Geen school vandaag in Litouwen, de jeugdbeweging mobiliseert. Een groepje tieners staat met twee volwassen begeleiders aan te schuiven bij het Museum of Genocide Victims in Vilnius. Het duurt nog vijf minuten voor de poort opengaat, ze nemen alvast wat selfies bij het monument op het museumplein dat ook aan de slachtoffers van de genocide is opgedragen. De naam van het museum zet buitenlanders op het verkeerde been. Het gaat niet over de shoah, ook al werd een van de zwartste pagina's uit die geschiedenis in Vilnius geschreven: van de 220.000 Litouwse Joden werd 96 procent vermoord, hoofdzakelijk in en rond de hoofdstad. Nee, dit museum is gewijd aan een andere misdaad: de onderdrukking door de Sovjet-Unie van het Litouwse volk en van zijn streven naar souvereiniteit. Onderaan in het arduin van de neoklassieke gevel staan de namen van tientallen martelaren gebeiteld. Ze vormen maar het topje van de ijsberg, vertelt de audiogids ons met veel zin voor detail. Het vergt uithoudingsvermogen om de ruim 250 fragmenten te beluisteren, maar authentiek is het wel. Het museum werd ondergebracht in het voormalige commissariaat van de Sovjetveiligheidsdiensten, bekend onder de opeenvolgende afkortingen NKGB, MGB en KGB. De gevangenis in de kelders werd minutieus hersteld in de staat van de jaren veertig en vijftig toen de repressie een hoogtepunt kende. Aan gruwel geen gebrek. Zo is de isolatiecel eigenlijk een kuip met een halve meter ijswater waar een houten platform ter grootte van een vinylplaat bovenuit steekt. Net groot genoeg om op recht te staan, tot je van vermoeidheid of ontbering toch in het water valt. In de wanden van de executiekamer zie je nog de kogelinslagen. Tussen 1944 en 1960 kregen meer dan 1000 gevangenen hier een nekschot.
...

Geen school vandaag in Litouwen, de jeugdbeweging mobiliseert. Een groepje tieners staat met twee volwassen begeleiders aan te schuiven bij het Museum of Genocide Victims in Vilnius. Het duurt nog vijf minuten voor de poort opengaat, ze nemen alvast wat selfies bij het monument op het museumplein dat ook aan de slachtoffers van de genocide is opgedragen. De naam van het museum zet buitenlanders op het verkeerde been. Het gaat niet over de shoah, ook al werd een van de zwartste pagina's uit die geschiedenis in Vilnius geschreven: van de 220.000 Litouwse Joden werd 96 procent vermoord, hoofdzakelijk in en rond de hoofdstad. Nee, dit museum is gewijd aan een andere misdaad: de onderdrukking door de Sovjet-Unie van het Litouwse volk en van zijn streven naar souvereiniteit. Onderaan in het arduin van de neoklassieke gevel staan de namen van tientallen martelaren gebeiteld. Ze vormen maar het topje van de ijsberg, vertelt de audiogids ons met veel zin voor detail. Het vergt uithoudingsvermogen om de ruim 250 fragmenten te beluisteren, maar authentiek is het wel. Het museum werd ondergebracht in het voormalige commissariaat van de Sovjetveiligheidsdiensten, bekend onder de opeenvolgende afkortingen NKGB, MGB en KGB. De gevangenis in de kelders werd minutieus hersteld in de staat van de jaren veertig en vijftig toen de repressie een hoogtepunt kende. Aan gruwel geen gebrek. Zo is de isolatiecel eigenlijk een kuip met een halve meter ijswater waar een houten platform ter grootte van een vinylplaat bovenuit steekt. Net groot genoeg om op recht te staan, tot je van vermoeidheid of ontbering toch in het water valt. In de wanden van de executiekamer zie je nog de kogelinslagen. Tussen 1944 en 1960 kregen meer dan 1000 gevangenen hier een nekschot. De audiogids praat je gaandeweg bij over enkele hoofdstukken uit de recente Litouwse geschiedenis. Hoe het infame Molotov-Ribbentroppact in juni 1940 een einde maakte aan de eerste periode van onafhankelijkheid, pas verworven na de Eerste Wereldoorlog. Bezetting, verzet, repressie en deportatie: het zou een patroon worden tot diep in de jaren vijftig. Het museum gaat niet voorbij aan het intermezzo tussen 1941 en 1944, toen de nazi's Litouwen bezetten en de Gestapo dit gebouw met zijn aangepaste infrastructuur maar wat graag inpalmde. Helaas, zegt de audiogids, kan niet worden ontkend dat een kleine minderheid van partizanen, vooral gedreven door wrok tegen de bolsjewieken, heulden met de nazi's. En inderdaad, sommigen gingen zelfs zover dat ze meehielpen bij het uitmoorden van hun Joodse landgenoten. De waarheid is dat de Duitse SS het vuile werk graag aan lokale medewerkers overliet. Dat soort bijzonderheden verneem je een kilometer verderop, in het bescheiden Joods Museum van Vilnius. Of de naam 'genocide' niet gevoelig ligt? Ramuné Driauciunaité, leidinggevend historica van het museum, is niet verrast door de vraag. 