10 november 2018
...

Eerst maar het slechte nieuws. Sinds 1950 is de wereldbevolking gestegen van 2,6 naar 7,6 miljard mensen. Volgens de jongste prognose klokken we in 2050 af op 10 miljard. Voor de duidelijkheid: om de impact op de rest van het leven op aarde binnen de perken te houden, zouden er maximaal 2 tot 3 miljard mensen mogen zijn. De wereldbevolking blijft toenemen, hoewel het gemiddelde aantal kinderen per vrouw de jongste halve eeuw halveerde van 5 tot 2,4. Je hebt een gemiddelde van maximaal 2,1 nodig om de bevolking niet verder te doen stijgen. 91 landen zitten nu al onder die aangroeilimiet, maar 104 zitten er nog altijd (soms ver) boven. Lagere aantallen kinderen per vrouw zijn er vooral in Japan en Europa, maar er zijn ook verrassingen zoals Zuid-Korea, Iran en Brazilië. Hogere aantallen zijn er in Afrika en het Midden-Oosten. De extremen zijn Cyprus, met gemiddeld 1 kind per vrouw, en het Afrikaanse Niger met gemiddeld 7. Ook de gemiddelde kwaliteitsvolle levensverwachting, een andere parameter die de wereldbevolking kan doen stijgen, varieert sterk: van een maximum van 74 jaar in Singapore tot een minimum van 45 jaar in de Centraal-Afrikaanse Republiek. De cijfers komen uit een omstandige analyse van de evolutie van de levensverwachting en de gezondheid in 195 landen. Ze werd op 10 november gepubliceerd in het medische topvakblad The Lancet. Bijna vierduizend wetenschappers uit 146 landen leverden informatie voor het monnikenwerk. Onder hen de Vlaamse arts Jan-Walter De Neve, die als wereldgezondheidsexpert verbonden is aan de universiteit van het Duitse Heidelberg. Hij onderzoekt onder meer welk effect gezondheidsbeleid heeft op de verspreiding van ziekten als aids, tuberculose en hypertensie. 'Over het algemeen blijken veel mensen bij ons overbevolking te vrezen', zegt De Neve. 'De oudere generaties dachten vaak dat er nooit een einde aan de groei zou komen, tenzij er niet genoeg plaats meer zou zijn voor extra mensen. Maar dat beeld is bijgesteld. Elke voorspelling heeft beperkingen, maar we lijken toch op weg naar een stabilisering rond 2100. De wereldbevolking zal niet eindeloos aangroeien.' Volgens De Neve is onderwijs de belangrijkste factor om het aantal kinderen per vrouw - en dus het aantal mensen - terug te dringen. 'Dat komt in veel studies terug, ook in studies die als een natuurlijk experiment beschouwd kunnen worden. Bijvoorbeeld als de situatie vóór er grootschalig onderwijs kwam vergeleken wordt met de situatie erna. In Botswana kwam er in 1996 een wet waardoor veel meer vrouwen naar de middelbare school konden. Het aantal kinderen dat ze baarden, ging daardoor drastisch omlaag. Ouders lijken een afweging te maken tussen kwaliteit en kwantiteit van hun kinderen. Hoe langer de ouders naar school zijn geweest, hoe zwaarder kwaliteit doorweegt.' Andere belangrijke factoren zijn toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg (familieplanning inbegrepen) en ziekten. 'Vooral ziekten die kleuters treffen lijken mee het aantal kinderen te bepalen', legt De Neve uit. 'Ondervoeding en diarree, bijvoorbeeld, veroorzaken zo'n hoge kindersterfte dat ouders in die omstandigheden automatisch meer kinderen maken. De strijd tegen die ziekten kan zich vertalen in een daling van het aantal kinderen.' Demografische ontwikkelingen worden gestuurd door vruchtbaarheid, sterfte en migratie. Vruchtbaarheid weegt de jongste tijd het zwaarste door, bevestigt socioloog Jan Van Bavel (KU Leuven). 