Het rapport werd opgesteld door de Congressional Research Service, en werd vorige week overgemaakt aan het Amerikaans parlement. Met een week vertraging werd de informatie opgepikt door The New York Times. Het rapport, Conventional Arms Transfers tot Developing Nations 2008-2015, biedt volgens de krant het beste overzicht van de wereldwijde wapenhandel. De cijfers werden bijgestuurd voor inflatie, zodat alles in dollartermen van 2015 wordt uitgedrukt.

Eerste vaststelling: de verkoop van wapens liep terug in 2015. Van 89 miljard dollar aan bestellingen in 2014 ging het naar 79,8 miljard in 2015 (in euro van 85 miljard naar 76,3). Maar de Amerikaanse verkoop ging erop vooruit, van 36,1 miljard in 2014 naar 40,1 miljard dollar in 2015. Die 40 miljard betekent dat Amerikaanse bedrijven de helft van de totale wereldwapenhandel voor hun rekening namen.

De wapenverkoop per jaar en per land, volgens een tabel uit het rapport © VS-overheid

Frankrijk komt op een verre tweede plaats met 15,3 miljard dollar, maar dat land maakte een forse sprong voorwaarts: in 2014 werden 'slechts' voor 5,7 miljard dollar aan contracten afgesloten.

Rusland zakte naar de derde plaats met voor 11,1 miljard dollar aan contracten, tegenover 11,2 miljard in 2014. China volgt op de vierde plaats met 6 miljard.

Ruim 80 procent gaat naar 'ontwikkelingslanden'

In 2015 was Qatar de grootste koper, met voor 17,5 miljard dollar aan bestelling, gevolgd door Egypte met 11,9 miljard en Saudi-Arabië met 8,6 miljard dollar.

In het rapport worden die landen bij de 'ontwikkelingslanden' gerekend. Het totaal aantal aankopen door deze categorie van landen bleef dominant maar liep wel terug: van 79 miljard dollar in 2014 naar 65 miljard in 2015, of ruim 80 procent van de totale omzet voor wapensl.

Andere grote kopers waren in 2015: Zuid-Korea, Pakistan, Israël, de Verenigde Arabische Emiraten en Irak.

De terugval in globale aankopen heeft volgens het rapport te maken met "de verzwakte staat van de globale economie", waarbij de slome economie in de EU, en de dalende olieprijzen een rol speelden.