De verkiezingen zouden normaal gezien in november plaatsvinden, maar door het overlijden van president Beji Caid Essebsi in juli, moest de stembusslag vervroegd worden. Essebi was een secularist, die een grote invloed heeft gehad op de democratische transitie in het land. Sinds zijn dood zijn de seculaire bewegingen, die voornamelijk verenigd worden door hun verzet tegen de machtige islamistische Ennahda-partij, erg verzwakt, wat na de verkiezingen zou kunnen leiden tot de hertekening van het politieke landschap.

Tunesië is het enige land dat als democratie uit de Arabische Lente in 2011 is gekomen. De opstand werd toen getriggerd door het autoritarisme van de voormalige leider Zine al-Abidine Ben Ali, maar ook door de hoge prijzen voor bijvoorbeeld brood. Vandaag is de economie er echter op veel vlakken erger aan toe, wat regelmatig leidt tot protesten en een wijdverspreid gevoel van vervreemding ten opzichte van de politiek.

Die desillusie heeft volgens The Guardian mee geleid tot de radicalisering van jonge Tunesiërs. Ongeveer 30.000 van hen zijn naar Syrië en Irak getrokken, of hebben daartoe toch een poging gedaan. De hoofdstad Tunis werd in juni nog getroffen door twee zelfmoordaanslagen die werden opgeëist door Islamitische Staat (IS).

Toch is er hoop op een succesvolle overdracht van de macht, vanwege de grotendeels vreedzame aanloop naar de verkiezingen. En de machtsoverdracht van de ene verkozen leider naar de andere wordt gezien als een belangrijke hindernis in de ontwikkeling van een jonge democratie.

Zesentwintig kandidaten

Zesentwintig kandidaten doen een gooi naar de macht. Onder hen bevinden zich drie voormalige premiers en twee vrouwen. Acht van de kandidaten hadden banden met Nidaa Tounes, de partij van de overleden president Essebi die erg verzwakt is door innerlijke conflicten. De partij zelf stelt geen kandidaten voor. De islamistische Ennahda-partij schuift interim-parlementsvoorzitter Abdelfattah Mourou naar voren, die erom bekend staat de beweging te willen opentrekken naar de buitenwereld.

Wie de winnaar wordt, is niet duidelijk; de verkiezingscommissie heeft het publiceren van peilingen verboden. Volgens studies die circuleren, zou de controversiële mediamagnaat Nabil Karoui de favoriet zijn. Die zit echter sinds 23 augustus in voorhechtenis vanwege witwaspraktijken, volgens velen een politieke afrekening. Zijn advocaat beschuldigt de overheid ervan de gerechtelijke autoriteiten onder druk te zetten om Karoui's vrijlating te blokkeren. Donderdag kondigde zijn campagne aan dat Karoui in hongerstaking is gegaan.

Andere kanshebbers die genoemd worden, zijn premier Youssef Chahed, minister van Defensie Abdelkarim Zbidi, de onafhankelijke conservatief Kais Saied of ex-minister Mohamed Abbou.

Energetische campagne

Meer dan 7 miljoen Tunesiërs zijn geregistreerd als kiezer. Dat is een record dankzij een energetische campagne van de verkiezingsautoriteiten. Het is echter af te wachten hoeveel van hen ook effectief naar de stembussen trekken. Bij de presidentsverkiezingen in 2014 was de opkomst 65 procent, bij de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar bedroeg die slechts 35 procent. Indien geen van de kandidaten meer dan 50 procent haalt, vindt een tweede ronde plaats. Wanneer die plaatsvindt, wordt na de eerste ronde bekendgemaakt, maar dat zal sowieso op een zondag voor 25 oktober zijn.

De president heeft beperkte bevoegdheden in Tunesië, met name op het vlak van defensie en diplomatie, zelfs al staat hij garant voor de grondwet en mag hij wetsvoorstellen indienen in het parlement. President Essebi heeft verschillende keren opgeroepen om de macht van de president uit te breiden, een voorstel waar ook verschillende kandidaten achter staan.