Dat blijkt uit het VN-rapport Levels and Trends in Child Mortality 2017. Vooral in Sub-Sahara-Afrika en Zuid-Azië sterven nog heel wat kinderen kort na de geboorte.

De kindersterfte is tussen 2000 en 2016 geleidelijk afgenomen, van meer dan 27.000 tot 15.000 per dag (-44 procent). Dat betekent dat per jaar nog 5,6 miljoen kinderen overlijden. Opvallend is wel dat zowat 46 procent daarvan - ofwel 7000 kinderen per dag - al tijdens de eerste levensmaand overlijdt. Twee regio's zijn verantwoordelijk voor meer dan drie kwart van de sterfte onder pasgeborenen: Zuid-Azië (39 procent) en Sub-Sahara-Afrika (38 procent). In die laatste regio sterft zelfs één op de 36 kinderen tijdens de eerste levensmaand. Ter vergelijking: in de rijke landen bedraagt die verhouding één op 333.

'Kennis en technologie verspreiden'

De VN leggen in het rapport ook nadrukkelijk uit welke maatregelen er nodig zijn om het sterftecijfer verder terug te dringen. Vooral betere toegang tot gezondheidszorg tijdens de zwangerschap en bij de geboorte wordt als cruciaal gezien, naast vaccinaties, borstvoeding en basisgeneesmiddelen. Voorts zijn ook toegang tot zuiver water en hygiënische sanitaire voorzieningen essentieel. 'De vooruitgang blijft steken op de toenemende concentratie van kindersterfte rond de geboorte en de dagen erna. De kennis en technologie om deze sterfte te vermijden is er. Nu moeten we die naar de verste uithoeken zien te krijgen, waar die zo hard nodig is', zo reageert Stefan Swartling Peterson, hoofd gezondheid van Unicef.

Het rapport werd samengesteld door het VN-kinderfonds Unicef, de Wereldbank, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het VN-departement Economische en Sociale Zaken (Undesa).