De klimaatuitdagingen zijn werkelijk enorm: de CO2-emissies moeten wereldwijd elk decennium met 50% dalen. Daarenboven mogen we slechts 2800 - 3200 Gt CO2 cumulatief uitstoten om de grens met de 1,5C° niet te overstijgen. Momenteel hebben we daarvan reeds 90% de lucht in geschoten.

Een nieuwe studie van Wim Thiery (VUB) geeft een indicatie wat de impact zal zijn op de levens van kinderen die vandaag het levenslicht zien. Als we geen actie ondernemen gaan onze kinderen gemiddeld: 7x meer extreme hittegolven ervaren, 2,6x meer droogtes, 2,8x meer overstromingen, 3x zoveel mislukte oogsten, de helft meer cyclonen en ga zo maar door. Reken uit de economische, en sociale ravage.

Tijd voor een economische revolutie, hoor ik sommige klimaatactivisten denken. De groei van ons bbp stijgt inderdaad parallel met die van de CO2-uitstoot. Maar moeten we daarom het kind met het badwater weggooien? Kunnen we die twee niet ontkoppelen? En hebben we daar een nieuw economisch systeem voor nodig?

Waarom het liberalisme de klimaattransitie moet claimen.

Kan het niet anders? Leggen we niet beter onze eieren in het mandje van een economisch systeem dat op een erg efficiënte manier de extreme armoede uit de wereld helpt? Ter illustratie: in 1820 leefde 94 procent van de wereldbevolking in armoede en 84 procent in extreme armoede. Die cijfers waren in 1992 teruggebracht tot respectievelijk 51 procent en 24 procent.

Ook het International Renewable Energy Agency (IRENA) geeft aan dat elke geïnvesteerde euro in hernieuwbare energie uiteindelijk 3 tot 8 euro oplevert. We moeten anders groeien, maar blijven groeien.

CO2 = Populatie * (BBP/capita) * (kwh/BBP) * (CO2/kwh)

Laten we deze wollige uiteenzetting even in een definitie gieten. CO2-uitstoot is het product van de bevolking, het bbp per hoofd, de verbruikte energie per eenheid bbp en de CO2-uitstoot per eenheid energie. Deze formule werd ontwikkeld door de Japanse econoom Yoichi Kaya en maakt alles vrij toepasselijk. Om de uitstoot effectief te verminderen, moeten één of meer factoren dalen.

Het heden en verleden focussen op de laatste twee factoren: innovatie zorgt ervoor dat je minder CO2-uitstoot hebt per eenheid energie en efficiëntie zorgt ervoor dat je minder energie nodig hebt per eenheid bbp. Volgens links hebben de twee laatste factoren gefaald, en is het tijd om te kijken naar de eerste factoren: minder sterke bevolkingsgroei en een daling van het bbp.

Net daar gaan ze in de fout. Een vrije markt is bij uitstek het systeem om deze crisis aan te pakken. Efficiëntie en innovatie zijn niet alleen toverwoorden, het zijn de enige middelen om deze crisis aan te pakken.

Het kapitalisme moet niet op de schop, maar moet z'n basisprincipes beter bewaken.

1. De overheid is een marktmeester, geen marktmaker.

Onze economie moet af van de fossiele verslaving.. Daarvoor moeten we elektrificeren. De meeste randvoorwaarden zijn aanwezig: er is voldoende privaat kapitaal en de nieuwe technologieën staan klaar. Daarnaast moet de overheid instaan als marktmeester, en net daar wringt het schoentje. We belasten onszelf kapot, en tegelijkertijd financieren we onszelf ziek met subsidies.

Neem nu onze energiefactuur. Dat is een amalgaan aan kostenposten: Europese, Vlaamse en federale heffingen, btw, de energie zelf, distributienetkosten, openbare dienstverplichtingen...

Volgens berekeningen van energie-specialist Ruben Baetens (3E) kunnen we stellen dat we elektriciteit 405 à 635 €/ton CO2 belasten. Een tamelijk hoog bedrag en des te opvallender wordt het als we dit vergelijken met aardgas (15 à 17 €/ton CO2), stookolie (10 à 11 €/ton CO2) en diesel (227 €/ton CO2).