'In 1900 hadden België en de Filipijnen beide ongeveer 7 miljoen inwoners. In 2000 waren dat er respectievelijk 10 en 76 miljoen. Verwacht wordt dat de Belgische bevolking nooit boven de 12 miljoen zal komen, maar in de Filipijnen zullen er in 2050 volgens prognoses van de Verenigde Naties 127 miljoen mensen wonen. Dat is een wereld van verschil, die te verklaren is door de grote verschillen in het aantal kinderen per vrouw.' De huidige groei is, volgens Van Bavel, 'historisch uitzonderlijk en onhoudbaar op lange termijn'. Hij legt uit: 'De gemiddelde aangroei van de wereldbevolking in de tweehonderdduizendjarige geschiedenis van de moderne mens is 0,011 procentpunt per jaar, of 11 extra mensen per 1000. Zelfs met onze bescheiden recente aangroei zitten we in België aan een groei van 0,46 procentpunt. Als je die als maat zou hanteren, zou in minder dan 1500 jaar de Belgische bevolking alleen al tot 7 miljard aangroeien.' Je kunt ook de omgekeerde redenering volgen: je hebt slechts een kleine afname in het gemiddelde aantal kinderen per vrouw nodig om, weliswaar op langere termijn, een groot effect op de wereldbevolking te hebben. 'Voor een levensverwachting van 90 jaar zullen er met een gemiddelde van 1,75 kinderen per vrouw in 2200 nog 5,5 miljard mensen zijn en in 2300 3,5 miljard', rekent emeritus demograaf Robert Cliquet (VUB) voor. 'Als we het aantal kinderen kunnen verminderen tot 1,5 per vrouw, dan wordt dat respectievelijk 2,5 en 1 miljard. De algemene verwachting is dat we maximaal 11 miljard mensen zullen halen. Maar de afname zal nog een tijd op zich laten wachten.' De daling van het vruchtbaarheidscijfer gaat veel sneller dan de daling van de wereldbevolking. Dat heeft mee te maken met een verschijnsel dat wetenschappers demografische traagheid noemen. 'Zolang de wereldbevolking toeneemt, krijg je een toename van jonge mensen die zich zullen voortplanten, weliswaar met een kleiner aantal kinderen', legt Cliquet uit. 'Als vrouwen nu overal ter wereld niet meer dan 2,1 kinderen zouden krijgen, zodat de bevolking in principe niet meer kan aangroeien, zal de wereldbevolking toch nog met 40 procent stijgen, als gevolg van de traagheid in het systeem.' De vraag rijst of er iets gedaan kan worden om de afname van de vruchtbaarheidscijfers te versnellen. Op ziekte of oorlog om de wereldbevolking drastisch te doen slinken hoeven we niet te rekenen. Volgens de verslagen in The Lancet zijn er bijna geen ziekten meer die meer dan een miljoen doden per jaar maken. In de 14e eeuw doodde de pest in Europa ongeveer 50 miljoen mensen - dat was naar schatting de helft van de bevolking. Maar de wereldbevolking herstelde snel van de klap. Vandaag, met de moderne geneeskunde, wordt zo'n medische catastrofe onwaarschijnlijk geacht. De Eerste Wereldoorlog maakte zo'n 20 miljoen doden, de Spaanse griep die erop volgde wereldwijd nog eens 20 tot 50 miljoen. Maar op een wereldbevolking van ongeveer 1,8 miljard mensen had dat amper effect. Prognoses over het aantal doden van een globale kernoorlog lopen ver uit elkaar, met een maximum van 0,5 miljard (zonder het effect van de nucleaire winter, met ziekten en hongersnood, die erop zou volgen). Dat lijkt het enige wat een (mogelijk tijdelijk) effect op de wereldbevolking zou kunnen hebben. Op genetische correcties hoeven we ook al niet te rekenen. 'Een recente publicatie in Proceedings of the National Academy of Sciences, op basis van een gigantische Britse genetische gegevensbank, wees uit dat de mens blijft evolueren, maar dat de extremen eruit geselecteerd worden', legt geneticus Maarten Larmuseau (KU Leuven) uit. 