Iedere week zoekt Knack naar misleidende informatie op het internet.
...

Het Nederlandse feministische maandblad Opzij stuurde op 17 augustus een gechoqueerd persbericht uit. Facebook had een advertentie met de cover van zijn nieuwste nummer geweigerd en de redactie vermoedde dat dat te wijten was aan het recent aangekondigde blackface-beleid van het socialemediaplatform. Op de cover van Opzij stond namelijk Abbie Vandivere, de zwarte museumconservator van het Mauritshuis in Den Haag, verkleed als 'Het meisje met de parel' van Johannes Vermeer. Alle Nederlandse nieuwsmedia namen het bericht over. Woke-kritische commentatoren lachten smakelijk om wat ze beschouwden als een politiek-correcte 'boemerang'. Ook Europarlementslid Assita Kanko (N-VA) plaatste een foto van een krantenartikel over de zaak en maakte zich er op Twitter vrolijk over: 'Facebook denkt dat het Zwarte Piet is!? I kid you not.' Kanko noemde de de weigering 'onzin' en 'te gek voor woorden' in een Facebookpost getiteld 'Ceci n'est pas Zwarte Piet'. Een woordvoerder van Facebook reageerde nog dezelfde dag dat de weigering niets met Zwarte Piet of blackface te maken had. Het ging om een banaal, praktisch probleem dat eenvoudig op te lossen was: het tijdschrift had verzuimd zich aan te melden als nieuwsmedium, waardoor de advertenties onterecht afgemeten waren aan de strengere regels die Facebook hanteert voor politieke en maatschappelijke kwesties. Facebook weigert geregeld advertenties die geen politieke disclaimer bevatten, een vereiste waarvoor nieuwsmedia een logische uitzondering krijgen. De woordvoerder van het techbedrijf benadrukte ook dat de nieuwe regels rond Zwarte Piet nog niet van kracht waren. Dat viel eenvoudig te verifiëren: bijvoorbeeld Vlaams Belang gaf deze maand al duizenden euro's uit aan Facebookadvertenties getiteld 'Zwarte Piet is geen racisme', die mensen zelfs aanmoedigen om een foto van de traditionele Zwarte Piet toe te voegen aan hun Facebookprofielfoto. UPDATE: Eind vorige week, zo laat een Facebook-woordvoerder weten, is het nieuwe beleid inzake blackface ondertussen wel in voege gegaan. Vele gebruikers van Facebook en Instagram hebben de voorbije dagen gemerkt dat stereotiepe afbeeldingen van Zwarte Piet van hun profiel verwijderd werden.Het is niet de eerste keer dat het aangekondigde blackface-beleid van Facebook tot verwarring leidt. Op 11 augustus, parallel aan de voorstelling van het zesde Community Standards Enforcement Report, kondigde Facebook aan dat zijn beleid inzake haatspraak verscherpt zou worden. Boven op reeds bestaande verboden uitingen, zoals het afbeelden van joden en moslims als ratten en varkens, zouden ze in de toekomst ook karikaturen weren van zwarte mensen ( blackface) en van joden als 'geheime overheersers' in media, economie of politiek. Guy Rosen, vicepresident Integriteit van Facebook, omschreef de stap in een blogpost als een poging 'om te verzekeren dat iedereen zich comfortabel voelt bij het gebruiken van onze diensten'. Heel wat Facebookgebruikers hadden meteen na het nieuws geprobeerd om beelden van de 'klassieke' Zwarte Piet te rapporteren - en als reactie daarop ontvangen dat de afbeeldingen geen inbreuk vormden op de gebruiksvoorwaarden. Geregeld kon je daarom op sociale media verontwaardigde reacties lezen die stelden dat Facebook de blackface-kwestie niet ernstig nam en het gewoon om een pr-stunt zou gaan. Ook dat was dus eenvoudig te verklaren: voor de daadwerkelijke inwerkingtreding van de update gaf Facebook geen vaste datum mee en op dat moment werd het nieuwe beleid nog niet