De inkt over het Vlaamse zonnepanelendebacle is nog niet opgedroogd, of daar dient zich het volgende probleemkind reeds aan. Volgens een recente studie is het vervangen van een gasboiler door een warmtepomp nooit rendabel in België. We belasten de warmtepompmarkt kapot. Net zoals we dat met de zonnepanelen hebben gedaan.

Een overheid mag en moet regels opleggen. Een verbod op gasketels bij nieuwbouw is bijvoorbeeld een no brainer, maar de context waarin de markt opereert moet dit wel toestaan. Een herziening van onze fiscaliteit dring zich op.

2. Het gigantisme doorbreken en concurrentie eerlijk laten spelen

In een goed werkende markt speelt concurrentie een allesbepalende rol. De decentralisering van ons energiesysteem biedt hiervoor fantastische mogelijkheden. Groepen van burgers of bedrijven kunnen nu makkelijker individueel of samen investeren in hernieuwbare energie. Zo kunnen ze zich onafhankelijker opstellen tegenover grote, buitenlandse, bedrijven.

In de praktijk verdrinken projecten in het drijfzand van de administratie. Vergunningen, wetgeving en andere barrières zorgen dat KMO's of groepen burgers vaak de handdoek in de ring gooien. Grote bedrijven hebben de slagkracht om lange procedures te doorlopen en kennen de subsidiewegen veel beter.

Neem nu de wetgeving rond energiegemeenschappen, waarbij bedrijven of burgers samen kunnen investeren in hernieuwbare energie en deze onderling uitwisselen. Sinds 2017 zijn de Europese regels in teksten gegoten, maar nog steeds wachten vele ondernemers op een omzetting in nationale wetgeving. Een flexibilisering van de regels dringt zich op.

We zitten als samenleving in een soort catch 22 en blijven in rondjes draaien. Er worden maatregelen genomen, maar ze zijn niet toereikend. Parallel zouden strengere maatregelen het leven van het heel wat burgers ontwrichten. De uitkomst zijn halfslachtige maatregelen waarbij er geen winnaars te bemerken vallen. Nochtans is duurzame groei noodzakelijk.

Deze basisregels gelden voor een rijk en welvarend land als België, maar evenzeer voor ontwikkelingslanden. Een groot deel van de welvaartsstijging in armere landen de afgelopen 20 jaar is te danken aan een stijgende vraag uit rijkere landen. Eenmaal we ook die motor stilleggen, zal het niet enkel een rem zetten op het indammen van de armoede, maar ook de CO2-reductie wereldwijd ernstig belemmeren.

