Duits Bondskanselier Angela Merkel zal zich niet herverkiesbaar stellen voor de voorzittersverkiezingen van de Christlich Demokratische Union (CDU) die begin december zullen plaatsvinden. Daarmee komt een einde aan een tijdperk van achttien jaar voorzitterschap. Merkel heeft wel gezegd dat ze de komende drie jaar zal aanblijven als bondskanselier.
...

Duits Bondskanselier Angela Merkel zal zich niet herverkiesbaar stellen voor de voorzittersverkiezingen van de Christlich Demokratische Union (CDU) die begin december zullen plaatsvinden. Daarmee komt een einde aan een tijdperk van achttien jaar voorzitterschap. Merkel heeft wel gezegd dat ze de komende drie jaar zal aanblijven als bondskanselier.Aanleiding van Merkels aankondiging is het verlies van de CDU in de Duitse deelstaat Hessen. Daar verloor de huidige minister-president en trouwe bondgenoot van Merkel Volker Bouffier maar liefst 11,3% van de stemmen. Ruim twee weken geleden zagen we een gelijkaardig scenario in de deelstaat Beieren. Daar behaalde de Christlich Soziale Union (CSU), de zusterpartij van Merkels CDU, haar slechtste resultaat sinds 1950. De resultaten zijn exemplarisch voor de moeilijkheden waarin de huidige Duitse regering en Merkels partij al een tijdlang verkeren.De slechte verkiezingsresultaten zijn voor Merkel alleszins niet nieuw. Bij de Bondsdagverkiezingen van september 2017 gaf de kiezer een duidelijk signaal dat ze de zogenaamde 'Grote Coalitie' tussen de sociaaldemocratische SPD en de Union niet meer kon smaken. De CDU verloor 8,6 procentpunt ten opzichte van 2013, terwijl de SPD een kleine zes procentpunt moest prijsgeven. Qua signaal kon dat tellen. Maar door een gebrek aan alternatieven, werden beide partijen tegen wil en dank opnieuw tot elkaar veroordeeld. Dat gebrek aan alternatieven kan de kiezer maar moeilijk appreciëren.Ook de vluchtelingencrisis speelt de Bondskanselier nog steeds parten. Het intussen grijsgedraaide Wir Schaffen Das heeft er - weliswaar verkeerdelijk - voor gezorgd dat Merkel persoonlijk verantwoordelijk wordt gehouden voor de vluchtelingencrisis van 2015. Daar dragen de kanselier, de partij én de Duitse Bondsregering tot op de dag van vandaag nog steeds de gevolgen van. Nochtans heeft de Duitse regering haar asiel- en migratiepolitiek reeds in de zomer van 2016 aanzienlijk verscherpt. Dat zelfs de kopman van de Grünen Robert Habeck Merkel vorige week bekritiseerde voor haar vluchtelingenpolitiek, toont aan dat de kanselier er maar moeilijk in slaagt om de perceptie te keren.Bovendien werd de Duitse regering de afgelopen maanden geplaagd door grote interne strubbelingen. Minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer (CSU) kan maar met moeite door dezelfde deur als Merkel. Naar aanleiding van de Europese migratietop in juni stelde Seehofer Merkel zelfs voor een ultimatum. Indien Merkel geen nationale oplossingen kon vinden voor migranten die vanuit de Europese Unie naar Duitsland komen, zou Seehofer terug grenscontroles invoeren. Zou Merkel hem daarop ontslaan, dan was Seehofer vastbesloten om de regering ten val te brengen. Het feit dat Seehofer Merkel ertoe kon dwingen om tot actie over te gaan is exemplarisch voor de verzwakte positie waarin Merkel zich nu bevindt.Daarnaast zag Merkel zich in september gedwongen om de toenmalige topman van de inlichtingendiensten Hans-Georg Maaßen te vervangen. Die had Merkels kritiek op extreemrechtse groeperingen in twijfel getrokken. Nadat de partijleiders besloten om Maaßen met een hoger loon weg te promoveren, nam de kritiek aanzienlijke proporties aan. Uiteindelijk werd voor Maaßen een andere oplossing gevonden, al was het kwaad geschied. Daarnaast werd vorige maand Ralf Brinkhaus tot fractievoorzitter in de Bondsdag verkozen ten koste van Merkels kandidaat Volker Kauder. Dat betekende voor Merkel een aanzienlijk symbolische nederlaag. Toch zou het veel te simplistisch zijn om het machtsverlies van Merkel te reduceren tot louter een gevolg van het regeringsbeleid. Zeker zo belangrijk zijn de indringende veranderingen die het Duitse partijlandschap de afgelopen tien jaar in sneltempo heeft doorgemaakt. Om de impact daarvan goed te kunnen inschatten, moeten we even terug in de geschiedenis.Na de tweede Wereldoorlog waren de twee traditionele Duitse partijen (CDU en SPD) samen decennialang goed voor ongeveer tachtig procent van de stemmen. Wanneer geen van de twee een absolute meerderheid kon behalen, speelde de liberale Freie