De Amerikaanse president Donald Trump valt uw krant voortdurend aan. Heeft dat de samenhorigheid op de redactie vergroot?
...

De Amerikaanse president Donald Trump valt uw krant voortdurend aan. Heeft dat de samenhorigheid op de redactie vergroot? Arthur Gregg Sulzberger: Wat ons samenhoudt, is onze bezorgdheid over de dreigende teloorgang van wat wij kwaliteitsjournalistiek noemen. Niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in de rest van de wereld. Dat soort journalistiek vraagt tijd, je moet ervoor reizen, je moet er expertise voor verzamelen, je moet er af en toe advocaten voor inschakelen en je hebt er factcheckers voor nodig. Dat vergt veel tijd en financiële middelen. Net die twee dingen staan het meest onder druk. Wij willen bewijzen dat dat soort journalistiek nog een toekomst heeft. Trumps voortdurende schimpscheuten hebben daar geen invloed op?Sulzberger: We berichten over Trump zoals we over elke regering berichten: hard maar fair. In juli vorig jaar nodigde de president u uit voor een vertrouwelijk gesprek in het Witte Huis - om dat gesprek niet veel later publiek te maken op Twitter en uw krant opnieuw aan te vallen. Was dat een hoogtepunt of een dieptepunt in uw uitgeverschap tot nu toe?Sulzberger: Geen van beide. Het maakt gewoon deel uit van mijn job. Als uitgever ben ik een soort beroepsinstantie. Wie door ons hard wordt aangepakt, heeft het recht zijn bezwaren over onze verslaggeving te ventileren. Wat had u van de ontmoeting verwacht?Sulzberger: Trump had The New York Times vaak en met luide trom bekritiseerd. Hij noemt ons zelfs de ' failing'New York Times. Ik ging er daarom van uit dat hij een aantal opmerkingen zou formuleren. Maar hij had niets concreets te melden. Het gesprek verliep zeer beschaafd. Ik denk dat hij het veeleer als een gelegenheid zag om met mij kennis te maken. Voor mij was het een kans om Trump te zeggen hoe gevaarlijk zijn retoriek over de media als 'vijanden van het volk' is, en hoe je op die manier dictators in de hele wereld in de kaart speelt. Luisterde hij?Sulzberger: Hij wilde toch heel nadrukkelijk die indruk wekken. Ik heb het gesprek natuurlijk niet opgenomen, maar hij zei letterlijk: 'Dat is niet goed. U hebt mij echt aan het denken gezet.' Nauwelijks een paar dagen later trok hij op Twitter weer als vanouds van leer tegen The New York Times. Voelde u zich misbruikt? Sulzberger: Nee. Ik was eigenlijk blij dat hij onze ontmoeting openbaar had gemaakt. Daarmee weet het publiek tenminste dat iemand Trump rechtstreeks heeft gewaarschuwd voor de impact van zijn retoriek. De gevolgen van die retoriek zijn nu al zichtbaar. Twee maanden na uw ontmoeting werd journalist Kamal Khashoggi vermoord vanwege zijn kritiek op het Saudische regime, vermoedelijk op bevel van het koningshuis. Sulzberger: Trumps uitspraken scheppen een klimaat waarin het aantal aanvallen op journalisten toeneemt en waarin wetten tegen een onafhankelijke pers worden afgekondigd. Maar we kunnen niet bewijzen dat de president daarvoor telkens de schuldige is. Wel is het onbetwistbaar dat de Verenigde Staten in het verleden de luidste en meest onverbiddelijke voorvechter van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting waren. Dat zijn we duidelijk niet meer.