Nationaal populisme of de Europese technocratie? Dat is de schijnbare tegenstelling waar de Italiaanse bevolking momenteel mee wordt geconfronteerd. De Italiaanse regering van de Vijfsterrenbeweging (M5S) en de Lega ligt op ramkoers met de Europese instellingen. Aanleiding is de begroting die Rome heeft opgemaakt voor volgend jaar.
...

Nationaal populisme of de Europese technocratie? Dat is de schijnbare tegenstelling waar de Italiaanse bevolking momenteel mee wordt geconfronteerd. De Italiaanse regering van de Vijfsterrenbeweging (M5S) en de Lega ligt op ramkoers met de Europese instellingen. Aanleiding is de begroting die Rome heeft opgemaakt voor volgend jaar. De regeringspartijen willen de besparingen van de afgelopen jaren vervangen door verregaande investeringen, terwijl de Europese instellingen fijntjes wijzen op de eerder afgesproken regels en de wetten van de markt. Vandaag wees de Europese Commissie voor de tweede keer het Italiaanse begrotingsvoorstel naar de prullenmand. De ruzie tussen Rome en Brussel komt niet zomaar uit de lucht gevallen. Even terug naar mei van dit jaar. Wanneer toenmalig formateur en huidig Italiaans premier Antonio Conte de regering aan de Italiaans president Sergio Mattarella voordroeg, ging het mis. De M5S en de Lega wilden Paolo Savona als minister van Economie en Financiën, die openlijk had gepleit voor een 'Italexit' uit de eurozone. Dat kon voor Mattarella niet door de beugel omdat hij een uitstap uit de eurozone in strijd vindt met de Italiaanse grondwet. De tegenzet van de Italiaanse president verraste vriend en vijand. Hij weigerde de regering goed te keuren en benoemde de voormalige directeur van het Internationaal Monetair Fonds Carlo Cottarelli als nieuwe formateur. Daarmee nam Mattarella een enorm risico. Niemand in Italië wilde na Mario Monti nogmaals een niet-verkozen technocratische kabinet aan het roer. Bij nieuwe verkiezingen was het niet ondenkbaar dat de Lega en de M5S zelfs een tweederdemeerderheid zouden behalen, genoeg om de grondwet te veranderen.Recente precedenten in de Europese Unie leren dat zo'n scenario niet altijd even goed uitdraait. Het feit dat Mattarella als president de financiële stabiliteit in Italië en de Eurozone belangrijker achtte dan het risico dat twee radicale en onervaren partijen de grondwet konden veranderen, is exemplarisch voor het relatieve belang dat hij aan die financiële stabiliteit hechtte. Diezelfde stabiliteit staat vandaag de dag opnieuw in het centrum van de Italiaanse en Europese politiek. De laars van Europa verkeert al langer in moeilijkheden. De productiviteit van de Italianen blijft al decennialang ver onder het gemiddelde van de eurozone en het inkomen per hoofd van de bevolking is de afgelopen 25 jaar niet gestegen. Elk jaar verlaten ongeveer 200.000 jongeren en hoogopgeleiden het land. Italië heeft een staatsschuld van maar liefst 131,8% ten opzichte van het bruto binnenlands product (bbp) terwijl de Italiaanse economie maar niet uit het slop geraakt. Daarom willen de Lega en de M5S tal van investeringen doen om de economie terug aan te zwengelen. In het regeerakkoord staan onder meer een verlaging van de belastingen en de pensioensleeftijd gepland, naast een basisinkomen voor langdurig werklozen. Die maatregelen maken deel uit van een investeringspakket van om en bij de dertig miljard euro die de economie terug in gang moet krijgen.In de Italiaanse politiek heerst er over de partijgrenzen heen eensgezindheid dat de Europese besparingspolitiek de economie meer kwaad dan goed heeft gedaan. Ook voormalig premier en sociaaldemocraat Matteo Renzi stelde tijdens de verkiezingscampagne van dit jaar een begrotingstekort van 2,9 procent voor om de belastingen te verlagen en