Demokratische Partei (FDP) voor gelegenheidspartner. Vanaf begin jaren tachtig staken de Grünen voor het eerst de kop op. Ruim tien jaar later, na de val van de Berlijnse muur en de implosie van de Sovjet-Unie, kwamen ook de communisten voor het eerst in het Duitse parlement piepen. Ondanks het feit dat de electorale koek nu door vijf partijen moest worden gedeeld, hielden de SPD en de CDU enorm goed stand.In 2005 haalden de drie kleine partijen voor het eerst met z'n drieën een aanzienlijke score. Daardoor moesten de klassieke partijen samen een tiental procentpunt prijsgeven. Onder impuls van de financiële crisis en de vluchtelingenproblematiek is het partijlandschap in Duitsland - net als in tal van andere Europese lidstaten - verder gefragmenteerd.Door de razendsnelle opkomst van de radicaal-rechtse en populistische Alternative für Deutschland, zag de Union een aanzienlijk deel van haar kiezers vertrekken. De SPD ziet op haar beurt - net als België - een aanzienlijk deel van haar kiezerspubliek naar de frisser ogende Grünen vertrekken. Het lijkt erop dat het Duitse partijlandschap evolueert naar een spectrum waarin vier partijen ongeveer twintig procent van de stemmen zullen halen, terwijl twee partijen rond de tien procent zullen blijven hangen.Aangezien Merkel al een kleine veertien jaar aan het hoofd staat van de Duitse regering en al meer dan achttien jaar partijleider is, houden velen haar persoonlijk verantwoordelijk voor het structurele verlies van de CDU op zowel het regionale als nationale niveau. Nochtans vinden in tal van andere Europese lidstaten gelijkaardige drastische veranderingen plaats. Het feit dat Merkel nog steeds de meest populaire politica van het land is, spreekt boekdelen. En dat -nogmaals - na veertien jaar als bondskanselier.De vraag is momenteel wie in de voetsporen van Merkel zal treden. Dat wordt begin december door de leden van de CDU in Hamburg beslist. Aangezien de voorzitter van de partij normaliter ook altijd de kanselierskandidaat is bij de Bondsdagverkiezingen, krijgen we begin december mogelijk al de volgende Bondskanselier te zien. Momenteel zijn er drie CDU-politici die zich kandidaat hebben gesteld. Vraag is vooral welke weg zij willen inslaan om de partij terug het zelfvertrouwen van weleer te schenken. Wil de CDU terug haar klassieke rechts-conservatieve koers gaan varen? Of kiest ze er daarentegen voor om de koers van Merkel aan te houden? Wie zijn deze kandidaten? De eerste is de huidige minister van Volksgezondheid Jens Spahn. Spahn is binnen de partijtop een van de grootste critici van Merkels beleid. Spahn pleit voor een conservatieve koers en een restrictief migratiebeleid en zal trachten om de kiezer die naar de AfD is overgelopen terug naar de partij te lokken.De tweede prominente kandidaat is de meer progressieve Annegret Kram-Karrenbauer, die op voorstel van Merkel begin februari tot secretaris-generaal van de partij werd verkozen. Karrenbauer is van oudsher een trouwe bondgenoot van Merkel, al deinsde ze er de afgelopen maanden niet voor terug om kritiek te geven op het beleid van de Bondskanselier. Karrenbauer heeft als voormalig minister-president van Saarland heel wat bestuurlijke ervaring op de teller. Bovendien is ze ook bij de partijbasis geliefd aangezien ze vorig jaar nog veertig bezoeken aan lokale ledenvergaderingen bracht. AKK, zoals de Duitse media Karrenbauer wel eens noemen, wordt gezien als grootste kanshebber om Merkel op te volgen.Tot slot is er nog de relatief onbekende Friedrich Merz, die tussen 2000 en 2002 fractievoorzitter was van de Union in het parlement. De eerder conservatieve Merz was tot 2009 parlementslid waarna hij zijn politieke carrière op pauze zette. De kans dat hij in december aan het langste eind zal trekken, is relatief klein.Merkel kan zich nu de komende drie jaar volledig storten op besturen. Hoewel ze vroeger altijd zei dat eenzelfde persoon zowel partijvoorzitter als Bondskanselier moet zijn, komt ze daar nu op terug. Daardoor zou Merkel het de komende periode wel eens een stuk rustiger kunnen krijgen, tenzij de nieuwe partijvoorzitter zich ten koste van Merkel wil profileren.In die zin heeft Merkels manoeuvre ook electorale redenen. Door momenteel al een jongere en frissere kandidaat naar voor te schuiven, kan die nu al uit Merkels schaduw treden met het oog op de Bondsdagverkiezingen van 2021. Wie het ook in december tot voorzitter schopt, hij of zij zal alleszins grote schoenen moeten vullen.