'Kinderen werden gebombardeerd op school, ouders werden gebombardeerd op de markt en patiënten in het ziekenhuis: hele families werden gebombardeerd terwijl ze op de vlucht waren', vatte Paulo Pinheiro, voorzitter van de VN-onderzoekscommissie voor Syrië, samen. Het rapport handelt over de periode tussen 1 november en 30 april. 52 aanvallen werden daarin beschreven aan de hand van foto's en videomateriaal.

In december vorig jaar lanceerde het regime van de Syrische president al-Assad, gesteund door zijn Russische bondgenoot, een offensief tegen Idleb. Daarbij vielen volgens de VN meer dan vijfhonderd burgerslachtoffers, één miljoen mensen sloegen op de vlucht. Pas begin maart trad er een staakt-het-vuren in werking, onder impuls van Rusland en Turkije. 'Tijdens deze militaire campagne hebben regeringstroepen en rebellen de oorlogswetgeving en de rechten van de Syrische burgers op flagrante wijze geschonden', klinkt het in het rapport.

Volgens de commissie werden tussen 1 november en 30 april 25 medische installaties, 58 scholen en 14 markten gebombardeerd. De meerderheid van die aanvallen werd uitgevoerd door de regeringstroepen en hun Russische bondgenoot. In totaal zouden er 676 burgerslachtoffers vallen. 'Enkele van deze willekeurige bombardementen, meer bepaald op Maaret al-Noomane en Atarib, zouden zelfs als 'misdaden tegen de mensheid' omschreven kunnen worden.'

De commissie-Pinheiro onderzocht ook de belangrijkste jihadistische groepering in de regio, Hayat Tahrir al-Sham (HTS). Zij worden beschuldigd van plundering, gevangenschap, marteling en executie van burgers, met inbegrip van journalisten. 'Daarnaast voerde HTS ook willekeurige bombardementen uit op drukbevolkte gebieden en zaaiden ze terreur onder de burgers die in door de regering gecontroleerd gebied woonden', klinkt het in het rapport.

'De vrouwen, mannen en kinderen die we geïnterviewd hebben, hadden de keuze tussen gebombardeerd worden of vluchten naar door HTS gecontroleerde zones waar de mensenrechten geschonden worden en er amper humanitaire hulp is', zo stelt onderzoekster Karen Koning AbuZayd.

'Kinderen werden gebombardeerd op school, ouders werden gebombardeerd op de markt en patiënten in het ziekenhuis: hele families werden gebombardeerd terwijl ze op de vlucht waren', vatte Paulo Pinheiro, voorzitter van de VN-onderzoekscommissie voor Syrië, samen. Het rapport handelt over de periode tussen 1 november en 30 april. 52 aanvallen werden daarin beschreven aan de hand van foto's en videomateriaal. In december vorig jaar lanceerde het regime van de Syrische president al-Assad, gesteund door zijn Russische bondgenoot, een offensief tegen Idleb. Daarbij vielen volgens de VN meer dan vijfhonderd burgerslachtoffers, één miljoen mensen sloegen op de vlucht. Pas begin maart trad er een staakt-het-vuren in werking, onder impuls van Rusland en Turkije. 'Tijdens deze militaire campagne hebben regeringstroepen en rebellen de oorlogswetgeving en de rechten van de Syrische burgers op flagrante wijze geschonden', klinkt het in het rapport. Volgens de commissie werden tussen 1 november en 30 april 25 medische installaties, 58 scholen en 14 markten gebombardeerd. De meerderheid van die aanvallen werd uitgevoerd door de regeringstroepen en hun Russische bondgenoot. In totaal zouden er 676 burgerslachtoffers vallen. 'Enkele van deze willekeurige bombardementen, meer bepaald op Maaret al-Noomane en Atarib, zouden zelfs als 'misdaden tegen de mensheid' omschreven kunnen worden.' De commissie-Pinheiro onderzocht ook de belangrijkste jihadistische groepering in de regio, Hayat Tahrir al-Sham (HTS). Zij worden beschuldigd van plundering, gevangenschap, marteling en executie van burgers, met inbegrip van journalisten. 'Daarnaast voerde HTS ook willekeurige bombardementen uit op drukbevolkte gebieden en zaaiden ze terreur onder de burgers die in door de regering gecontroleerd gebied woonden', klinkt het in het rapport. 'De vrouwen, mannen en kinderen die we geïnterviewd hebben, hadden de keuze tussen gebombardeerd worden of vluchten naar door HTS gecontroleerde zones waar de mensenrechten geschonden worden en er amper humanitaire hulp is', zo stelt onderzoekster Karen Koning AbuZayd.