'In Joodse kringen is men er niet gelukkig mee', erkent ze. 'Er is al kritiek gekomen vanuit Israël. De vorige directeur heeft overwogen om de naam te veranderen in KGB Museum, maar daar is hij echter snel van teruggekomen. De kwestie ligt hier erg gevoelig.' Ze verduidelijkt het met enkele cijfers. Tussen 1940 en 1953 werden 25.000 verzetsstrijders en politieke gevangenen vermoord. 140.000 Litouwers werden naar Siberië gedeporteerd. Veroordeelden belandden als dwangarbeiders in strafkampen, hele families verdwenen voor tien jaar en langer in gesloten dorpen. Krasnoyarsk, Irkoetsk, Kazachstan, tot tegen de grens van Mantsjoerije waren er Litouwse kampen en dorpen. Het leven was onmenselijk, de mortaliteit schrikbarend. 'We hebben het berekend', zegt ze. 'Een half miljoen Litouwers werden door de repressie geraakt, nog eens een half miljoen zijn het land ontvlucht. Een miljoen, dat is een derde van de totale bevolking. Spreek om het even wie aan, iedere Litouwer kan minstens één ouder of grootouder noemen die werd vermoord, opgesloten of gedeporteerd.' De jongens en meisjes van de jeugdbeweging zijn klaar met hun bezoek. De helft loopt in een soort battledress. Toch zijn het geen overijverige scouts. Deze jongeren horen bij Sauliai, een patriottische beweging die in het Engels voluit Lithuanian Riflemen's Union heet. We lopen mee naar het lokale hoofdkwartier, letterlijk om de hoek van het museum. In de lobby hangen foto's van gecamoufleerde militairen in de weer met tanks en houwitsers. Toch draait het bij Sauliai niet om wapens, zegt medewerkster Viktoria Jaukauskaité, bij wie een kalender van een handvuurwapenproducent het kantoor wat schwung geeft. Patriottisme stimuleren, daar is het deze door de overheid gesubsidieerde vrijwilligersorganisatie om te doen. Sauliai geeft schoollezingen en organiseert vakantiekampen in de bossen. Oké, jongeren krijgen er ook wapentraining, survival- en verdedigingstechnieken aangeleerd. Maar, zegt Viktoria, dat is ondergeschikt aan sport en spel.Sauliai, opgericht in 1919 tijdens de eerste onafhankelijkheidsstrijd, kan op een roemrijk verleden bogen. De riflemen of schutters gingen voorop in de guerrilla tegen de Sovjetbezetting. Ondanks een genadeloze klopjacht zou het tot halfweg de jaren zestig duren voor de laatste verzetshaard werd uitgeroeid. Het genootschap werd in leven gehouden door de diaspora in Canada en de Verenigde Staten. 'Sinds 1989, vlak voor de tweede onafhankelijkheid, zijn we opnieuw actief in eigen land', zegt Viktoria. 'We hebben intussen al 10.000 leden, van wie twee derde jongeren.' Ze maakt een printje van de eed die nieuwe leden afleggen, een ronkende tekst met beloften van trouw aan volk, territorium en grondwet. Uiteraard ontbreekt ook een smeekbede aan God niet. Net als Polen is Litouwen een erg katholiek land waar de kerk een sleutelrol heeft gespeeld in de weerstand tegen de communistische dictatuur. Het Genocidemuseum, dat nauw samenwerkt met Sauliai, wijdt een aparte ruimte aan vermoorde bisschoppen en priesters. Viktoria kent de waarde van patriottisme uit de eerste hand. Haar grootvader overleefde tien jaar in de beruchte goelag van Vorkoeta, boven de poolcirkel. Hij stierf onlangs op zijn 96e, intens gelukkig dat hij het laatste kwart van zijn leven in een onafhankelijk Litouwen mocht volmaken. Zelf survival of wapentraining geven zit er om gezondheidsredenen niet in voor Viktoria, maar het beredderen van de ledenadministratie is ook een vorm van vaderlandsliefde. 