De 55-jarige Jerry Chuan Shing Lee, een voormalige militair, begon in 1994 te werken voor de CIA. In 2007 stapte hij daar op en verhuisde hij naar Hongkong.

Volgens het Amerikaanse ministerie van Justitie werd hij daar drie jaar later benaderd door agenten van de Chinese inlichtingendienst. Zij boden hem een grote som geld aan en 'beloofde voor hem te zorgen in ruil voor zijn medewerking'.

In 2012 ontdekte de FBI notitieboekjes in de bagage van Lee met daarin namen, contacten en andere informatie over CIA-medewerkers en informanten, zoals de adressen van clandestiene schuilplaatsen.

De man werd pas zes jaar later opgepakt, in januari 2018. De autoriteiten verklaarden toen niet waarom het zolang geduurd heeft voordat de voormalige agent beschuldigd werd. 'Lee verraadde zijn land door hebzucht en bracht zijn voormalige collega's in gevaar. Zijn straf vandaag is evenredig met de ernst van zijn verraad en zijn misdaad', verklaarde FBI-chef Timothy Slater vrijdag.

Deze zaak kan verband houden met de plotse ineenstorting van het CIA-netwerk in China tussen 2010 en 2012. De New York Times meldde in 2017 dat Peking in deze periode minstens een tiental CIA-informanten in China had gedood en zeker zes anderen had opgepakt.

Lee is al de derde medewerker van de Amerikaanse inlichtingendiensten in enkele maanden tijd die veroordeeld is wegens spionage voor China. Zo werd een andere voormalige CIA-agent Kevin Mallory eerder al veroordeeld tot 20 jaar cel, terwijl een voormalig medewerker van de Amerikaanse militaire inlichtingendienst Ron Rockwell Hansen veroordeeld is tot 10 jaar cel.