Marwa Awad, woordvoerster van het VN-Wereldvoedselprogramma (WFP) in Syrië, maakt deel uit van een hulpkonvooi, dat woensdag in de regio aankwam. Meer dan 130 vrachtwagens brachten voedsel, geneesmiddelen en warme kleding voor de noodlijdenden. Het is het eerste hulpkonvooi in drie maanden en volgens Awad het grootste in Syrië in de geschiedenis van de VN.

De meeste vluchtelingen in Rukban zijn vrouwen en kinderen. Ze leven afgezonderd in een woestijngebied vlak bij de grens met Jordanië. Door gebrek aan medische zorg en de lage wintertemperaturen waren er de afgelopen weken verscheidene kinderen overleden, ook baby's. De mensen zijn gestrand in een droog gebied. 'Dit is je reinste woestijn, er groeit nauwelijks iets', aldus de WFP-woordvoerster. De vluchtelingen verblijven in lemen hutten, die echter nauwelijks bescherming bieden tegen de winterse weersomstandigheden. Als het regent, verandert de grond in modder. Enkele marktjes bieden hun waren tegen extreem hoge prijzen aan. Daardoor beperken veel mensen hun maaltijd tot een per dag. 'Ze eten elke dag aardappelen en droge rijst', aldus Awad. In het vluchtelingenkamp is er overigens enkel één slecht uitgeruste kliniek beschikbaar.

Rukban bevindt zich in een door rebellen gecontroleerde zone. Hulptransporten komen zelden naar het vluchtelingenkamp als gevolg van geschillen met de Syrische regering. Zo heeft Jordanië zijn grenzen na een aanslag gesloten. Volgens woordvoerster Awad is het nog steeds onduidelijk wanneer het volgende hulpkonvooi naar Rukban kan vertrekken. Eerder had nog maar één konvooi begin november het kamp bereikt. Het was het eerste transport in bijna een jaar.

Marwa Awad, woordvoerster van het VN-Wereldvoedselprogramma (WFP) in Syrië, maakt deel uit van een hulpkonvooi, dat woensdag in de regio aankwam. Meer dan 130 vrachtwagens brachten voedsel, geneesmiddelen en warme kleding voor de noodlijdenden. Het is het eerste hulpkonvooi in drie maanden en volgens Awad het grootste in Syrië in de geschiedenis van de VN. De meeste vluchtelingen in Rukban zijn vrouwen en kinderen. Ze leven afgezonderd in een woestijngebied vlak bij de grens met Jordanië. Door gebrek aan medische zorg en de lage wintertemperaturen waren er de afgelopen weken verscheidene kinderen overleden, ook baby's. De mensen zijn gestrand in een droog gebied. 'Dit is je reinste woestijn, er groeit nauwelijks iets', aldus de WFP-woordvoerster. De vluchtelingen verblijven in lemen hutten, die echter nauwelijks bescherming bieden tegen de winterse weersomstandigheden. Als het regent, verandert de grond in modder. Enkele marktjes bieden hun waren tegen extreem hoge prijzen aan. Daardoor beperken veel mensen hun maaltijd tot een per dag. 'Ze eten elke dag aardappelen en droge rijst', aldus Awad. In het vluchtelingenkamp is er overigens enkel één slecht uitgeruste kliniek beschikbaar. Rukban bevindt zich in een door rebellen gecontroleerde zone. Hulptransporten komen zelden naar het vluchtelingenkamp als gevolg van geschillen met de Syrische regering. Zo heeft Jordanië zijn grenzen na een aanslag gesloten. Volgens woordvoerster Awad is het nog steeds onduidelijk wanneer het volgende hulpkonvooi naar Rukban kan vertrekken. Eerder had nog maar één konvooi begin november het kamp bereikt. Het was het eerste transport in bijna een jaar.