Soms weet ik het niet meer: ben ik in Rusland of in het Verenigd Koninkrijk? In Peterborough hoor ik onder het publiek dezelfde verwarring als ik meer dan tien jaar geleden, toen ik in Rusland woonde, in Moskou of Vladivostok hoorde. Overal klagen mensen over de informatiechaos: 'Er is zo veel informatie en desinformatie dat ik niet meer weet wie ik nog kan vertrouwen.'

En in de politieke retoriek zien we vergelijkbare patronen. In de jaren negentig en nul wemelde het in de Russische propaganda van de politici die het heerlijk vonden om te liegen, gewoon voor hun plezier, en zo een grote middelvinger opstaken naar de feiten en een agressieve vorm van nostalgie in stelling brachten. En nu hebben wij in het VK een premier die elke keer als hij op liegen wordt betrapt, alleen maar groter wordt, wiens aantrekkingskracht kennelijk ligt in het gemak waarmee hij de waarheid de rug toekeert en die meelift op een golf van een steeds naargeestiger wordende nostalgie.

Dit betekent dat de principes die garant moesten staan voor een gezamenlijk, redelijk debat, in hun voegen kraken. Wanneer mensen niet meer op informatie vertrouwen, stort de mogelijkheid van gemeenschappelijke communicatie in. Als de macht niet langer aan de waarheid gehouden kan worden, komt er een einde aan politiek op basis van bewijs en ratio.

Begrijp me niet verkeerd, het Verenigd Koninkrijk is nog steeds heel anders dan Rusland als het om rechten en fundamentele vrijheden gaat, maar er wordt hier nu iets zichtbaar in de ontwikkeling van de publieke opinie en propaganda dat ik voor het eerst in Rusland heb gezien, en we moeten begrijpen hoe dat gebeurt en waarom.

Ruis

Deel van de reden is technologie. In 2010 verscheen een rapport van het Canadese onderzoekscentrum Citizen Lover de manier waarop de Russische regering aanstuurt op een gebrek aan vertrouwen door middel van de enorme hoeveelheid informatie die online te produceren is. Ron Deibert en Rafal Rohozinski van het Lab zagen hoe die regering liever online-ruis gebruikt om controle uit te oefenen dan censuur: 'In (de Russischtalige onlinecommunity) RuNet zijn controletactieken vaak subtieler en geavanceerder en speciaal bedoeld om te beïnvloeden welke informatie gebruikers wanneer en hoe ontvangen, in plaats van dat ze bepaalde informatie direct weren.

We moeten het internet schoonvegen.

De belangrijkste kenmerken van derdegeneratie-controlemethodes is dat de focus minder ligt bij het tegenhouden van door de autoriteiten ongewenste berichten, en meer bij het succesvol concurreren met die mogelijke bedreigingen via effectieve contra-informatiecampagnes die tegenstanders overweldigen, in diskrediet brengen en demoraliseren. Daarvoor wordt ook gebruik gemaakt van 'internetbrigades' om individuen of bronnen aan te pakken, te verwarren of in diskrediet te brengen (...) De toekomst van de controle over cyberspace, zo betogen wij, is te vinden in RuNet.'

Zulke informatietactieken tieren nu welig op het Britse internet, ze komen van alle kanten op ons af. Talloze niet-transparante pseudonieuwssites, onlinebots, vreemd gecoördineerde Facebookgroepen en trollenlegers overspoelen ons met content die bedoeld is om het minimum aan vertrouwen dat nodig is voor een gezond debat, te ondergraven.

Transparanter

Maar er is nog een uitweg. We hebben een radicaal transparanter internet nodig, zodat een burger weet, als hij iets online ziet, wie erachter zit, hoeveel die daaraan heeft uitgegeven, of het echte journalistiek is of stiekeme promotie, welke stukjes data van ons worden gebruikt om ons te bestoken, welke verkiezingsadvertenties dienen om andere mensen te bestoken. Zonder deze transparantie zullen de verwarring en het gebrek aan vertrouwen voortduren en dat kan op zijn beurt ofwel tot chaos en maatschappelijke versplintering leiden, ofwel tot het verlangen naar een sterke man die ons door het duister moet leiden. Uiteindelijk bestaat het risico dat we naar onze eigen kleine Britse Poetin gaan hunkeren.

