Elke zaterdag brengt Rudi Rotthier, onze correspondent in Canada en de VS, u met een boeiend achtergrondverhaal een unieke inkijk in de stad of streek waar hij op dat moment resideert.
...

Het begon met een protest tegen de (her)arrestatie van twee ranchers in Oregon, vader en zoon Dwight en Steven Hammond. Ze waren veroordeeld voor brandstichting op federaal land - tot twee keer toe. In 2001 hadden ze een stuk van hun eigen land afgebrand, maar het vuur had zich verspreid naar overheidsland. Volgens de procureur hadden vader en zoon met hun uitslaande brand geprobeerd sporen te wissen van hun illegale hertenjacht. Volgens henzelf hadden ze getracht uitheemse planten op hun domein te bestrijden. De volgende episode speelde zich af in 2006. Er woedde een brand op federaal land, die was veroorzaakt door een blikseminslag. De brandweer had bij verordening het stoken van vuur zonder voorafgaande toestemming verboden. Maar zonder dergelijke toestemming hadden de Hammonds toch op hun eigen land preventief brandgesticht, om met een corridor de wintervoorraden voor hun vee te beschermen tegen het grotere vuur dat dreigde. Het vuur dat de Hammonds zelf gesticht hadden, breidde zich uit naar federaal land, waar ter waarde van 1.000 dollar schade werd opgetekend. Ze hadden echter de brandweer niet verwittigd en hadden volgens de aanklacht daarmee de levens van 4 brandweermannen in gevaar gebracht. Niemand liep letsels op.Het waren niet de enige conflicten tussen overheid en familie Hammond, maar het waren de enige conflicten waarvoor vader en zoon moesten terechtstaan. Op dergelijke brandstichting staat, onder terrorismewetgeving, een minimumstraf van 5 jaar. Rechter Michael Hogan vond dat een dergelijke minimumstraf "hogelijk buiten proportie" was, en "in strijd met mijn geweten". Hij veroordeelde de 73-jarige vader en de zoon van in de veertig tot respectievelijk 3 maanden en een jaar gevangenis. Die straffen hebben ze zonder morren uitgezeten. Maar het federale ministerie van Justitie ging in beroep en eiste de uitvoering van de minimumstraffen. Het ministerie won en op 4 januari moesten vader en zoon zich weer bij de gevangenis aanmelden.Daartegen bestond in hun deel van de staat Oregon grote onvrede. De Hammonds worden beschouwd als goede ranchers en goede buren, de acties van de overheid werden in brede kringen beschouwd als pestgedrag, en er werd een solidariteitsmanifestatie met de Hammonds gehouden in de stad Burns. Behalve de plaatselijke bevolking en al naargelang de bron 250 tot 500 ranchers daagden ook antiregeringsgezinde 'militieleden' op, zwaarbewapend.De Hammonds, die zich van de milities distantieerden, zouden zich na dat solidariteitsprotest op het vastgelegde tijdstip bij de gevangenis aanmelden. Hoewel ze een groot deel van hun grieven delen, moesten ook de bewoners van Burns en de ranchers uit de omgeving niet weten van de milities, die in overgrote meerderheid niet uit Oregon zelf afkomstig waren. 'Go Home', viel nog tijdens de solidariteitsmanifestatie op een pancarte te lezen. Het idee bij bewoners was dat de milities hun eigen agenda volgden en het leven van de lokale ranchers maar zouden bemoeilijken.Deze milities, onder leiding van de 40-jarige Ammon Bundy, keerden echter niet terug naar huis. Op 2 januari besloten ze het hoofdkwartier van het nabije Malheur Refuge te bezetten, een natuurpark dat onder meer veel vogelaars aantrekt, en dat bekendstaat als een rustplaats voor trekkende vogels. Ze eisten, behalve de herroeping van de straf voor de Hammonds, ook een "herstel van de grondwet" en een herziening van de regels inzake federaal land.De bezetters, die vaak een kopie van de grondwet meedragen, en die zich na enkele dagen herdoopten tot Burgers voor Grondwettelijke Vrijheid, vinden dat de federale overheid ten onrechte het merendeel van het land bezit, en dat dit land