'We vragen Israël om onmiddellijk alle gedwongen uitzettingen stop te zetten', verklaarde Rupert Colville, woordvoerder van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten van de VN tijdens een persbriefing in Genève.

Deze oproep komt nadat de politie meedeelde dat vijftien Palestijnen 's nachts gearresteerd werden in de nasleep van gewapende confrontaties tussen Israëlische veiligheidstroepen en mensen die betoogden tegen de uitzettingen van Palestijnse families. De confrontaties barstten los in een wijk in Oost-Jeruzalem waar een gerechtelijke strijd aan de gang is over het lot van Paletijnse gezinnen die uitgezet dreigen te worden ten voordele van Israëlische kolonisten.

Internationaal recht

'We zouden graag onderstrepen dat Oost-Jeruzalem deel blijft uitmaken van de bezette Palestijnse gebieden waar het internationaal humanitair recht van toepassing is', verklaarde Colville. 'De bezetter kan geen privé-eigendom in beslag nemen in bezet gebied', voegde hij eraan toe. Hij verduidelijkte ook dat de verhuis van burgers van de bezettende macht naar bezet gebied illegaal is volgens het internationaal recht en 'kan neerkomen op oorlogsmisdaden'.

Volgens de Israëlische wet kunnen Joden die kunnen bewijzen dat hun familie in Oost-Jeruzalem woonde voor de Arabisch-Israëlische oorlog in 1948, een aanvraag indienen om hun 'eigendomsrechten' terug te krijgen. Er bestaat geen wet waarmee Palestijnen die hun eigendommen kwijtraakten tijdens de oorlog hetzelfde kunnen doen. Colville benadrukte dat 'Israël zijn eigen wetten niet kan opleggen in bezet gebied, inclusief Oost-Jeruzalem.'

'We vragen Israël om onmiddellijk alle gedwongen uitzettingen stop te zetten', verklaarde Rupert Colville, woordvoerder van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten van de VN tijdens een persbriefing in Genève. Deze oproep komt nadat de politie meedeelde dat vijftien Palestijnen 's nachts gearresteerd werden in de nasleep van gewapende confrontaties tussen Israëlische veiligheidstroepen en mensen die betoogden tegen de uitzettingen van Palestijnse families. De confrontaties barstten los in een wijk in Oost-Jeruzalem waar een gerechtelijke strijd aan de gang is over het lot van Paletijnse gezinnen die uitgezet dreigen te worden ten voordele van Israëlische kolonisten.'We zouden graag onderstrepen dat Oost-Jeruzalem deel blijft uitmaken van de bezette Palestijnse gebieden waar het internationaal humanitair recht van toepassing is', verklaarde Colville. 'De bezetter kan geen privé-eigendom in beslag nemen in bezet gebied', voegde hij eraan toe. Hij verduidelijkte ook dat de verhuis van burgers van de bezettende macht naar bezet gebied illegaal is volgens het internationaal recht en 'kan neerkomen op oorlogsmisdaden'. Volgens de Israëlische wet kunnen Joden die kunnen bewijzen dat hun familie in Oost-Jeruzalem woonde voor de Arabisch-Israëlische oorlog in 1948, een aanvraag indienen om hun 'eigendomsrechten' terug te krijgen. Er bestaat geen wet waarmee Palestijnen die hun eigendommen kwijtraakten tijdens de oorlog hetzelfde kunnen doen. Colville benadrukte dat 'Israël zijn eigen wetten niet kan opleggen in bezet gebied, inclusief Oost-Jeruzalem.'