'De laatste jaren is het aantal leden snel gestegen', zegt ze. 'De mensen maken zich grote zorgen over de Russische dreiging. Vooral de annexatie van de Krim in 2014 heeft hier veel indruk gemaakt.' Vilnius is een stad met meer dan veertig barokkerken, hippe koffiebars en alternatieve modeboetieks. Het met Europees geld opgeknapte stadscentrum is een populaire bestemming, ideaal voor vrijgezellenfeesten, met dank aan Ryanair en het bruisende nachtleven. Weinig toeristen slaan acht op het bord met halfverheven letters op de gevel van het stadhuis. Het is een herinnering aan het staatsbezoek van de Amerikaanse president George W. Bush in 2002. 'Wie Litouwen als vijand kiest,' staat er, 'is een vijand van de Verenigde Staten.' De goede verstaander heeft maar een half woord nodig. Bush' boodschap was bestemd voor Rusland, de grote buur waarmee Litouwen een halve eeuw samenleefde in de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken. Ze zijn er geen klein beetje trots op: Litouwen was op 11 maart 1990 de allereerste republiek die zijn onafhankelijkheid uitriep en daarmee de doodsstrijd van de USSR in een stroomversnelling bracht. Letland en Estland, buren en lotgenoten sinds de Eerste Wereldoorlog, zouden het voorbeeld een jaar later volgen. De kou is sindsdien nooit helemaal uit de lucht geweest tussen Rusland en de Baltische staten. Moskou moest lijdzaam toezien hoe de voormalige satellieten steeds verder wegdreven uit de eigen invloedssfeer, tot ze in 2004 in één beweging aansloten bij de Europese Unie én de NAVO. De situatie van de Russische minderheden bleef doorlopend voor diplomatieke spanning zorgen. In Estland en Letland vormen Russen respectievelijk een kwart en een derde van de bevolking. De achterdocht tegen die minderheid als derde colonne is diep ingebakken. Verwijten gaan daarbij heen en weer: 'Russen willen zich niet integreren' versus 'Russen worden gediscrimineerd'. Voor beide stellingen zijn er argumenten te vinden. Litouwen telt slechts 6 procent etnische Russen, minder dan het aantal Polen. Het is een van de vele wezenlijke verschillen tussen de drie Baltische landen, die vaak onterecht als een monoliet worden beschouwd. Anders dan Letland en Estland deelt Litouwen ook geen echte landgrens met Rusland, wel met Moskou-bondgenoot Wit-Rusland. Dat het thema van de derde colonne ook hier leeft, heeft veel te maken met Kaliningrad. Kaliningrad, de voormalige Pruisische Hanzestad Köningsberg, is een Russische enclave, ingeklemd tussen Polen en Litouwen. Het strategische belang is immens: de havenstad biedt Rusland een ijsvrije toegang tot de Oostzee en de Scandinavische wateren. Kaliningrad, in de Sovjet-Unie een voor buitenlanders gesloten gebied, is de thuisbasis van de Baltische vloot. De gelijknamige provincie, bijna half zo groot als België, is bezaaid met militaire installaties. In 2015 werden er moderne Iskand-raketten geplaatst die steden zoals Berlijn met een kernkop kunnen treffen. De timing is geen toeval. Sinds het uitbreken van de Oekraïnecrisis staan ook de grenzen in Noord-Europa onder hoogspanning. Te water, te land, in de lucht: de militaire wedloop laat zich overal voelen. Russische onderzeeërs spelen kat-en-muisspelletjes met Zweedse of Finse fregatten, F-16-piloten van de NAVO kijken hun Sukhoi-collega's tijdens supersonische scrambles letterlijk in de ogen, aan weerskanten van de grens wordt met tanks en artillerie geoefend dat het een aard heeft. Kaliningrad is een speelstad op het WK voetbal van 2018, een keuze gemaakt in minder overspannen tijden. Bezoekende supporters kunnen toch maar beter oppassen met selfies, het woord spionage is in het huidige klimaat snel gevallen. De angst spreidt zich als een deken over heel Noord-Europa. Zweden, al twee eeuwen lang gespaard van oorlog, heeft de dienstplicht ingevoerd. Net als in Finland klinkt de roep om toch maar toe te treden tot de NAVO er steeds luider. Ook in Litouwen is er sinds twee jaar dienstplicht voor mannen tussen 19 en 26 jaar. Een verplicht bezoek aan het Genocidemuseum moet de dienstplichtigen ervan overtuigen