U wilt met harde feiten bewijzen dat het beter gaat met de wereld dan we denken.
...

U wilt met harde feiten bewijzen dat het beter gaat met de wereld dan we denken. Ola Rosling: Een goed voorbeeld daarvan is het aantal doden dat de afgelopen honderd jaar bij natuurrampen is gevallen. Wat denkt u? Is dat cijfer verdubbeld, even hoog gebleven of meer dan gehalveerd? We hebben die vraag voorgelegd aan twaalfduizend mensen in veertien landen. Gemiddeld gaf slechts tien procent van de ondervraagden het laatste antwoord, terwijl dat toch het juiste is. Waarom weten we zulke dingen niet? Rosling: Bepaalde metaforen spreken ons aan. Zo denken we vaak dat moeder natuur wraak op ons wil nemen en dat almaar harder doet. Maar dat klopt niet. Natuurlijk vallen er in sommige jaren veel slachtoffers. Maar op de lange termijn is de trend duidelijk. In de jaren dertig vielen er gemiddeld 917.000 doden per jaar bij natuurrampen. Tussen 2006 en 2016 waren dat er 72.000. Waarom gaat die vooruitgang onopgemerkt voorbij? Waarom vieren we niet dat de wereld zo veel veiliger is geworden? In uw nieuwe boek Factfulness geeft u veel van dat soort voorbeelden. Zijn mensen echt zo slecht met feiten en cijfers? Rosling: We gebruiken al jaren een tweehonderdtal vragen om naar kennis te peilen. Mijn vader (de bekende dataspecialist Hans Rosling die vorig jaar overleed, nvdr) heeft de aanzet tot het boek gegeven. In Factfulness hebben we de twaalf vragen uitgezocht die de ondervraagden het vaakst slecht beantwoorden. Mensen vergissen zich constant, ze zijn veel te pessimistisch. Zal ik daar nog een voorbeeld van geven? Graag. Rosling: Momenteel zijn er ongeveer twee miljard kinderen jonger dan vijftien jaar. Hoeveel kinderen van die leeftijd zullen er aan het einde van deze eeuw zijn? Vier, drie of twee miljard? Weer is het laatste antwoord het juiste en opnieuw weet nauwelijks tien procent van de mensen dat. Vergeet niet dat het multiplechoicevragen zijn: een chimpansee zou een keer op drie juist gegokt hebben. Als mensen het antwoord helemaal zelf hadden moeten raden, zouden ze nog meer fouten maken. Doen hoogopgeleiden het beter? Rosling: Helaas niet. Het is niet omdat je hoogopgeleid bent dat je wereldbeeld gebaseerd is op de feiten. Integendeel. Wie zich constant met de wereldproblemen bezighoudt, overschat hun impact. Vorig jaar heb ik op de World Health Summit in Berlijn een test gedaan. Ik heb aan de aanwezige artsen gevraagd hoeveel van de eenjarige kinderen gevaccineerd zijn: twintig, vijftig of tachtig procent? Het juiste antwoord was tachtig procent, maar de artsen scoorden slechter dan de gokkende chimpansees. Waarom zijn we toch zo pessimistisch? Rosling: Twintig jaar geleden dacht mijn vader dat mensen onvoldoende wetenschappelijke kennis hadden. Daarom hamerden we op het belang van feitenkennis, maar dat bleek niet te helpen. Nu weten we dat onwetendheid niet enkel het gevolg is van een tekort aan feiten. Mensen hebben een fundamenteel verkeerd wereldbeeld. We hebben een instinctieve neiging om te dramatiseren. We zijn onvermijdelijke zwartkijkers? Rosling: Ik denk dat dat evolutionair bepaald is. Veel piekeren kan een evolutionair voordeel zijn. Helaas concentreren we ons nog te veel op het negatieve. Wat kunnen we daaraan doen? Rosling: We hebben een nieuwe cultuur van het weten nodig. Om te beginnen moeten we accepteren dat we die pessimistische neigingen hebben. De denkfouten waar die toe leiden, zijn fascinerend. In het boek geven we enkele voorbeelden van vragen die mensen zichzelf kunnen stellen om een juister wereldbeeld te krijgen. Uw vader stierf terwijl u aan het boek bezig was. Was het moeilijk om zonder hem verder te werken? Rosling: Ja en nee. We wisten al een poosje dat hij zou sterven. Hoe vreselijk zijn overlijden uiteindelijk ook was, daardoor wisten we wel wat hij verwachtte. Bovendien slorpte het boek zo veel tijd op dat we nauwelijks konden rouwen. We zijn ook vast van plan om zijn levenswerk voort te zetten en zijn methode nog te verbeteren.