Technologie verklaart echter niet alles. In Rusland kwam het verschijnsel van politici die het niet meer kan schelen of ze op een leugen worden betrapt, al in de jaren negentig op, vóór Facebook. Om dit te begrijpen moet je beseffen wat de historische context was. Feiten en bewijzen in het politieke debat zijn belangrijk als je een rationeel toekomstbeeld hebt dat je probeert te bewijzen en gegevens verzamelt waaruit blijkt dat je daarin slaagt.

In Rusland is elke politieke visie op een rationele toekomst begin jaren negentig ingestort: eerst het communisme, vervolgens een rampzalige versie van het democratisch kapitalisme. In die context werden feiten steeds vervelendere dingen, en gingen nostalgie en een grote middelvinger naar de feiten de tijdgeest bepalen. Decennia later hebben genoeg mensen in het Verenigd Koninkrijk (en in Amerika) ook niet het gevoel dat de toekomst, of de feiten, hun veel te bieden hebben. Nostalgie en het afwijzen van een treurige realiteit zijn aantrekkelijk.

Context geven

Hier iets tegen doen is lastiger dan alleen maar het internet reguleren. Laten we klein beginnen, met iets dat wel te veranderen is: de manier waarop media de verkiezingen verslaan. Laten we in onze verslaggeving over de verkiezingen niet alleen maar bezig zijn met het afmaken van politici of met politici die elkaar afmaken, maar hen dwingen te laten zien hoe ze praktische veranderingen gaan doorvoeren. Wanneer we debatten houden, laten we hun dan beleidsproblemen voorleggen die ze moeten oplossen door met elkaar samen te werken. Kortom, laten we gesprekken in gang zetten en context geven waarin feiten ertoe doen.

Peter Pomerantsev is senior fellow op de London School of Economics. Zijn boek, Dit is geen propaganda, verscheen in 2019 bij Hollands Diep en is vertaald door Willem van Paassen.

Dit stuk verscheen eerder in The Big Issue. Onder curatie en redactie van 360 Magazine

