De Europese economie heeft de wind in de zeilen (al lijkt de meewind recentelijk wat af te zwakken). De dagen van ondergaande banken, populistische tsunami's en migrantengolven lijken achter ons. Toch is een ontnuchterend koud bad dichterbij dan velen denken.

Europese landen zitten in de mangel van supermachten. Al voor het aantreden van Donald Trump was duidelijk dat Amerika zich steeds meer richt op Azië, maar onder Trump groeit de verwijdering tussen Amerika en Europa. Tegelijk groeien zorgen over Chinese inmenging in Europa.

Angela Merkel gaf al aan dat Europa op zichzelf aangewezen is in het mondiale militaire, politieke en economische krachtenspel. Europa krijgt het daarbij zwaarder naarmate de Europese populatiegroei afvlakt, de bevolking vergrijst en het aandeel in de wereldeconomie afneemt. Europese militaire uitgaven groeien wel, maar de grootste defensiekanonnen zijn de VS, China, Rusland, Saoedi-Arabië en India.

'Voor Europa is een ontnuchterend koud bad dichterbij dan velen denken'

Het wordt een heidens karwei om mee te dansen op dit reuzenbal. Duitsland blijft terughoudend om de leiding te nemen, terwijl Frankrijk onder Emmanuel Macron misschien te hoog van de toren blaast. Met de herverkiezing van Merkel en Macrons aantreden werd gehoopt op de wederopstanding van een sterke Duits-Franse as. Vooralsnog zien we slechts voorzichtige stapjes.

Tegelijk verlaat die andere Europese grootmacht - het Verenigd Koninkrijk - de EU. Daarmee verliest de unie een van haar grootste economische en militaire spelers. Weliswaar wordt geprobeerd de militaire samenwerking tussen het continent en Londen te waarborgen en verbeteren, maar tegelijk kwamen EU-landen na het Brexit-referendum met het PESCO-plan (Permanent Structured Cooperation) om te laten zien dat Europese lidstaten best zonder de Britten kunnen. Het zijn mooie plannen, maar van een Europees leger met grote slag- en daadkracht komt het niet.

Een andere grote speler, Italië, gaat geregeerd worden door een eurosceptische, populistische coalitie. Sommige voornemens van deze coalitie zijn lovenswaardig, maar van een gedegen plan om de productiviteit te verhogen en enorme overheidsschuld onder controle te krijgen is geen sprake. Daardoor blijft de kans groot dat spanningen tussen noordelijke en zuidelijke eurolanden oplopen als het ECB-beleid te ruim blijft voor landen als Duitsland en Nederland, maar niet voor de zuidelijke leden van de muntunie, zoals Italië en Griekenland, die worstelen met hoge werkloosheid en veel slechte leningen.

Italië en Griekenland zijn ook de landen die het meest te kampen hebben met migratieproblematiek. Rome en Athene zijn al lange tijd verbolgen over het gebrek aan solidariteit van andere landen. Door o.a. de deal met Turkije is de migratiecrisis naar de achtergrond verdrongen, maar de spanningen in Midden-Oosten en Noord-Afrika lopen op. Nu het warmer weer is, kan de druk op de Europese grenzen toenemen en daarbij ook spanningen tussen landen in de eerste linie en landen die weigeren vluchtelingen op te vangen, met name in Oost-Europa.

Dan hebben we direct een andere zorg te pakken: de kloof tussen west en oost. Die spanning zien we terug in de net uitgebroken strijd om de meerjarige EU-begroting, waarin de Europese Commissie geldstromen wil afbuigen van oost naar zuid en de toekenning van fondsen wil laten afhangen van of landen grondbeginselen van de EU naleven. Polen en Hongarije stonden op hun achterste benen. Voor velen in West-Europa is het simpel: in menig Oost-Europees land worden democratische pijlers aangetast of omver geworpen; het geeft geen pas om deze landen te 'belonen' met veel cohesiefondsen en landbouwgelden.

In Parijs en andere steden in het westen draaiden protesten om de vrijheid van het individu. In het oosten ging het om bevrijding van de staat/Sovjetunie/communisme.

Deze gedachtegang is begrijpelijk en terecht, maar er is ook een andere kant. De Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev vat die zijde van de medaille samen in drie punten. Volgens Krastev had het revolutionaire jaar 1968 voor West- en Oost-Europa totaal verschillende betekenissen. In Parijs en andere steden in het westen draaiden protesten om de vrijheid van het individu. In het oosten ging het om bevrijding van de staat/Sovjetunie/communisme.

Een tweede punt is dat bij de eerste oostelijke generatie die na de Val van de Muur werd 'besmet' met het westen vooral dankbaarheid overheerste over het einde van het Sovjetjuk. De tweede en derde generaties willen zowel gerespecteerd worden als anders, maar ook gelijk behandeld worden met West-Europeanen. Krastev noemt het de emancipatie van Oost-Europeanen.