De klimaatuitdagingen zijn werkelijk enorm: de CO2-emissies moeten wereldwijd elk decennium met 50% dalen. Daarenboven mogen we slechts 2800 - 3200 Gt CO2 cumulatief uitstoten om de grens met de 1,5C° niet te overstijgen. Momenteel hebben we daarvan reeds 90% de lucht in geschoten. Een nieuwe studie van Wim Thiery (VUB) geeft een indicatie wat de impact zal zijn op de levens van kinderen die vandaag het levenslicht zien. Als we geen actie ondernemen gaan onze kinderen gemiddeld: 7x meer extreme hittegolven ervaren, 2,6x meer droogtes, 2,8x meer overstromingen, 3x zoveel mislukte oogsten, de helft meer cyclonen en ga zo maar door. Reken uit de economische, en sociale ravage. Tijd voor een economische revolutie, hoor ik sommige klimaatactivisten denken. De groei van ons bbp stijgt inderdaad parallel met die van de CO2-uitstoot. Maar moeten we daarom het kind met het badwater weggooien? Kunnen we die twee niet ontkoppelen? En hebben we daar een nieuw economisch systeem voor nodig? Kan het niet anders? Leggen we niet beter onze eieren in het mandje van een economisch systeem dat op een erg efficiënte manier de extreme armoede uit de wereld helpt? Ter illustratie: in 1820 leefde 94 procent van de wereldbevolking in armoede en 84 procent in extreme armoede. Die cijfers waren in 1992 teruggebracht tot respectievelijk 51 procent en 24 procent. Ook het International Renewable Energy Agency (IRENA) geeft aan dat elke geïnvesteerde euro in hernieuwbare energie uiteindelijk 3 tot 8 euro oplevert. We moeten anders groeien, maar blijven groeien. Laten we deze wollige uiteenzetting even in een definitie gieten. CO2-uitstoot is het product van de bevolking, het bbp per hoofd, de verbruikte energie per eenheid bbp en de CO2-uitstoot per eenheid energie. Deze formule werd ontwikkeld door de Japanse econoom Yoichi Kaya en maakt alles vrij toepasselijk. Om de uitstoot effectief te verminderen, moeten één of meer factoren dalen. Het heden en verleden focussen op de laatste twee factoren: innovatie zorgt ervoor dat je minder CO2-uitstoot hebt per eenheid energie en efficiëntie zorgt ervoor dat je minder energie nodig hebt per eenheid bbp. Volgens links hebben de twee laatste factoren gefaald, en is het tijd om te kijken naar de eerste factoren: minder sterke bevolkingsgroei en een daling van het bbp.Net daar gaan ze in de fout. Een vrije markt is bij uitstek het systeem om deze crisis aan te pakken. Efficiëntie en innovatie zijn niet alleen toverwoorden, het zijn de enige middelen om deze crisis aan te pakken.Onze economie moet af van de fossiele verslaving.. Daarvoor moeten we elektrificeren. De meeste randvoorwaarden zijn aanwezig: er is voldoende privaat kapitaal en de nieuwe technologieën staan klaar. Daarnaast moet de overheid instaan als marktmeester, en net daar wringt het schoentje. We belasten onszelf kapot, en tegelijkertijd financieren we onszelf ziek met subsidies. Neem nu onze energiefactuur. Dat is een amalgaan aan kostenposten: Europese, Vlaamse en federale heffingen, btw, de energie zelf, distributienetkosten, openbare dienstverplichtingen...Volgens berekeningen van energie-specialist Ruben Baetens (3E) kunnen we stellen dat we elektriciteit 405 à 635 €/ton CO2 belasten. Een tamelijk hoog bedrag en des te opvallender wordt het als we dit vergelijken met aardgas (15 à 17 €/ton CO2), stookolie (10 à 11 €/ton CO2) en diesel (227 €/ton CO2).De inkt over het Vlaamse zonnepanelendebacle is nog niet opgedroogd, of daar dient zich het volgende probleemkind reeds aan. Volgens een recente studie is het vervangen van een gasboiler door een warmtepomp nooit rendabel in België. We belasten de warmtepompmarkt kapot. Net zoals we dat met de zonnepanelen hebben gedaan.Een overheid mag en moet regels opleggen. Een verbod op gasketels bij nieuwbouw is bijvoorbeeld een no brainer, maar de context waarin de markt opereert moet dit wel toestaan. Een herziening van onze fiscaliteit dring zich op.In een goed werkende markt speelt concurrentie een allesbepalende rol. De decentralisering van ons energiesysteem biedt hiervoor fantastische mogelijkheden. Groepen van burgers of bedrijven kunnen nu makkelijker individueel of samen investeren in hernieuwbare energie. Zo kunnen ze zich onafhankelijker opstellen tegenover grote, buitenlandse, bedrijven. In de praktijk verdrinken projecten in het drijfzand van de administratie. Vergunningen, wetgeving en andere barrières zorgen dat KMO's of groepen burgers vaak de handdoek in de ring gooien. Grote bedrijven hebben de slagkracht om lange procedures te doorlopen en kennen de subsidiewegen veel beter.Neem nu de wetgeving rond energiegemeenschappen, waarbij bedrijven of burgers samen kunnen investeren in hernieuwbare energie en deze onderling uitwisselen. Sinds 2017 zijn de Europese regels in teksten gegoten, maar nog steeds wachten vele ondernemers op een omzetting in nationale wetgeving. Een flexibilisering van de regels dringt zich op.We zitten als samenleving in een soort catch 22 en blijven in rondjes draaien. Er worden maatregelen genomen, maar ze zijn niet toereikend. Parallel zouden strengere maatregelen het leven van het heel wat burgers ontwrichten. De uitkomst zijn halfslachtige maatregelen waarbij er geen winnaars te bemerken vallen. Nochtans is duurzame groei noodzakelijk. Deze basisregels gelden voor een rijk en welvarend land als België, maar evenzeer voor ontwikkelingslanden. Een groot deel van de welvaartsstijging in armere landen de afgelopen 20 jaar is te danken aan een stijgende vraag uit rijkere landen. Eenmaal we ook die motor stilleggen, zal het niet enkel een rem zetten op het indammen van de armoede, maar ook de CO2-reductie wereldwijd ernstig belemmeren.