dat de negen maanden in uniform welbesteed zijn. Politiek en media herkauwen dezelfde rampscenario's: Vladimir Poetin die zichzelf een alibi verschaft om zijn troepen westwaarts te sturen, een incident op de grens van Kaliningrad, insubordinatie door Russische minderheden. Het kan allemaal, denk maar aan Oost-Oekraïne, Georgië of Moldavië. Poetins uitspraak dat hij niet zal aarzelen om de rechten van Russische minderheden te beschermen, deed de koorts alleen maar oplopen. En dan zijn er nog de rapporten van militaire denktanks. De Baltische staten met hun onervaren en slecht uitgeruste legers - ze hebben geen eigen luchtmacht of pantsers - zijn geen partij voor Rusland. Zestig uur, meer hebben de Russen niet nodig om het hele Balticum te overrompelen. Het Litouwse ministerie van defensie publiceerde eind vorig jaar een boek van 75 pagina's om de bevolking op een invasie voor te bereiden. Behalve beschrijvingen van Russische uniformen en wapentuig bevat het tips om het verzet te organiseren. De NAVO is niet blind gebleven voor de ongerustheid van de Baltische lidstaten. Sinds de NAVO-top van Wales in 2014 wordt de beveiliging van de Noord-Europese grens stelselmatig opgedreven. Baltic Air Policing kreeg een upgrade, de grootschalige militaire oefeningen op zee en op land volgden elkaar op. Ook het Belgisch leger stuurde al F-16's en bij de operaties Baltic Piranha I en II reden gloednieuwe Belgische pantservoertuigen mee. Show of force and capability. Goed om de Russen af te schrikken en het vertrouwen van de Balten op te krikken. Maar het volstond niet. Onder druk van de Baltische staten en Polen besliste de NAVO op de top van Warschau vorig jaar een tandje bij te steken. Het woord enhanced werd toegevoegd aan operaties zoals Baltic Air Policing en het marineprogramma BALTOPS. Ambitieuzer nog is de Enhanced Forward Presence (EFP): meer dan 4000 NAVO-militairen met zwaar materieel worden verspreid over vier battle groups. Het gaat om multinationale operaties, maar een NAVO-zwaargewicht krijgt telkens de leiding over de battle group. De Amerikanen streken eerder deze maand neer in Polen, de Britten en Canadezen zijn zich aan het warmlopen om hun troepen in Estland en Letland te ontplooien. Alleen de Battle Group Lithuania in Rukla, een militaire basis met oefenterrein in de buurt van Kaunas onder leiding van Duitsland, is al operationeel. Met dank aan de 101 Belgische militairen die vooral uit het 18e bataljon logistiek van Leopoldsburg werden gedetacheerd. 'We zijn hier sinds eind januari', zegt de jonge kapitein Jelle Neyt. 'We zijn alle NAVO-partners te vlug af. Geloof me, hier is de voorbije maanden hard gewerkt. Die moderne containers met airconditioning stonden hier niet, de eerste weken logeerden we in tenten. De Litouwers hebben gebouwen moeten afbreken en terreinen moeten nivelleren om ons goed te kunnen installeren.' We zijn net op tijd in Rukla voor de lunch. Belgen scheppen op, Duitse en Nederlandse militairen houden hun wegwerpbord klaar. Het is internationaal bekend: ons leger blinkt vooral uit in het verdelen van spijs, drank en andere logistieke besognes. De Belgische deelname aan Baltic Piranha en Baltic Air Policing doorprikt dat cliché waaruit vooral onderschatting blijkt voor de rol die logistiek speelt. Kapitein Neyt zet het graag recht tijdens een rondleiding. Wisselstukken, brandstofvoorziening, onderhoud van rollend materieel, onderdak en voedsel, er komt veel bij kijken. Zonder zijn zeven imposante diepladers waren Duitse en Nederlandse pantsers nooit in Rukla geraakt. De battle group telt al 850 man. Op volle kracht, met de Noren erbij, zijn ze met 1400. De hele NAVO-missie is ingebed in een Litouwse brigade. Verveelde dienstplichtigen staan te kijken naar tanks die met oorverdovend gebrul af en aan rijden. Het contrast met hun eigen wagenpark is groot, een ratjetoe van Sovjeterfgoed en NAVO-tweedehandjes. 'We voelen ons hier welkom', zegt Neyt. 