zo de koopkracht terug te verhogen en de economie aan te zwengelen. De huidige regering staat in haar aanpak dus niet alleen. In Brussel wil men daar echter niet van weten omdat de investeringen zullen leiden tot een structureel tekort van 0,8% (het feitelijke tekort geschoond van de economische conjunctuur en eenmalige kosten of baten). Dat is in strijd met de inspanningen om het structurele tekort met 0,6% terug te brengen die de vorige Italiaanse regering heeft beloofd. Bovendien schrijft het Stabiliteits- en Groeipact voor dat eurolanden moeten streven naar een staatschuld van minder dan 60 procent van het bbp, waaraan Italië momenteel niet voldoet. Dat moet van Europa aan een 'redelijk tempo' gebeuren, zoals bepaald in het Fiscal Compact dat in reactie op de staatschuldencrisis in 2011 door 25 EU-landen werd getekend. Aan die verplichtingen kunnen de lidstaten ontsnappen indien ze over de brug komen met structurele hervormingen. Maar de voorstellen van de Italiaanse regering voldoen niet aan de eisen van de Europese Commissie. De Europese Unie heeft er bij de Italiaanse regering al meermaals tevergeefs op aangedrongen dat hun begrotingsvoorstel niet in lijn ligt met de Europese regels. Daarom heeft de Commissie vorige week besloten om een sanctieprocedure, de zogenaamde Excessive Debt Procedure, in gang te zetten tegen Italië. Dat kan ertoe kan leiden dat Italië een boete zal moeten betalen ter waarde van 0,5 procent van hun bbp. De huidige Italiaanse regering heeft echter geen al te hoge pet op van de Europese regels die in hun ogen de soevereiniteit van het Italiaanse volk schaden. Ook al hebben de voorgaande Italiaanse parlementen en regeringen die regels mee onderschreven. Rome beargumenteert dat kiezers deze regering hebben aangesteld met een duidelijk mandaat om de besparingspolitiek los te laten en de voorgestelde maatregelen uit te voeren. Niet de Europese instellingen, maar de twee partijen weten wat het Italiaanse volk wil en nodig heeft, zo luidt de redenering van de Lega en M5S. Hoewel Italië in het verleden al heel wat voordelen van de Unie heeft kunnen plukken, valt er voor die redenering wat te zeggen. Sinds haar ontstaan kon de Europese Unie voor een groot deel teren op verantwoordelijk beleid dat goed was voor de bevolking. Maar na de crisis leverde dat beleid niet meteen de gewenste resultaten op voor de volatiele voorkeuren van de bevolking. Een tegenreactie was onvermijdelijk. Zeker wanneer alsmaar meer Europeanen het gevoel hebben dat ze geen rechtstreekse inspraak genieten. Daardoor heeft de legitimiteit van de supranationale instellingen een stevige knauw gekregen. Vanuit die optiek is het maar de vraag of de nakende sanctieprocedure van de Europese Commissie wel zoden aan de dijk stellen. Volgens Mattias Vermeiren, professor internationale politieke economie aan de Universiteit Gent, zal de sanctieprocedure het beeld van de Europese boeman waarschijnlijk versterken. 'De fiscale en budgettaire regels die door de Europese Unie worden opgelegd, zorgen voor heel wat weerstand in sommige eurolanden. Door nu voor een sanctiemechanisme te opteren, dreigt de Commissie olie op het vuur te gooien', aldus Verhoeven. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Italiaanse regering alsnog veel water bij de wijn zal doen, tenzij de lage rentevoeten in de eurozone zoals verwacht verder zullen stijgen. 'Nu de Europese Centrale Bank in december geen staatsobligaties meer zal opkopen, is dat geen onwaarschijnlijk scenario', zegt Verhoeven. 'De markten houden de kwestie vanzelfsprekend onder de loep en het is maar de vraag of Italië niet onder de druk zal bezwijken om alsnog toe te geven. Pas dan kan de eurozone ietwat opgelucht ademhalen', klinkt het.