Opinie

Sus van Elzen

‘Zeggen dat China de éénkindpolitiek afgeschafte, is misschien een beetje voorbarig’

Sus van Elzen Sus van Elzen is journalist en auteur

Journalist Sus Van Elzen is op doorreis in China. Voor Knack.be houdt hij een blog bij waarin hij voorbij het nieuws van de dag kijkt. In deze derde aflevering stelt hij scherp op de kunstenaar Liu Xiaodong, en de werken die hij maakte over ‘de grootste spookstad van China’.

Er zijn nog steeds enkele goede galerijen actief in ‘798’, de oude fabriek die tot centrum voor hedendaagse kunst werd omgetoverd in Peking. Dat was in de jaren 2000 – 2002, naar Chinese normen een eeuw geleden. Werd de oude militaire elektronicafabriek aanvankelijk bevolkt door de Pekingse avant-garde, rebelse, soms geniale kunstenaars met veel ideeën en absoluut geen geld, mettertijd is de zaak vercommercialiseerd. Het succes kwam en de huren zijn gestegen, veel gallerijtjes — en ateliers — werden winkeltjes of cafés, de boekhandel annex uitgeverij werd Japans restaurant, de meeste artiesten verdwenen naar een dorp verderop. Toch is 798 nog steeds een bezoek waard.

‘Zeggen dat China de éénkindpolitiek afgeschafte, is misschien een beetje voorbarig’

In de Faurschou Foundation hield Liu Xiaodong een expositie, van een schilderijenproject dat hij in Ordos maakte, Binnen-Mongolië, genaamd ‘de grootste spookstad van China’.

Ordos is een van China’s totaal nieuwe steden, gepland voor een miljoen inwoners, op een plek, de onmetelijke graslanden van Binnen-Mongolië, waar voorheen in vergelijking eigenlijk helemaal niemand woonde, of zo zullen de planologen het gezien hebben.

Het was groots opgezet, met uiterst hedendaagse hoogbouw-architectuur en futuristische constructies op de luchthaven en waar het elders zo uitkwam. Brede lanen. Het Zwitserse architectenbureau Herzog & de Meuron maakte samen met Ai Weiwei (met wie ze samengewerkt hadden voor het Olympische stadion “Vogelnest” in Peking) een plan, Ordos 100, waarvoor honderd internationaal geselecteerde architecten elk een supervilla zouden tekenen. Er is niets van gekomen, want die miljoen inwoners zijn ook nooit in Ordos geraakt en het hele grandioze project staat half afgewerkt te verkommeren in de Mongoolse windvlagen die uit de Gobi woestijn komen of erger. Ordos is spookstad geworden, en dàt wou Liu Xiaodong zien.

Paarden en grasland

Het was een grote tentoonstelling, opgebouwd in verschillende delen, waarvan de drie grote, vierkante doeken die het hart van de expositie uitmaken, wellicht de belangrijkste zijn. Maar dan is er ook een muur voorbereidende studies, en een rij schetsen van blauwe paarden want de schilder houdt van paarden en paarden zijn een vrij algemeen voorkomend thema in de Chinese schilderkunst. En Mongolen houden van paarden. Kortom, Mongolen willen paarden en grasland en paarden mogen niet in de stad die de plaats van het grasland heeft ingenomen, en daarom komen die Mongolen niet naar de stad. Terwijl andere Chinezen, of denk ik dat maar zo, niet tegen die onafzienbare vlakte kunnen en tegen die wind, en tegen de kou in de winter. Ordos spookstad. Bij de tentoonstelling hoort een film, een soort van the making of…”, waarin het probleem duidelijk gemaakt wordt, en ook het dagboek van de schilder tijdens de realisatie van het project — maar dat was nog in het Chinees.

Een schilderij van Liu Xiadong
Een schilderij van Liu Xiadong© Maria Fialho

De drie grote doeken doen wat surrealistisch aan. Ze tonen dramatische situaties met prachtige paarden en hun Mongools geklede begeleiders in de glinsterende, lege stad, terwijl Liu toch bekend is als realistische schilder. Soms wordt hij beschreven als de schilder van het alledaagse leven in China, wat ook verkeerd is. In een tekstje schrijft hij: Mensen die opkomen voor een agrarische samenleving zijn als Don Quichot die strijdt tegen de industriële beschaving. Zij vechten van s morgens tot s avonds, en s nachts als de industriële samenleving slaapt denken ze dat zij gewonnen hebben. De waarheid is dat zij volledig verslagen zijn. Ze maken zich gewoon maar wat wijs.