Tot slot waren West-Europese landen veelal kolonisatoren die meer van de wereld hebben gezien dan Oost-Europeanen en de wereld als hun speelveld zagen. West-Europeanen hebben door hun koloniale geschiedenis een bredere blik. Dat verleden heeft ook gezorgd voor een schuldgevoel. Oost-Europese landen waren geen koloniale machten, staan mede daardoor minder open voor nieuwe dingen en dragen ook geen koloniaal schuldgevoel met zich mee. Hierdoor staan Oost-Europese landen kritischer tegenover bijvoorbeeld de opvang van vluchtelingen.

Kortom, het westen zag de wereld lange tijd als plek die kon worden vormgegeven door het westen zelf. Het oosten zag de wereld als iets dat hen overkwam.

Bovengenoemde problemen en de dreiging afgetroefd te worden door China en de VS zijn sowieso al zorgwekkend, maar zeker nu tekenen opduiken die erop wijzen dat economische groei minder robuust is dan het lijkt. Dat terwijl de ECB weinig tot geen buffer heeft voor een volgende recessie.

Kortom, het westen zag de wereld lange tijd als plek die kon worden vormgegeven door het westen zelf. Het oosten zag de wereld als iets dat hen overkwam.

Afzwakkende exporten hebben in elk geval bijgedragen aan mindere groeicijfers. Dat belooft weinig goeds nu de EU moet vrezen voor escalatie van handelsperikelen als Europa niet snel een deal bereikt met Amerika.

Een ander zorgelijk punt is dat Duitsland weinig aanstalten maakt om zijn overschotten aan te wenden voor groeipotentieel verhogende maatregelen. De nieuwe minister van Financiën houdt vast aan de Schwarze Null. Bij de extra miljarden die Berlijn wel uitgeeft ligt het zwaartepunt bij sociale uitkeringen en niet bij onderwijs en infrastructuur. Economen waarschuwden al vaker dat Duitsers na de Hartz-hervormingen nauwelijks meer aan hun economie hebben gesleuteld. Duitsland moet oppassen dat het niet gemakzuchtig is en het eigen succes ondergraaft door te weinig oog voor tekortkomingen.

Tegelijk neemt Macron geen gas terug met zijn hervormingsdrang, maar het gevaar bestaat dat de president zijn hand overspeelt met zijn aan arrogantie grenzende zelfvertrouwen.

Het is maar zeer de vraag of Europa de relatief sterke groei van afgelopen jaar kan vasthouden gezien de dreigende handelsoorlog, opborrelende zorgen om Duitsland, twijfels over Macron, Italiaans populisme, toenemende spanningen tussen west en oost, de stijgende olieprijs, afzwakkende groei bij opkomende landen en een verslechterend mondiaal geopolitiek klimaat.