ofwel privé verkocht moet worden ofwel onder lokaal gezag moet komen. Ze verwijzen dan vaak naar het artikel 1, sectie 8, clausule 17 van de grondwet, die stelt dat de federale overheid macht heeft over Washington DC, het hoofdstedelijk gebied, maar verder alleen over "enclaves verworven met de toestemming van de staten".Op dit ogenblik gaat het duidelijk verder dan dat. De cijfers zijn inderdaad hallucinant. De federale overheid heeft, om allerlei redenen, 84,9 procent van het land in de staat Nevada in bezit, 64,9 procent van het land in Utah, 61,9 procent in Idaho, 61,2 procent in Alaska, 52,9 procent in Oregon en 48,1 procent in Wyoming (de cijfers werden geciteerd in The Washington Post, die verwijst naar een parlementair verslag uit 2014). Dat land wordt beheerd door enkele agentschappen, onder meer het Bureau of Land Management (BLM).Dat de federale overheid, vooral in het westen van de VS, zoveel land bezit, is historisch gegroeid, het ging doorgaans ten koste van native Americans (die nog altijd claims hebben op delen van het federaal land), het gebeurde toen toetredingsverdragen afgesloten werden met nieuwe staten. Idaho heeft bijvoorbeeld bij zijn toetreding tot de VS een pak land afgestaan. Ranchers konden graslanden pachten van de overheid, aan behoorlijk tarieven, en de staten streken hun deel van die pachtinkomsten op, maar onder meer de steeds strengere milieuwetgeving maakt dergelijke pachtovereenkomsten steeds lastiger - het afbranden van grasland, een gebruikelijke praktijk bij ranchers, hypothekeert bijvoorbeeld de overlevingskans van een plaatselijke schildpad.Dat leidt tot verspreide frustratie bij de ranchers, die het idee hebben dat de overheid hen wil wegpesten, dat stadsmensen, die geen begrip hebben voor hun levensstijl, willekeurig regels opleggen die hun leven onmogelijk maken. Zo ook de Hammonds, die volgens de actievoerders herhaaldelijk door de overheid zijn aangezocht om hun land te verkopen - zodat het natuurgebied uitgebreid zou kunnen worden. Die frustratie is verspreid. De actievoerende antiregeringsgezinde milities gaan een stap verder en ontzeggen de federale overheid het recht om over land te heersen. Ze willen een minimale staat, en burgers die zich wapenen en onderling hun zaken regelen. Alles wat de staat betreft, creëert in hun ogen afhankelijkheid, onvrijheid.De familie Bundy, afkomstig uit het naburige Nevada, vocht in 2014 onder leiding van de 69-jarige patriarch, Cliven Bundy, een robbertje met de overheid uit. Hij laat zijn vee al tientallen jaren op federaal land grazen, en had een achterstal van ruim 1 miljoen dollar aan graasrechten opgelopen. Daarop legde het BLM op dat zijn vee "gevangen, aangeslagen en verwijderd" zou worden als het op federaal land kwam.Een gewapende groep rond Cliven Bundy verzette zich tegen de overheidsactie, en BLM liet na een gespannen confrontatie het vee weer vrij, waarna vader Bundy opnieuw, zonder pachtrecht te betalen, federaal land als grasland ging gebruiken.Terwijl hij nog gloeide van trots over "het mirakel" van zijn overwinning op BLM kwam Bundy, een week na de confrontatie, opnieuw in het nieuws omdat hij tijdens een interview de vraag stelde of "negers" niet vrijer waren, het niet beter stelden, onder slavernij dan onder overheidsuitkeringen? "Ik heb het me vaak afgevraagd: zijn ze beter af als slaven, katoen plukkend en met een familieleven en activiteit, of zijn ze beter af onder regeringssubsidie? Ze hebben niet meer vrijheid. Ze hebben minder vrijheid".Het is enigszins paradoxaal, maar niet ontypisch, dat een lid van de militie die zegt vrijheid na te streven, slavernij verdedigt. Ondanks zijn "neger"-uitspraak, of mede erdoor, werd Cliven Bundy een held in de antiregeringsbeweging, die dank zij zijn "mirakel" weer meer wind in de zeilen leek te hebben. De familie Bundy is kroostrijk (Cliven heeft 