“Ik wilde paarden terug in de stad brengen,” zegt Liu Xiaodong, “maar dat is onmogelijk. Dat is het drama.”

Liu Xiaodong is een van de weinige écht grote schilders die hun atelier nog steeds in 798 hebben. Je vindt hem achter drie grote roestende gastanks, en een hoop bakstenen links. Ik heb geluk dat ik hem tref, want morgen is hij in Hong Kong. En nee, hij was nog nooit in Ordos geweest, maar hij had zo’n inval, dat hij wou proberen paarden in de stad te schilderen, en zodoende was hij er naartoe gegaan. “Ik hou niet van te grote steden.”

Ecologische catastrofe

Maar Ordos is niet zozeer een al te grote stad, het is veeleer een blunder, of een ecologische catastrofe. En het is niet de eerste catastrofe die hij schildert, daar was bijvoorbeeld zijn project rond de Drieklovendam…

‘Ik schilder om tragedies zichtbaar te maken.’

“Ik werk graag op onderwerpen die belangrijk voor ons zijn,” zegt hij. “Ik schilder om tragedies zichtbaar te maken.” Zo is hij nu bezig met het vluchtelingenprobleem in Europa. Hij is ervoor naar Griekenland en Turkije geweest. En naar Wenen. De detonator daarvoor, in zijn hoofd, was die foto van dat verdronken jongetje op het strand. Hij heeft een project over Chinatowns in de wereld achter de rug.

Liu Xiadong
Liu Xiadong© Maria Fialho

De schilderijen van Liu Xiaodong lijken vaak alledaags realistische beelden, niet al te fijntjes geschilderd en niet echt sexy voor de toeschouwer. Maar bij nader toekijken word je om je oren geslagen met de afwezigheid van de glamour waar China zo graag mee uitpakt, met de troosteloosheid van China en zijn Volksrepubliek. Dit werk is diep en nauwelijks verholen kritisch en kwaad. Maar de schilder loopt daar niet mee te koop. Dat is het verschil tussen hem en de in Europa veel bekendere Ai Weiwei, die niet bang is van kletterende verklaringen, maar die in zijn werk eigenlijk veel minder politieke inhoud legt dan Liu. “Een kwestie van temperament,” zegt Xiaodong. “En van familie-achtergrond misschien. Ik kom uit een arme, bange familie waar niemand ooit iets durfde zeggen. Dat is ons, Chinezen, diep ingeprent. Over de regering praat je niet. Maar wie goed naar mijn werk kijkt ziet de kritiek wel zitten.”

‘Tot grote verbazing van de regering bleek dat slechts één op de tien echtparen eigenlijk een tweede kind wilde.’

Je praat er niet over dus, en je laat je niet meeslepen door de actualiteit. Maar die spooksteden merk je wel, en wat er met die boeren en met die Mongolen gebeurt. En je schildert een spookstad, die daar gezet is om een miljoen inwoners uit het platteland op te vangen, maar die niet gekomen zijn omdat een beslissing dertig jaar geleden Chinese koppels verboden heeft meer dan één kind te hebben. Dus beslist de regering nu dat voortaan twee kinderen mag. De geboortepolitiek blijft dezelfde, de zes miljoen ambtenaren die hem moeten opleggen en controleren behouden hun job, alleen mogen nu twee kinderen. Kunnen ze dàt controleren.

Eigenlijk was het al een beetje zo, maar tot grote verbazing van de regering bleek dat slechts één op de tien echtparen eigenlijk een tweede kind wilde. Dus wordt er nu wat gas bijgegeven. Zeggen dat de éénkindpolitiek afgeschaft is, is misschien een beetje voorbarig. Chinezen hebben in deze hoe dan ook nog steeds niet veel in te brengen.

Partner Content