...

Wat of wie noemen we een 'vuile' fotograaf. Iemand die geen nette of mooi afgewerkte foto's toont of in een andere betekenis iemand die schunnige of gewaagde beelden maakt.In het geval van de Nederlander Gerard Petrus Fieret (Den Haag, 1924 - 2009) is alleen het eerste van toepassing terwijl hij de vrouw toch enigszins als lustmodel behandelde. Zijn oeuvre van duizenden foto's bestaat vooral uit beduimelde, slordig ontwikkelde, bekraste, bekeuzelde prenten die bovendien 'ontsierd' worden door stempels en met viltstift aangebrachte handtekeningen.Dat Fieret desondanks nu een overzichtstentoonstelling heeft in een prestigemuseum heeft met verschillende factoren te maken. Hij wordt nu erkend als een Nederlandse kunstenaar die een welbepaalde époque uit de fotogeschiedenis illustreerde, een tijd waarin de maatschappij, ook in Nederland, in het teken stond van een culturele revolutie die had gekozen voor vrijheid en blijheid. Dat uitte zich zowel in de literatuur als in de beeldende kunsten en het sociale leven. Een tweede factor is dat in dezelfde periode museale aandacht ging naar een soort outsiders kunstenaars zoals naïeven, gedreven amateurs (le facteur Cheval in Frankrijk) of anderen die in de marge van de officiële kunst opereerden. In die categorie paste Fieret en de belangstelling rond zijn fotografie hangt daar aan vast waar hij ook tijdens zijn leven al mocht op rekenen ondanks zijn asociaal gedrag met zijn nukken en grillen.De vraag is waar dat specifieke gedragspatroon van deze kunstenaar zijn oorsprong vond. Familiale omstandigheden hebben wellicht daarbij een rol gespeld. Zijn moeder was continu ziek en zijn vader verliet het gezin toen Gerard amper twee jaar oud was. Hij groeide op met twee oudere zussen. Men stuurde hem naar een internaat bestuurd door paters jezuïeten met een te strenge discipline en het einde van de Tweede Wereldoorlog bracht hij door in Duitse werkkampen. Het zijn elementen die wellicht verklaren wie en wat hij geworden is. Aanvankelijk koos hij voor een opleiding tot schilder en graficus en publiceerde hij ook poëzie in avant-garde tijdschriften. De kunstenwereld trok hem ongetwijfeld aan omwille van het bohemien aspect, een bepaald vrijheidsideaal zowel in het persoonlijke leven als in de kunst. Voor de fotografie koos hij pas rond 1965, vrij laat dus, hij kocht zich de goedkope Oost-Duitse Praktika en installeerde een uiterst primitieve donkere kamer waar hij zijn negatieven eerder mis- dan behandelde. Het resultaat was navenant, beelden die onscherp waren, over- of onderbelicht, ogenschijnlijk mislukte dubbeldrukken en slordige afdrukken die hij zomaar op de vuile vloer liet vallen en waarop loslopende katten hun dagelijkse wandelingen maakten met bijhorende ontlastingen. Kortom een janboel vanjewelste. Bovendien drukte hij op haast iedere foto een stempel met zijn naam en adres en voegde hij met een zwarte viltstift er zijn handtekening aan toe. Hij was namelijk ziekelijk beducht voor het geestelijk ontvreemden van zijn werk.Wat waren zijn thema's en waarom fotografeerde hij? Zijn onderwerpen zijn banaal, het zijn zaken die hij op straat opmerkte en waar ieder ander aan voorbij zou gaan. Bovendien portretteerde hij liefst jonge vrouwen, naakt of gekleed, modellen die hij in de academie ontmoette. Het vrouwelijke 'an sich' boeide hem bovenmatig zoals de manier waarop ze hun benen kruisten of andere houdingen aannamen. Zijn naaktfoto's zijn letterlijk 'open en bloot' zonder ooit specifiek obsceen te worden. Het is voyeurisme en het genot bij het zien van een vrouwelijk lichaam. Ook herfotogafeert hij oude familiefoto's die hij op één blad samenbrengt als een collage. Alles bij elkaar legt hij ZIJN vrij beperkte wereld vast als een dagboek of een autobiografie.Dat zijn werk nu in een museum van stand tentoongesteld wordt, wijst erop dat marginalen zoals Fieret niet meer als dusdanig beschouwd worden maar dat er misschien een indigestie is ontstaan van de geconsacreerde namen en er nood is aan authenticiteit hoe extreem die ook moge wezen.