Dat een gesprek van vijf minuten met de gemiddelde kiezer het beste argument is tegen de democratie, is een uitspraak die vaak ten onrechte aan Winston Churchill wordt toegeschreven. Hoewel Churchill een behoorlijke cynicus was, sprak hij zich volgens historici die zich in 's mans leven hebben verdiept, louter in prijzende bewoordingen uit over de 'kleine man' die de moeite nam om te gaan stemmen.
...

Dat een gesprek van vijf minuten met de gemiddelde kiezer het beste argument is tegen de democratie, is een uitspraak die vaak ten onrechte aan Winston Churchill wordt toegeschreven. Hoewel Churchill een behoorlijke cynicus was, sprak hij zich volgens historici die zich in 's mans leven hebben verdiept, louter in prijzende bewoordingen uit over de 'kleine man' die de moeite nam om te gaan stemmen.Hedendaagse politici zijn al niet veel anders. De kiezer heeft altijd gelijk, luidt het adagium in de democratie. Je kunt als volksvertegenwoordiger nog beter toegeven dat je favoriete hobby het verdrinken van puppy's is dan zeggen dat de burger het bij het verkeerde eind heeft.Politici die er niet voor terugdeinzen om hun collega's bij andere partijen tot de grond toe af te branden, zullen het niet in hun hoofd halen om de achterban van hun electorale concurrenten weg te zetten als een stel dommeriken. Diezelfde dommeriken kunnen op een goede dag immers nog eens hun stem op jou uitbrengen.Een politieke nederlaag is dan ook nooit de schuld van de kiezer die het niet heeft begrepen. Nee, het is de politicus die het boetekleed aantrekt en belooft de volgende keer beter naar de mensen in het land te gaan luisteren.Maar wat hebben die kiezers dan eigenlijk te melden als ze contact opnemen met politici? In de Verenigde Staten in ieder geval steeds meer onzin, als je het Republikeinse Congreslid Devin Nunes mag geloven. Toen hij in 2003 in het Huis van Afgevaardigden terechtkwam, betroffen de meeste vragen en opmerkingen die hij van kiezers kreeg wetsvoorstellen die op dat moment werden behandeld. Dat is inmiddels compleet veranderd, vertelde hij ruim een jaar geleden in een verrassend openhartige bui aan The New Yorker. De meeste mail die hij van de inwoners van zijn district ontvangt gaat tegenwoordig over bizarre complottheorieën van het type: 'Ik word vergiftigd door de chemtrails van vliegtuigen'.Dankzij internet is het eenvoudiger dan ooit om contact op te nemen met volksvertegenwoordigers. Een mail of tweet is zo verstuurd. Dat is vanzelfsprekend positief: hoe lager de drempel om politici te benaderen, hoe kleiner de kloof tussen de burger en zijn politieke vertegenwoordigers. De keerzijde van de medaille is echter dat de mogelijkheid om in contact te treden met politici een onweerstaanbare aantrekkingskracht lijkt uit te oefenen op kiezers die niet helemaal bij hun verstand zijn.De gevolgen daarvan zijn ook te zien in de Nederlandse politiek. Zo kwam de Partij voor de Dieren eind vorig jaar in het nieuws omdat zij op haar website schreef over chemtrails. 'Wij kregen en krijgen nog steeds veel vragen over chemtrails', motiveerde een woordvoerder van de partij de aandacht voor deze samenzweringstheorie. Wel besloot de dierenpartij haar mening na vragen van journalisten aan te passen. 'Over chemtrails is onvoldoende wetenschappelijke informatie om het bestaan ervan vast te stellen', heet het nu.De nieuwe partij DENK, die is opgericht door twee voormalige Kamerleden van de Partij van de Arbeid (PvdA), maakte het eind februari nog een stuk bonter. Lijsttrekker Tunahan Kuzu vertelde op basis van verhalen van 'een aantal mensen' dat ouderen met een migrantenachtergrond hun leven niet zeker zouden zijn in Nederlandse ziekenhuizen.Dokters zouden er bij deze groep eerder toe overgaan 'om de stekker eruit te trekken'. Na een storm van kritiek van artsen en anderen trok Kuzu zijn keutel weer in. Bij nader inzien waren zijn aantijgingen niet meer geweest dan een pleidooi om tolken in dienst te nemen in ziekenhuizen.Politieke vertegenwoordigers kunnen op basis van de mails, tweets en Facebookreacties die ze lezen, een compleet verwrongen beeld van de werkelijkheid ontwikkelen. Dat geldt misschien nog wel het meest voor de Nederlandse politicus die voor zijn beeld van wat er in de wereld gebeurt meer dan wie ook afhankelijk is van wat hij via internet binnenkrijgt: Geert Wilders.De leider van de Partij voor de Vrijheid (PVV) wordt al jaren streng beveiligd en bij zijn schaarse publieke optredens is hij permanent omringd door beveiligers.Deze gedwongen afzondering van de maatschappij heeft ertoe geleid dat Wilders' standpunten in de loop der jaren zijn verhard. In zijn jongste verkiezingsprogramma, dat welgeteld één A4-tje telt, zegt Wilders onder meer te streven naar een verbod op de Koran en het sluiten van alle moskeeën. Daartoe opgezweept door zijn aanhangers is Wilders steeds meer in een denkbeeldige wereld gaan leven waar achter elke boom een kwaadaardige moslim kan staan met een kromzwaard.De invloed van de PVV-achterban beperkt zich niet tot Wilders. Want hoezeer politici van andere partijen ook roepen dat zij er niet aan moeten denken om met de PVV te gaan regeren, ze blijken wel degelijk gevoelig voor zijn kiezers die op sociale media behoorlijk luidruchtig kunnen zijn. Om te laten zien dat zij ook heus wel flink kunnen zijn, proberen Wilders' concurrenten daarom af en toe ferme taal uit te slaan. Zo stemde het Nederlandse parlement eind februari in met een voorstel van PvdA-minister en -leider Lodewijk Asscher om nieuwkomers in Nederland een zogeheten participatieverklaring te laten ondertekenen waarin zij beloven dat ze zich aan de Nederlandse normen en waarden zullen houden. Symboolwetgeving van de bovenste plank die niet zal leiden tot betere integratie van migranten maar ongetwijfeld wel weer een aantal ambtenaren aan het werk zal houden.En zo zal Wilders ook na de verkiezingen van 15 maart, als de andere partijen hem weer zullen negeren bij de vorming van een nieuw kabinet, invloed blijven uitoefenen. Want zeggen dat kiezers het ook wel eens verkeerd kunnen hebben, blijft een enorm politiek taboe - zeker als de kiezers in kwestie een grote mond hebben.