'Dat zou in dit geval betrekking kunnen hebben op mensen die kinderloos blijven of mensen die heel veel kinderen krijgen. Maar over het algemeen zal de impact van genetica op de bevolkingsontwikkeling minimaal zijn.' Volgens Larmuseau is bewust geen kinderen krijgen eerder een cultureel of sociaal effect dan een genetisch. 'Mensen willen geen kinderen om zichzelf te kunnen ontplooien of uit respect voor de rest van het leven. Ook maatregelen zoals maximaal één kind per vrouw worden vanuit de politiek of de cultuur gestuurd. Het effect kan drastisch zijn. Door de eenkindpolitiek die lang in China gold, zijn er vandaag 400 miljoen Chinezen minder dan wanneer alles zijn gewone gangetje was blijven gaan. Op een bevolking van ongeveer 1,3 miljard is dat een significant gegeven.' Het is bekend wat er moet gebeuren om het aantal kinderen per vrouw omlaag te krijgen: strijden tegen armoede, hand in hand met onderwijs van met name vrouwen, inclusief seksuele voorlichting en familieplanning. Vrouwen kregen vroeger veel kinderen, omdat er veel stierven. Kinderen waren een verzekering voor een waardige oude dag. Met het terugdringen van de kindersterfte en de opmars van de sociale zekerheid gaat het aantal kinderen omlaag. Alleen is er nu in veel ontwikkelingslanden een loskoppeling van kindersterfte en geboorten: als gevolg van medische zorgen sterven er minder kinderen, maar de druk om veel kinderen te krijgen is (nog) niet afgenomen. 'Mensen pleiten soms voor het versterkt invoeren van anticonceptie in ontwikkelingslanden, maar als er geen extra stimulansen zijn, zal dat niet veel uithalen', zegt socioloog Van Bavel. 'In Europa werd een belangrijk deel van de afname in kindertal gerealiseerd voordat er sprake was van efficiënte anticonceptie. Dat neemt niet weg dat een betere toegang tot anticonceptie nuttig kan zijn. Er zijn nog altijd veel gebieden met te weinig mogelijkheden voor gezinsplanning. Er zijn ook nog altijd veel regio's waarin vrouwen te weinig macht hebben om tegen de mannen in te gaan.' Soms wordt er gepleit voor sterilisatiepremies en het invoeren van een kinderbelasting in plaats van kinderbijslag. Daarbij is dan bijvoorbeeld het eerste kind 'gratis' en moet er per volgend kind meer belasting worden betaald. Onrealistische en ongewenste ideeën, vindt Van Bavel. 'Meer kinderbijslag heeft - alvast bij ons - niet geleid tot meer kinderen. Op wereldvlak zal het weinig verschil maken, want op de meeste plaatsen waar de overheid kinderbijslag geeft, daalt het aantal kinderen per vrouw nu al. Ik zie trouwens geen enkele politieke context waarin zo'n maatregel realistisch zou zijn. Ik ben er ook geen voorstander van. Inzake het aantal kinderen moet de vrije keuze primeren. Toegang tot efficiënte gezinsplanning blijft wel essentieel.' Er zijn voorbeelden van goede en slechte leerlingen in de klas, zelfs in elkaars nabijheid. Een recente analyse in Science toonde onomstotelijk aan dat slimme demografische maatregelen een effect kunnen hebben. Zo hadden Bangladesh en Pakistan in 1980 min of meer hetzelfde aantal mensen (ongeveer 100 miljoen), maar in 2100 zal de bevolking van Pakistan twee keer groter zijn dan die van Bangladesh, omdat Bangladesh met succes programma's voor vrijwillige gezinsplanning invoerde. Iets vergelijkbaars geldt voor Afrikaanse landen als Malawi en Rwanda, wier inspanningen in gezinsplanning teniet worden gedaan door een gebrek aan inspanningen in landen als Nigeria en Mali. Demograaf Cliquet is niet bepaald optimistisch. 