14 volwassen kinderen, en om en bij 60 kleinkinderen) en mormoons.In de bezetting van Malheur Refuge, die vader Cliven niet terecht vond - "Wat gaan ze daar zoeken?" luidde zijn commentaar, "ze zijn toch niet vandaar?" - probeerde zoon Ammon, die al naargelang de bron een truckbedrijf of een truckherstelbedrijf runt in Phoenix, Arizona, enige soberheid te hanteren. Maar de 'patriotten', die de actie aantrok, waren natuurlijk niet heel genuanceerd. Oudere broer Ryan Bundy (43), die als kind overreden werd, en sindsdien gezichtsreconstructie heeft ondergaan, verweet de overheid "terrorisme". Hij riep goddelijke ingeving in voor de actie, en zei dat overheid met haar landpolitiek ingaat tegen Gods wil. Bij anderen was het "tot de dood" van de actie een mantra. Een van de aanwezigen, en wellicht de meeste bekende, was de rabiate anti-moslimactivist Jon Ritzheimer. Ritzheimer, een gewezen marinier uit Arizona met breed over zijn borst een Amerikaanse vlag getatoeëerd, is bekend voor zijn zwaarbewapende protestmanifestatie aan een moskee in Phoenix. Hij wordt in de Washington Post omschreven als de meeste waarschijnlijke kandidaat om de volgende Timothy McVeigh te worden. McVeigh pleegde in 1995 een bomaanslag tegen een gebouw van de federale regering in Oklahoma City waarbij 168 mensen het leven lieten. Er vielen ook bijna 700 gewonden. Nog enkele actievoerders in Malheur spraken hun sympathie uit voor McVeigh. Af en toe hoorde je ook een militant pleiten voor de rechten van de "oorspronkelijke kolonisatoren", waarmee hij de blanke bevolking van het land bedoelde. Het Southern Poverty Law Center, allang een studiebron voor racistische en patriottisch-terroristische groepen, kon vele aanwezigen duiden als lid van privémilitie of verbanden tonen met racistische groeperingen of uitspraken. Er is bij de antiregeringsactivisten weinig sympathie voor islam, stelde het Law Center, maar voor het eerst leek er een combinatie tussen twee soorten groepen te ontstaan: antimoslim en antiregering. Ook nieuw: in het verleden kwam het tot een confrontatie nadat de overheid had opgetreden tegen privébezit, zoals in Waco, waar de overheid het terrein van een sekte liet bestormen. Dit keer zochten de militanten zelf de confrontatie, door hun bezetting. Een andere vaststelling: zou de overheid zo geduldig zijn gebleven als het om een moslimbezetting was gegaan, of om een bezetting door Black Lives Matter? Vele Amerikanen dachten van niet.Dit keer toonde de lokale overheid, en de FBI, engelengeduld. Weken hield men zich gedeisd, weliswaar tegelijk iedereen en alles in de gaten houdend. Volgens de gouverneur van Oregon heeft de bezetting minstens 0,5 miljoen dollar gekost aan extra uitgaven en gederfde inkomsten.De bezetters, nooit meer dan enkele tientallen tegelijk, en vaak slechts een handjevol, probeerden soms te argumenteren dat het niet alleen witte mannen waren die protesteerden. Er waren ook enkele vrouwen, gaven ze aan, en één zwarte man sloot zich een tijdlang aan. De rest van Amerika, of toch een deel daarvan, zag de idiotie van de bezetting in. Er werd gemeesmuild rond de oproep die de milities uitstuurden, en waarin ze om materiële steun vroegen. Dekens, warme slippers, vers ondergoed, warme broeken, schoenen, sokken, sigaretten (Marlboro! Maar ook Pall Mall Menthol), geld, deodorant, koffiemelk met French Vanilla smaak. Scheergerief. Mayonaise, eieren en saladesaus. En natuurlijk hooi voor de paarden. Niet-sympathisanten stuurden dildo's en andere seks-speeltjes op. Waarna iemand, zo langzamerhand tot ergernis van de vaak heel christelijke milities, 200 liter glijmiddel liet bezorgen.Ondertussen konden geïnteresseerden ongeveer dagelijks YouTube-filmpjes bekijken waarin de stoere militanten tot tranen geroerd uitlegden hoe ze hun kinderen misten. Maar ze deden dit, legden ze aan die kinderen uit, ze