‘Waar is het slechter dan Syrië?’: de Syrische vluchtelingen gestrand in Gaza

Majid al-Atar en zijn vrouw Manal met hun twee zoontjes Abed en Essam in Rafah. 'In Syrië is het niet vreemd voor jongens om lang haar te hebben. We willen onze kinderen de vrijheid geven zich te kleden en te gedragen zoals ze dat willen, los van beperkende mannelijke stereotiepen.' © Wided Bouchrika
Wided Bouchrika
Wided Bouchrika Freelancejournaliste

Net als miljoenen andere Syriërs ontvluchtten Anas Qatarji (29) en Majid Al-Atar (46) de burgeroorlog in hun thuisland in de hoop elders veiligheid te vinden. Ze belandden in Gaza: een regio die al eens ”s werelds grootste openluchtgevangenis’ genoemd wordt. De een vond er het paradijs, de ander de hel.

‘Waar ter wereld is het slechter dan in Syrië?’ – Het is januari 2013 wanneer Anas Qatarji met wat vrienden in Aleppo mijmert over een mogelijke uitweg uit het conflict. ‘De Arabische Lente hield toen overal lelijk huis, dus we konden geen plaats bedenken waar het echt zo veel veiliger zou zijn. Voor de grap zeiden we dat we dan evengoed naar Gaza konden trekken.’

Een wrange grap tussen enkele dronken kameraden die een lichtpunt zochten in het onheil, werd voor Qatarji echter een nieuwe realiteit. Naar Turkije of zelfs Europa vluchten, was nooit een optie: ‘Slecht behandeld worden en wegkwijnen in vluchtelingenkampen na een leven in Syrië dat zo mooi was? Daar zou ik nooit vrede mee kunnen nemen.’

Grenzen gesloten

Na 36 checkpoints in Syrië van rebellengroepen als het Vrije Syrische Leger en terreurbeweging Al-Nusra en een vlucht uit Jordanië, belandde Qatarji eerst in Egypte. Een toevallige ontmoeting met een Palestijn die een restaurant in Gaza wilde starten, leidde de ervaren kok en ondernemer via de tunnels tot een nieuwe toekomst. ‘Eigenlijk best eenvoudig toen,’ herinnert Qatarji zich de overtocht, ‘150 meter in twee minuutjes: een aangename verlichte en koele wandeling. Enkel wifi ontbrak er nog aan!’ (lacht)

Uitzicht op Rafah bij de grens met Egypte. Sinds generaal Abdel Fattah al-Sisi moslimbroeder Mohamed Morsi in 2013 van de macht verdreef, zijn de tunnels tussen de Sinai en Gaza gesloten.
Uitzicht op Rafah bij de grens met Egypte. Sinds generaal Abdel Fattah al-Sisi moslimbroeder Mohamed Morsi in 2013 van de macht verdreef, zijn de tunnels tussen de Sinai en Gaza gesloten.© Wided Bouchrika

De Gazastrook grenst langs drie zijden aan Israël, dat Palestijnen zelden in het noorden via Erez doorlaat. In het zuidelijke Rafah bevindt zich de grens met Egypte, die zo goed als volledig gesloten is sinds generaal Abdel Fattah al-Sisi in de zomer van 2013 president Mohamed Morsi van de macht verdreef. Die militaire coup was gericht tegen de Moslimbroederschap en laat Hamas, dat over Gaza regeert, daar nu net aan gelinkt zijn. Kortom: het botert niet tussen de Palestijnse – door sommigen bestempeld als terroristische – beweging en de Egyptische leider.

Het sluiten van de tunnels en de vijftigdaagse oorlog tussen Hamas en Israël in 2014 deed de economie in Gaza ineenstorten. De werkloosheid is met meer dan 40 procent – en meer dan 60 procent jeugdwerkloosheid – de hoogste ter wereld. Meer dan 1,8 miljoen mensen leven er nu op een oppervlakte van 365 vierkante kilometer waar de heropbouw van vernietigde infrastructuur en woningen pas begonnen is.

1200 jaar onder het puin

Toch droomt Qatarji niet van een ander leven. Het restaurant dat hij in een 1200 jaar oud gebouw in Aleppo runde, is er niet meer. ‘Het Carlton Citadel Hotel was onze buur. De milities groeven er tunnels onder en plaatsten er explosieven, omdat ze geloofden dat Syrische soldaten zich daar schuilhielden’, verklaart Qatarji. Een eerste explosie in februari 2014 liet het hotel gedeeltelijk in mekaar storten. Een tweede bomaanslag in mei datzelfde jaar vernielde het hotel volledig en bedolf volgens onbevestigde schattingen 14 tot 50 mensen onder het puin. Van Qatarji’s meer dan duizend jaar oude eigendom bleef niets meer over.

Anas Qatarji (29) helpt een handje in de keuken van zijn nieuwe restaurant in Nuseirat, Gaza. Zijn eerste zaak werd in het Syrische Aleppo met de grond gelijk gemaakt.
Anas Qatarji (29) helpt een handje in de keuken van zijn nieuwe restaurant in Nuseirat, Gaza. Zijn eerste zaak werd in het Syrische Aleppo met de grond gelijk gemaakt.© Wided Bouchrika

‘Ik ontvluchtte de ene oorlog om vervolgens in een andere te belanden’, herinnert Qatarji zich de meest recente escalatie van het conflict in Gaza. ‘Toch zijn die oorlogen niet te vergelijken. In Gaza was de situatie duidelijk. Er rijden tanks, er zijn luchtaanvallen. In Aleppo waren er clashes, beschietingen, explosies, duizenden soldaten en rebellen van zoveel verschillende groepen. Niemand had dit ooit meegemaakt. Om vijf uur ’s avonds was Aleppo plots een ghost town. Pas om zes uur ’s ochtends durfden we de deur weer te openen om te zien wat er gebeurd was. Dan konden we de lijken gaan tellen.’

