een meerderheid van 204 op 349 parlementsleden stemde tegen de vertrouwensmotie. Löfven kreeg slechts de steun van 142 parlementsleden. De vertrouwensstemming is verplicht in Zweden na parlementsverkiezingen. Löfven kwam verzwakt uit de stembusgang. Bij de verkiezingen van 9 september behaalde geen enkel politieke coalitie een meerderheid in het parlement. De roodgroene coalitie van Löfven behaalde met 144 van de 349 zetels slechts één zetel meer dan de centrumrechtse oppositie, die 143 zetels behaalde. Daardoor krijgen de Zweden Democraten, die 62 zetels behaalden, een sleutelrol in de coalitiegesprekken. De kandidaat van de 'Alliantie', Ulf Kristersson, had wel al uitgesloten met de rechtspopulisten te onderhandelen, maar sloot niet uit te zullen terugvallen op hun steun. Löfven blijft de regering waarnemend verder leiden, tot de regeringsonderhandelingen succesvol afgesloten zijn. De 'Alliantie' en de Zweden Democraten sloegen maandag ook de handen in elkaar voor de verkiezing van de nieuwe parlementsvoorzitter. De conservatieve Anders Norlen moet nu in gesprek gaan met de partijleiders en uitmaken welke kandidaat de grootste kans heeft om een regering te vormen, die de steun van het parlement kan krijgen. In Zweden kunnen er vier rondes van coalitiegesprekken zijn, voor er nieuwe verkiezingen plaatsvinden. De marge is deze keer echter flinterdun, nu alle partijen zich ingraven. De Zweden Democraten willen ook geen enkele regering steunen zonder toegevingen te verkrijgen. De rechtspopulistische partij slaagde er al in het debat in Zweden te verschuiven, nu bijna elke groep pleit voor striktere beperkingen op immigratie en een sterkere rechtsstaat. De partij, die neonazistische wortels heeft, probeert ook meer aanvaardbaar te worden voor de andere partijen door de meest extreme leden op straat te zetten.