gehandhaafd. Hetzelfde geldt overigens voor de Nederlandse webwinkel bol.com, die vorige week besliste om geen producten meer te verkopen met sterotiepe afbeeldingen van Zwarte Piet: verkooppartners krijgen nog tot eind september de tijd om de bewuste producten uit hun assortiment te verwijderen. Het is eveneens niet de eerste keer dat organisaties hun onbegrip uiten over het advertentiebeleid van Facebook en de 'Amerikaanse puriteinse normen' die daarachter zouden schuilen. In december vorig jaar klaagde 1712, de hulplijn van de Vlaamse overheid, dat het platform enkele van hun advertenties had geweigerd. Hetzelfde overkwam Sensoa, het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid. De advertentienormen van Facebook zijn inderdaad strikt en erg uitgebreid. Advertenties moeten voldoen aan een waslijst voorwaarden die stukken strenger zijn dan de communityrichtlijnen voor gewone Facebookposts. Uit den boze zijn onder meer reclame voor tabak en andere drugs, wapens, onveilige voedselsupplementen of porno. Reclameposts mogen geen copyright schenden en ook geen expliciete persoonlijke eigenschappen zoals etnische afkomst, godsdienst of seksuele geaardheid van het beoogde publiek vermelden. Er zijn beperkingen voor grof taalgebruik, voor onrealistische gezondheidsclaims en voor adverteerders die door onafhankelijke factcheckers betrapt zijn op desinformatie. Het advertentiebeleid vermeldt zelfs een verbod op 'de verkoop van menselijke lichaamsdelen of -vloeistoffen'. Elke Facebookadvertentie ondergaat daarom voor publicatie eerst een inhoudelijke controle. Zowel tekst en afbeeldingen van de reclame als de profielpagina van de adverteerder worden daarbij gescreend. Dat proces is grotendeels geautomatiseerd - met wereldwijd meer dan 2,7 miljard gebruikers en 9 miljoen actieve adverteerders kan dat ook moeilijk anders. Bovendien heeft de coronacrisis de mate waarin Facebook moet vertrouwen op technologie nog versterkt: in maart stuurde Facebook als preventieve maatregel nog heel wat menselijke content reviewers uit zijn kantoren met verlof. Artificiële intelligentie en algoritmes zijn natuurlijk niet onfeilbaar: sommige frauduleuze advertenties glippen door de mazen van het net; sommige correcte advertenties worden onterecht tegengehouden. Afgekeurde advertenties, zo benadrukt Facebook, kunnen echter altijd aangepast worden en wie zich onterecht beoordeeld voelt, kan ook een beroepsprocedure instellen. Ook tussen Opzij en Facebook volgde er uiteindelijk overleg en kwam er met de registratie als nieuwsmedium een oplossing uit de bus om toekomstige vergissingen te vermijden. Facebook en andere socialemediaplatformen krijgen vaak het verwijt te fungeren als algoritmische 'echokamers' die zouden bijdragen tot de ideologische radicalisering van haar gebruikers. In toenemende mate onderneemt het platform stappen om aan die kritiek tegemoet te komen. Vorige week nog verwijderde Facebook honderden groepspagina's die gelieerd waren aan gewapende milities of aanhangers van de samenzweringstheorie QAnon. 'Te laat en ontoereikend!' schuddebollen sommige critici over die ingrepen. 'Inperking van de vrijheid van meningsuiting!' klinkt het geregeld aan het andere uiteinde van het debat. Pijnlijke misverstanden zoals dat rond Zwarte Piet en de Opzij-cover, waarbij een banaal technisch probleem verward wordt met inhoudelijke censuur, illustreren het gespannen maatschappelijke sfeertje waarin Facebook worstelt met zijn machtige rol. In maart stuurde Facebook nog heel wat menselijke content reviewers uit zijn kantoren met verlof.