© /

Soms weet ik het niet meer: ben ik in Rusland of in het Verenigd Koninkrijk? In Peterborough hoor ik onder het publiek dezelfde verwarring als ik meer dan tien jaar geleden, toen ik in Rusland woonde, in Moskou of Vladivostok hoorde. Overal klagen mensen over de informatiechaos: 'Er is zo veel informatie en desinformatie dat ik niet meer weet wie ik nog kan vertrouwen.' En in de politieke retoriek zien we vergelijkbare patronen. In de jaren negentig en nul wemelde het in de Russische propaganda van de politici die het heerlijk vonden om te liegen, gewoon voor hun plezier, en zo een grote middelvinger opstaken naar de feiten en een agressieve vorm van nostalgie in stelling brachten. En nu hebben wij in het VK een premier die elke keer als hij op liegen wordt betrapt, alleen maar groter wordt, wiens aantrekkingskracht kennelijk ligt in het gemak waarmee hij de waarheid de rug toekeert en die meelift op een golf van een steeds naargeestiger wordende nostalgie. Dit betekent dat de principes die garant moesten staan voor een gezamenlijk, redelijk debat, in hun voegen kraken. Wanneer mensen niet meer op informatie vertrouwen, stort de mogelijkheid van gemeenschappelijke communicatie in. Als de macht niet langer aan de waarheid gehouden kan worden, komt er een einde aan politiek op basis van bewijs en ratio.Begrijp me niet verkeerd, het Verenigd Koninkrijk is nog steeds heel anders dan Rusland als het om rechten en fundamentele vrijheden gaat, maar er wordt hier nu iets zichtbaar in de ontwikkeling van de publieke opinie en propaganda dat ik voor het eerst in Rusland heb gezien, en we moeten begrijpen hoe dat gebeurt en waarom.Deel van de reden is technologie. In 2010 verscheen een rapport van het Canadese onderzoekscentrum Citizen Lover de manier waarop de Russische regering aanstuurt op een gebrek aan vertrouwen door middel van de enorme hoeveelheid informatie die online te produceren is. Ron Deibert en Rafal Rohozinski van het Lab zagen hoe die regering liever online-ruis gebruikt om controle uit te oefenen dan censuur: 'In (de Russischtalige onlinecommunity) RuNet zijn controletactieken vaak subtieler en geavanceerder en speciaal bedoeld om te beïnvloeden welke informatie gebruikers wanneer en hoe ontvangen, in plaats van dat ze bepaalde informatie direct weren. De belangrijkste kenmerken van derdegeneratie-controlemethodes is dat de focus minder ligt bij het tegenhouden van door de autoriteiten ongewenste berichten, en meer bij het succesvol concurreren met die mogelijke bedreigingen via effectieve contra-informatiecampagnes die tegenstanders overweldigen, in diskrediet brengen en demoraliseren. Daarvoor wordt ook gebruik gemaakt van 'internetbrigades' om individuen of bronnen aan te pakken, te verwarren of in diskrediet te brengen (...) De toekomst van de controle over cyberspace, zo betogen wij, is te vinden in RuNet.'Zulke informatietactieken tieren nu welig op het Britse internet, ze komen van alle kanten op ons af. Talloze niet-transparante pseudonieuwssites, onlinebots, vreemd gecoördineerde Facebookgroepen en trollenlegers overspoelen ons met content die bedoeld is om het minimum aan vertrouwen dat nodig is voor een gezond debat, te ondergraven.Maar er is nog een uitweg. We hebben een radicaal transparanter internet nodig, zodat een burger weet, als hij iets online ziet, wie erachter zit, hoeveel die daaraan heeft uitgegeven, of het echte journalistiek is of stiekeme promotie, welke stukjes data van ons worden gebruikt om ons te bestoken, welke verkiezingsadvertenties dienen om andere mensen te bestoken. Zonder deze transparantie zullen de verwarring en het gebrek aan vertrouwen voortduren en dat kan op zijn beurt ofwel tot chaos en maatschappelijke versplintering leiden, ofwel tot het verlangen naar een sterke man die ons door het duister moet leiden. Uiteindelijk bestaat het risico dat we naar onze eigen kleine Britse Poetin gaan hunkeren.Technologie verklaart echter niet alles. In Rusland kwam het verschijnsel van politici die het niet meer kan schelen of ze op een leugen worden betrapt, al in de jaren negentig op, vóór Facebook. Om dit te begrijpen moet je beseffen wat de historische context was. Feiten en bewijzen in het politieke debat zijn belangrijk als je een rationeel toekomstbeeld hebt dat je probeert te bewijzen en gegevens verzamelt waaruit blijkt dat je daarin slaagt. In Rusland is elke politieke visie op een rationele toekomst begin jaren negentig ingestort: eerst het communisme, vervolgens een rampzalige versie van het democratisch kapitalisme. In die context werden feiten steeds vervelendere dingen, en gingen nostalgie en een grote middelvinger naar de feiten de tijdgeest bepalen. Decennia later hebben genoeg mensen in het Verenigd Koninkrijk (en in Amerika) ook niet het gevoel dat de toekomst, of de feiten, hun veel te bieden hebben. Nostalgie en het afwijzen van een treurige realiteit zijn aantrekkelijk.Hier iets tegen doen is lastiger dan alleen maar het internet reguleren. Laten we klein beginnen, met iets dat wel te veranderen is: de manier waarop media de verkiezingen verslaan. Laten we in onze verslaggeving over de verkiezingen niet alleen maar bezig zijn met het afmaken van politici of met politici die elkaar afmaken, maar hen dwingen te laten zien hoe ze praktische veranderingen gaan doorvoeren. Wanneer we debatten houden, laten we hun dan beleidsproblemen voorleggen die ze moeten oplossen door met elkaar samen te werken. Kortom, laten we gesprekken in gang zetten en context geven waarin feiten ertoe doen.