'Bij de burgers oogsten we alleen positieve reacties. Ik kom niet veel buiten de kazerne, maar als hoogste Belgische officier word ik opgetrommeld als er een vip passeert. Dat gebeurt heel vaak, en allemaal benadrukken ze hoe blij en opgelucht ze zich voelen door onze aanwezigheid.' Ze zijn er niet alleen om te oefenen met de Litouwers. De battle group moet binnen de 72 uur operationeel zijn voor het echte werk. Niet dat een Russische invasie echt ernstig wordt genomen. Deze Koude Oorlog wordt met plaagstoten uitgevochten. Volgens de NAVO zijn het altijd de Russen die beginnen. Ze vliegen net over de rand van de luchtcorridor naar Kaliningrad, hun fregatten pingen overvliegende NAVO-vliegtuigen op de radar. Alles draait om communicatie in deze zenuwenoorlog. Het mag niet verbazen dat de Russen ook cyberwapens hanteren. Kapitein Neyt: 'Al in de eerste week dook een anonieme brief op. Een Duitse soldaat zou een meisje hebben misbruikt. Totaal verzonnen, er heeft zich nooit een slachtoffer gemeld. Maar dat gerucht heeft de media hier wel in rep en roer gezet. Ook de Duitse commandant van onze battle group werd geviseerd. Op sociale media doken foto's op: de commandant op het Rode Plein in Moskou, de commandant met vrouw en kinderen in een bekend restaurant in Moskou. Een poging om hem als een Russische agent af te schilderen. Niet echt geslaagd, want ze waren nogal slordig geweest bij het fotoshoppen.' Zoals gewoonlijk valt niet te bewijzen waar de bron van deze stroom fake news ligt, maar weinigen in Litouwen twijfelen eraan dat ze dicht bij Moskou moet worden gezocht. Het EFP-programma loopt minstens vier jaar. Zo lang hoeven Neyt en zijn mannen niet te blijven, in juni worden ze afgelost door de collega's uit Grobbendonk. Vier maanden zonder verlof of vrije tijd, een enkele georganiseerde excursie uitgezonderd. Tijdens de uitstap naar Vilnius kozen nogal wat deelnemers voor het Genocidemuseum. Wellicht was Eugenijus Peikstenis niet op de hoogte, anders had hij hen persoonlijk verwelkomd. De museumdirecteur is een overtuigd NAVO-supporter. 'Litouwen besteedt nu al meer dan 2 procent van het bruto nationaal product aan defensie. Welbesteed, voor mijn part mag het budget nog stijgen. Is een invasie onwaarschijnlijk? Zeg nooit nooit, leert de geschiedenis ons. Ik heb het niet alleen over wat er op de Krim of in Oost-Oekraïne en Georgië is gebeurd. Deze geschiedenis gaat veel verder terug, de communisten haalden hun methodes bij de tsaren. In Oost-Oekraïne hebben ze een bekende truc gebruikt: mannen in groene uniformen die zogezegd vrijwillig gingen vechten om hun volksgenoten te helpen. Daar zijn we ook hier bang voor. Vorige week hielden de grenspolitie en het leger een oefening om infiltranten uit Wit-Rusland te onderscheppen. Een ontnuchterende ervaring, ze bleken niet in staat de groene uniformen tegen te houden. We zijn een klein land, zonder de NAVO staan we nergens. Dat bondgenootschap is het grote verschil met de eerste onafhankelijkheid. In de jaren dertig stonden we helemaal alleen. Ook Polen was toen een vijand, en nu trekken we aan hetzelfde zeel.' Als prille zestiger is hij tegen wil en dank een product van de Sovjet-Unie. Peikstenis studeerde geschiedenis en specialiseerde zich in archeologie en antropologie, disciplines die hij uitkoos omdat ze minder vatbaar waren voor propaganda. 'De lessen geschiedenis waren een verschrikking', zegt hij. 'Op school werd ons geleerd dat het Litouwse volk zelf om de inlijving door de Sovjet-Unie had gevraagd. Het verzet, dat was een zaak van nazisympathisanten en bourgeois kapitalisten.' Op de gang, waar ooit de voetstappen van Gestapo-officieren en KGB-agenten weerklonken, hangt een bijzondere foto. Burgers vormen een ketting rond het gebouw om te beletten dat de KGB bij zijn aftocht in 1991 archieven en ander bewijsmateriaal zou meenemen. Het museum trekt elk jaar 80.000 bezoekers, in de eerste plaats scholieren. Het museum wil niet alleen gedenken, maar ook sensibiliseren. 'Mijn grootouders hebben zelf in een werkkamp gezeten', zegt de directeur. 'Zoals velen van hun generatie. De geschiedenis van de onderdrukking wordt in alle Litouwse families overgeleverd, daar hebben we zelfs geen museum voor nodig.'