De Europese economie heeft de wind in de zeilen (al lijkt de meewind recentelijk wat af te zwakken). De dagen van ondergaande banken, populistische tsunami's en migrantengolven lijken achter ons. Toch is een ontnuchterend koud bad dichterbij dan velen denken.Europese landen zitten in de mangel van supermachten. Al voor het aantreden van Donald Trump was duidelijk dat Amerika zich steeds meer richt op Azië, maar onder Trump groeit de verwijdering tussen Amerika en Europa. Tegelijk groeien zorgen over Chinese inmenging in Europa. Angela Merkel gaf al aan dat Europa op zichzelf aangewezen is in het mondiale militaire, politieke en economische krachtenspel. Europa krijgt het daarbij zwaarder naarmate de Europese populatiegroei afvlakt, de bevolking vergrijst en het aandeel in de wereldeconomie afneemt. Europese militaire uitgaven groeien wel, maar de grootste defensiekanonnen zijn de VS, China, Rusland, Saoedi-Arabië en India.Het wordt een heidens karwei om mee te dansen op dit reuzenbal. Duitsland blijft terughoudend om de leiding te nemen, terwijl Frankrijk onder Emmanuel Macron misschien te hoog van de toren blaast. Met de herverkiezing van Merkel en Macrons aantreden werd gehoopt op de wederopstanding van een sterke Duits-Franse as. Vooralsnog zien we slechts voorzichtige stapjes.Tegelijk verlaat die andere Europese grootmacht - het Verenigd Koninkrijk - de EU. Daarmee verliest de unie een van haar grootste economische en militaire spelers. Weliswaar wordt geprobeerd de militaire samenwerking tussen het continent en Londen te waarborgen en verbeteren, maar tegelijk kwamen EU-landen na het Brexit-referendum met het PESCO-plan (Permanent Structured Cooperation) om te laten zien dat Europese lidstaten best zonder de Britten kunnen. Het zijn mooie plannen, maar van een Europees leger met grote slag- en daadkracht komt het niet.Een andere grote speler, Italië, gaat geregeerd worden door een eurosceptische, populistische coalitie. Sommige voornemens van deze coalitie zijn lovenswaardig, maar van een gedegen plan om de productiviteit te verhogen en enorme overheidsschuld onder controle te krijgen is geen sprake. Daardoor blijft de kans groot dat spanningen tussen noordelijke en zuidelijke eurolanden oplopen als het ECB-beleid te ruim blijft voor landen als Duitsland en Nederland, maar niet voor de zuidelijke leden van de muntunie, zoals Italië en Griekenland, die worstelen met hoge werkloosheid en veel slechte leningen.Italië en Griekenland zijn ook de landen die het meest te kampen hebben met migratieproblematiek. Rome en Athene zijn al lange tijd verbolgen over het gebrek aan solidariteit van andere landen. Door o.a. de deal met Turkije is de migratiecrisis naar de achtergrond verdrongen, maar de spanningen in Midden-Oosten en Noord-Afrika lopen op. Nu het warmer weer is, kan de druk op de Europese grenzen toenemen en daarbij ook spanningen tussen landen in de eerste linie en landen die weigeren vluchtelingen op te vangen, met name in Oost-Europa.Dan hebben we direct een andere zorg te pakken: de kloof tussen west en oost. Die spanning zien we terug in de net uitgebroken strijd om de meerjarige EU-begroting, waarin de Europese Commissie geldstromen wil afbuigen van oost naar zuid en de toekenning van fondsen wil laten afhangen van of landen grondbeginselen van de EU naleven. Polen en Hongarije stonden op hun achterste benen. Voor velen in West-Europa is het simpel: in menig Oost-Europees land worden democratische pijlers aangetast of omver geworpen; het geeft geen pas om deze landen te 'belonen' met veel cohesiefondsen en landbouwgelden.Deze gedachtegang is begrijpelijk en terecht, maar er is ook een andere kant. De Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev vat die zijde van de medaille samen in drie punten. Volgens Krastev had het revolutionaire jaar 1968 voor West- en Oost-Europa totaal verschillende betekenissen. In Parijs en andere steden in het westen draaiden protesten om de vrijheid van het individu. In het oosten ging het om bevrijding van de staat/Sovjetunie/communisme.Een tweede punt is dat bij de eerste oostelijke generatie die na de Val van de Muur werd 'besmet' met het westen vooral dankbaarheid overheerste over het einde van het Sovjetjuk. De tweede en derde generaties willen zowel gerespecteerd worden als anders, maar ook gelijk behandeld worden met West-Europeanen. Krastev noemt het de emancipatie van Oost-Europeanen.Tot slot waren West-Europese landen veelal kolonisatoren die meer van de wereld hebben gezien dan Oost-Europeanen en de wereld als hun speelveld zagen. West-Europeanen hebben door hun koloniale geschiedenis een bredere blik. Dat verleden heeft ook gezorgd voor een schuldgevoel. Oost-Europese landen waren geen koloniale machten, staan mede daardoor minder open voor nieuwe dingen en dragen ook geen koloniaal schuldgevoel met zich mee. Hierdoor staan Oost-Europese landen kritischer tegenover bijvoorbeeld de opvang van vluchtelingen.Kortom, het westen zag de wereld lange tijd als plek die kon worden vormgegeven door het westen zelf. Het oosten zag de wereld als iets dat hen overkwam. Bovengenoemde problemen en de dreiging afgetroefd te worden door China en de VS zijn sowieso al zorgwekkend, maar zeker nu tekenen opduiken die erop wijzen dat economische groei minder robuust is dan het lijkt. Dat terwijl de ECB weinig tot geen buffer heeft voor een volgende recessie.Afzwakkende exporten hebben in elk geval bijgedragen aan mindere groeicijfers. Dat belooft weinig goeds nu de EU moet vrezen voor escalatie van handelsperikelen als Europa niet snel een deal bereikt met Amerika.Een ander zorgelijk punt is dat Duitsland weinig aanstalten maakt om zijn overschotten aan te wenden voor groeipotentieel verhogende maatregelen. De nieuwe minister van Financiën houdt vast aan de Schwarze Null. Bij de extra miljarden die Berlijn wel uitgeeft ligt het zwaartepunt bij sociale uitkeringen en niet bij onderwijs en infrastructuur. Economen waarschuwden al vaker dat Duitsers na de Hartz-hervormingen nauwelijks meer aan hun economie hebben gesleuteld. Duitsland moet oppassen dat het niet gemakzuchtig is en het eigen succes ondergraaft door te weinig oog voor tekortkomingen.Tegelijk neemt Macron geen gas terug met zijn hervormingsdrang, maar het gevaar bestaat dat de president zijn hand overspeelt met zijn aan arrogantie grenzende zelfvertrouwen.Het is maar zeer de vraag of Europa de relatief sterke groei van afgelopen jaar kan vasthouden gezien de dreigende handelsoorlog, opborrelende zorgen om Duitsland, twijfels over Macron, Italiaans populisme, toenemende spanningen tussen west en oost, de stijgende olieprijs, afzwakkende groei bij opkomende landen en een verslechterend mondiaal geopolitiek klimaat.