moesten dit doen, uit liefde voor de grondwet, of uit liefde voor hun land.In het algemeen konden de militieleden niet goed duidelijk maken waarom ze nu precies een natuurpark hadden bezet, hadden ze moeite om de logica van hun actie over te brengen.Het begon op een slecht vakantiekamp of trainingskamp te lijken, waarbij de pers af- en aanreed, en zelfs de politie geregeld langskwam. Tot de zaken dinsdagnamiddag, bijna 4 weken na het begin van de actie, een tragische wending namen. Op 20 kilometer van Malheur hield de politie twee auto's tegen, met daarin de kopstukken van de bezetting. De inzittenden van de ene auto, met daarin Ammon Bundy, gaven zich over. Ook een van de vijf inzittenden van de andere auto stapte uit Maar onmiddellijk daarna probeerden de vier resterende inzittenden, waarbij Ryan Bundy, te ontsnappen. Aan een volgende wegsperring, een minuut verderop, reden ze zich vast in de sneeuw.Ze bleven een tijdlang in hun auto zitten, en vervolgens stapte de woordvoerder van de bezetting, Robert 'LaVoy' Finicum, uit de auto. De 55-jarige rancher uit Arizona liep met geheven armen op de politie af. Hij liet ineens die armen zakken. Het leek, verklaarde de politie, alsof hij in zijn zak wou graaien, waar, naar achteraf bleek, een geladen pistool zat. Volgens andere blikken zakte hij misschien weg in de dikke sneeuw en liet hij daarom zijn armen zakken. Hij werd neergemaaid. Terwijl de politie de resterende inzittenden van de auto ontwapende en arresteerde, stierf Finicum in de sneeuw. Binnen de 48 uur gaf de FBI de opname van de schietpartij vrij - maar die gaf geen definitief antwoord op de vraag wat er was gebeurd. Finicum had kort voor zijn overlijden benadrukt dat de dood een optie voor hem was. "Ik ga niet in een gevangenis eindigen", zei hij tegenover The New York Times. "Ik zou liever sterven dan gekooid te worden. En ik heb een goed leven gehad". Hij was zelf ooit failliet gegaan ten gevolge van graasrechten. In 2014, ten tijde van de actie van vader Bundy, had hij het licht gezien. Sindsdien liet hij zij vee grazen zonder rechten te betalen.In een van zijn laatste video's had hij het over vrijheid: "In de mate dat wij individuen steunen op om het even welke regering... voor ons voedsel, ons water, ons onderdak, in die mate zijn we niet vrij".Wat in vier weken bezetting niet was gelukt, leek volgens de plaatselijke krant, The Oregonian, met het overlijden van Finicum wel een mogelijkheid te worden. De omwonenden hadden meer sympathie voor hem dan voor de politie. Op woensdag werd een wake voor hem georganiseerd. Vrijdag werd voor het gerechtsgebouw gemanifesteerd. Op de plaats van zijn overlijden werd een groot houten kruis aangebracht. Die relatieve sympathie had er volgens de krant onder meer mee te maken, dat Finicum, als woordvoerder, met engelengeduld op de bewoners had ingepraat om hun steun te krijgen. Hij was daar bij leven niet in geslaagd, hij kon ten gronde niet begrijpen dat iemand het met hem oneens zou zijn, maar naderhand hadden sommige bewoners de indruk dat er toch een soort band was ontstaan. "Er was geen reden om hem dood te schieten", aldus een lokale rancher in de krant.In totaal tien mensen zijn intussen gearresteerd. Daaronder ook de antimoslim Jon Ritzheimer, die zichzelf ging aangeven. Ammon Bundy riep de resterende bezetters via zijn advocaat op om de actie te staken en "terug te keren naar hun familie". Volgens The Oregonian zetten vier mensen de bezetting nog verder, geen van hen afkomstig uit Oregon. De woordvoerder is nu David Fry, een 27-jarige uit Ohio, die zich eerder deed opmerken door op sociale media te pleiten voor het ophangen president Barack Obama "wegens landverraad". Hij liet vrijdag in een video weten dat de actie beëindigd wordt als alle betrokkenen buiten vervolging worden gesteld. Zoniet, zei hij eerder, zijn we bereid te sterven.