Verliefd op het kalifaat: ‘Ons was gratis gezondheidszorg en een goede baan beloofd’

Difansa, IS-bruid. © Sebastian Backhaus
Joanie De Rijke
Joanie De Rijke Medewerkster Knack

De opvangkampen voor de bevrijde bevolking van Raqqa herbergen ook zogenoemde IS-bruiden. Hoe zal het voor hen verder gaan?

Dagelijks worden bewoners uit de puinhopen van Raqqa bevrijd. In shock, angstig, verward, huilend en lachend. Na vier lange jaren onderdrukking kunnen ze eindelijk opgelucht ademhalen. De stad van oorspronkelijk ruim 220.000 inwoners kwam in maart 2013 onder controle van het Vrije Syrische Leger en radicale jihadistengroeperingen. De jihadisten namen de leiding snel over, waarna de IS ten tonele verscheen. Op 29 juni 2014 werd Raqqa uitgeroepen als hoofdstad van het kalifaat.

Nu wacht de bevrijde bevolking in de opvangkampen op het verloop van de oorlog. Onder hen ook echtgenotes van IS-strijders met hun kinderen. In een kamp 50 kilometer noordwaarts van Raqqa zit een aantal IS-bruiden samengepakt in een afgezonderde tent. We vragen of we binnen mogen. ‘Wacht’, klinkt het in het Engels. ‘Geef ons een minuut om ons gedegen te kleden.’ Als we binnenstappen, zien we een grote groep Indonesische vrouwen en kinderen. Difansa uit Jakarta begroet ons. In 2015 trok ze met haar zoontje Mohammed en haar tweeling Amar en Saad naar Raqqa. ‘Onze hele familie is hier, zeventien mensen in totaal. Ik ben meegegaan met mijn nichtje. Ik was gescheiden van mijn man en wilde een ander leven. Mijn nichtje had via internet contact met twee IS-leden. Die beloofden ons dat de gezondheidszorg in het kalifaat gratis was, dat we een goede baan konden krijgen en carrière konden maken.’

Kadija, IS-bruid.
Kadija, IS-bruid.© Sebastian Backhaus

‘Bij aankomst bleek dat allemaal één grote leugen. We kregen niets. Zodra we in Raqqa arriveerden, werden we gescheiden van onze broers en vaders. Omdat die niet wilden vechten aan de frontlijn, werden ze beschouwd als verraders en naar de gevangenis gebracht. Ik kwam met mijn nichtje in een slaapzaal voor vrouwen terecht. Een vreselijke plek. De vrouwen maakten onderling ruzie, ze vochten zelfs met messen. Elke dag werden we lastiggevallen door de mannen van de IS. Ze wilden trouwen. Ik zei dat ik gescheiden was, dat ik niet opnieuw wilde huwen. Na drie maanden kregen we een gratis huis in Raqqa toegewezen. De mannen in onze familie hadden in de gevangenis een islamitische opleiding gevolgd en werden vrijgelaten. Ze hebben zich sindsdien verborgen omdat ze ieder moment opgepakt konden worden om naar het front te worden gestuurd.’

De getuigenis van Difansa klinkt niet overtuigend. Als we vragen waarom ze in 2015 bewust voor het kalifaat koos terwijl in de hele wereld allang bekend was welke gruweldaden de jihadisten pleegden, zegt ze: ‘Het is hetzelfde als je verliefd wordt op een man. Je ziet alleen de mooie kanten, de slechte wil je gewoon niet accepteren. We waren zo naïef, zo stom. Nu beseffen we dat het de grootste vergissing van ons leven is.’

Noor, haar nichtje van negentien, zit naast haar. ‘Ik voel me doodschuldig. Want ik ben degene die contact heeft gelegd met de IS. Ik heb de hele familie meegesleept, omdat ik dacht dat we een beter leven zouden krijgen.’

De vrouwen zwijgen even. ‘Van het goud dat we uit Indonesië hadden meegebracht, hebben we een smokkelaar betaald. Een maand geleden zijn we uit Raqqa ontsnapt, nadat we 4000 dollar hadden betaald voor onze hele familie. Zodra we buiten de stad waren, werden we naar dit kamp gestuurd. De mannen zitten in de gevangenis.’

Hoe het verder zal gaan, weten ze niet. Ze hopen dat de Indonesische ambassade iets voor hen kan doen, klinkt het. ‘Iedereen haat ons’, zegt Difansa. ‘Elke dag gooien de mensen stenen naar ons en roepen ze dat we “vuile IS-wijven” zijn.’

Het leven bleek algauw een hel. De meeste jihadisten waren doodordinaire criminelen, belust op geld, macht en seks

Kadija

Ook Kadija (29) uit Tunesië is via een smokkelaar uit de stad ontsnapt. Naar eigen zeggen betaalde ze 10.000 dollar. Kadija reisde in 2014 met twee kinderen haar man achterna nadat hij zich bij de jihadisten had aangesloten en vanuit Tunesië was vertrokken. ‘In die tijd was er nog niet zo veel bekend over de IS’, beweert ze onomwonden. ‘Maar het leven bleek algauw een hel. De meeste jihadisten waren doodordinaire criminelen, belust op geld, macht en seks. Mijn man kwam om tijdens een gevecht met het regime in 2015. Ik werd naar een opvanghuis voor vrouwen gestuurd. Na een halfjaar ben ik opnieuw getrouwd, om weg te raken uit dat verschrikkelijke huis. Mijn nieuwe echtgenoot was ook van Tunesische afkomst. Hij is de vader van mijn twee jongste kinderen. Helaas raakte hij zwaargewond tijdens een gevecht in Homs. Sindsdien zit hij in een rolstoel. In die periode, in 2016, ontstond er veel onderling protest tegen de IS. Een aantal mannen was het beu om als kanonnenvoer te worden gebruikt. Ook mijn man zag het niet meer zitten. We vluchtten naar het platteland in de buurt van Deir ez-Zor.’

Volgens de vrouw stalen ze auto’s van de IS en verkochten die ergens anders om aan geld te komen. ‘Een groot risico, maar het was overal zo’n chaos dat we ermee wegkwamen. Met het geld hebben we de smokkelaar betaald. Mijn man zit nu in de gevangenis en ik hier. We hebben geen telefoons, kunnen met niemand contact opnemen.’

Ze loopt mee naar buiten. Haar emotieloze manier van vertellen verandert plots als ze zegt dat ze hoopt dat de vrouwen in de wereld nooit meer zo dom zullen zijn als zij. ‘Voor mij is het te laat’, klinkt het daarna weer hard. ‘Ik hoop alleen dat mijn kinderen de kans krijgen om een normaal leven te leiden. Zij zijn de enige onschuldigen in dit verhaal.’

Partner Content