'Het gaat de goede kant uit, maar het gaat veel te traag. Het is uitermate moeilijk om het gedrag van mensen bij te sturen. Zeker omdat veel koppels bij het bepalen van het aantal kinderen dat ze krijgen geen rekening houden met het leefmilieu. Daarenboven willen internationale instanties het probleem niet op de agenda zetten. De strijd tegen overbevolking komt niet voor in de VN-rapporten over het behalen van de millenniumdoelstellingen of in het globale klimaatakkoord van Parijs. Er zijn onder politici en economen veel voorstanders van populatiegroei. Dat heeft voor een deel met machtspolitiek te maken. Toen de Turkse president Recep Tayyip Erdogan in 2016 alle Turkse vrouwen, ook in het buitenland, opriep om meer dan drie kinderen te krijgen, en als het even kan zelfs meer dan vijf, wilde hij zijn invloed in de wereld vergroten. De gevolgen voor het milieu zullen hem worst wezen. Veel mensen aanvaarden de benadering van de gevolgen voor de mens als soort niet, laat staan een aanpak op het niveau van de mens als soort. Ze houden in zaken als deze sterk vast aan hun individuele vrijheid.' Cliquets visie wordt mooi samengevat in een quote uit zijn dit jaar verschenen monumentale werk Evolution, Science and Ethics in the Third Millennium. Challenges and Choices for Humankind, dat hij samen de Brusselse sociologe Dragana Avramov schreef: 'Het is vrij duidelijk dat om de wereldbevolking te doen dalen tot een derde of zelfs een tiende van wat de prognoses zijn, een substantiële herziening en bijsturing nodig is van de menselijke moraal en van de demografische en economische doelen en beleidsregels. Er zal ook een grote verandering nodig zijn in de traditionele manier van denken van zowel religieuze instanties als seculiere politieke bewegingen.' Andere analisten waarschuwen er wel voor dat je een krimp van de wereldbevolking niet los kunt koppelen van flankerende maatregelen inzake consumptie en milieuoverlast. 'Een miljoen Belgen is veel erger dan een miljoen Rwandezen', zegt Jan Mertens van de ecologische denktank Oikos. 'Wij zeggen te gemakkelijk dat de oplossing voor de bevolkingsproblemen in Afrika of Azië ligt. Er moet in elk geval een herverdeling van middelen komen, want ook in Afrika en Azië zullen mensen meer comfort willen. Dan kom je onveranderlijk uit op de moeilijke vraag of ecologisch gulzige wereldbewoners - zoals wij - bereid zijn wat comfort in te leveren, zodat mensen elders een beter leven en dus minder kinderen zullen krijgen. Ik vind het onverantwoord dat ze elders alleen minder kinderen zouden moeten krijgen om ons toe te laten onze verkwistende levensstijl verder te zetten.' Sommigen maken zich zorgen over de druk op de pensioenen, maar die kwestie lijkt losgekoppeld van de bevolkingsaangroei en heeft vooral met de bevolkingspiramide te maken: verhoudingsgewijs meer oudere en minder jongere mensen. Dat probleem zal zichzelf oplossen: binnen een halve eeuw is de markt voor serviceflats compleet ingestort. Wat wel een onvoorspelbare factor blijft, is de vraag of mensen niet opnieuw meer kinderen zullen krijgen als de wereldbevolking krimpt. 'Dat het aantal kinderen per vrouw afneemt, is geen natuurwet', stelt socioloog Van Bavel. 'Het blijft dus koffiedik kijken hoe het cijfer zal evolueren bij een daling van de wereldbevolking. Dat weten we pas over 150 jaar.'