‘Ik mis Aleppo enorm,’ zucht de restaurateur. ‘Maar ik geloof dat, meer dan de mensen, het de gebouwen zijn die we missen. Aan elk plekje hangt een herinnering vast. Mensen komen en gaan, dat zijn we gewend. Maar wat doe je als alle bouwstenen van je thuis tot gruis zijn herleid en je hele verleden eronder bedolven werd? Niets kan mijn Aleppo terugbrengen.’

Onder zijn restaurant heeft Anas Qatarji ook een goedkopere take-away geopend die erg populair is bij de lokale bevolking.
Onder zijn restaurant heeft Anas Qatarji ook een goedkopere take-away geopend die erg populair is bij de lokale bevolking.© Wided Bouchrika

Laatste herinnering

Ondertussen staat Qatarji in zijn eigen restaurant in Nuseirat, centraal-Gaza. Trots, want achter hem staan de antiquiteiten uitgestald die zijn familie door de jaren opgegraven en verzameld heeft. Artefacten die samen met hem de lange weg naar Gaza aflegden: zijn laatste tastbare herinnering aan Syrië.

Over de toekomst maakt Qatarji zich geen zorgen meer: ‘Wat er ook nog gebeurt, het kan niet erger worden dan wat ik al heb meegemaakt.’

Daar denkt Majid al-Atar anders over. In zijn tweekamerappartement in Rafah hoopt de man uit Damascus nog steeds op een uitweg. Het was namelijk nooit de bedoeling om in Gaza een leven te starten.

Majid al-Atar met zoontje Essam voor hun appartementsgebouw in Rafah. Een kleurrijke gevel in een verder desolaat landschap bij de grens met Egypte.
Majid al-Atar met zoontje Essam voor hun appartementsgebouw in Rafah. Een kleurrijke gevel in een verder desolaat landschap bij de grens met Egypte.© Wided Bouchrika

Al-Atar raakte alles kwijt in Syrië. Zijn huis en werkplaats werden vernield, zijn stock en voertuigen gestolen. Toen willekeurige gevechten schering en inslag werden en een explosie vlakbij plaatsvond, wist de man dat het tijd was om te vertrekken. ‘Ik heb de dood toen gezien. Mijn vrouw en ongeboren kind moesten in veiligheid worden gebracht’, vertelt hij.

Geen warm Egyptisch onthaal

Het was de zomer van 2012 toen al-Atars Palestijnse vrouw naar haar thuisland ging om er veilig te kunnen bevallen van hun eerste zoontje. Intussen was al-Atar op zoek naar werk in Egypte zodat het gezin er opnieuw kon beginnen.

‘Maar meer dan 450 000 vluchtelingen in een land dat zelf problemen doormaakte in de nasleep van de Arabische Lente waren geen goede match’, verklaart al-Atar. ‘Syrische vluchtelingen werden natuurlijk niet met open armen ontvangen in Egypte. Ze hadden het gevoel dat wij – traditioneel goede koks – hun jobs in de steden kwamen stelen. Mensen uit verre landen als Soedan kwamen naar Caïro om er van de nieuwe Syrische keuken te proeven. Dat werd ons niet in dank afgenomen in een al slecht economisch klimaat.’

De overtocht langs de Middellandse Zee werd niet overwogen – ‘Ik wou mijn vrouw en kind niet in een gammel, illegaal en peperduur bootje het water over sturen om dan in een vluchtelingenkamp terecht te komen’ – en al-Atar besloot zijn gezin tijdelijk te vergezellen in Gaza, tot hun aanvraag bij de UNHCR (Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties) hen op een legale manier in een ander land zou plaatsen.

Drie oorlogen

Na de burgeroorlog in Syrië werd het gezin – intussen uitgebreid met een tweede broertje – geconfronteerd met nog twee andere oorlogen in Gaza: Operatie Wolkkolom in november 2012 en Operatie Beschermende Rand in de zomer van 2014.

‘Mensen zijn hier zo gastvrij en geven zo veel liefde. Hier werden we aanvaard als gelijken in plaats van vluchtelingen. Misschien omdat vele Palestijnen in Gaza zelf ontheemd werden tussen 1948 en 1967 en weten wat het is om vluchteling te zijn. Maar het leven blijft hier zwaar. Er is geen werk, geen hoop op vooruitgang’, aldus al-Atar. ‘Omdat we Syriërs zijn kan de UNRWA (organisatie van de Verenigde Naties voor Palestijnse vluchtelingen, nvdr.) ons niet helpen. Over ons dossier bij de UNHCR krijgen we geen nieuws.’

Geen ontkomen aan

Ontsnappen aan Gaza is mogelijk met een geldig Palestijns paspoort of Syrische papieren. Maar Al-Atars Syrische paspoort is intussen vervallen en zijn kinderen kunnen geen Palestijnse identiteit krijgen omdat hun vader in Syrië werd geboren. Nieuwe paspoorten verkrijgen of kinderen registreren kan bovendien niet zonder officiële Syrische diplomatische missie voor de Palestijnse Gebieden. Israël controleert de bevolkingsregisters van de Gazastrook en heeft geen banden met het regime van de Syrische president Bashar al-Assad. Dat maakt het voor de lokale overheden en internationale organisaties moeilijk om Syrische vluchtelingen te helpen.

Het feit dat Syrische vluchtelingen in Gaza terechtkomen, zegt veel over de opties die ze op het wereldtoneel hebben. Zonder job, steun of papieren lijken zij in de strook langs de kust meer staatloos dan waar ook; een uitweg uit de zoveelste humanitaire catastrofe onmogelijk.

Partner Content