Dinsdag is in regeringskringen vernomen dat Trump het Amerikaanse burgers mogelijk wil maken om buitenlandse bedrijven aan te klagen die onroerend goed benutten dat onteigend werd tijdens de revolutie van 1959.

Aanleiding vormt het derde deel van de zogenaamde Helms-Burton-wet van 1996, die door de voorgangers van Trump altijd werd opgeschort. Als dat deel in werking treedt, kunnen Amerikaanse burgers een rechtszaak aanspannen voor en schadevergoeding eisen van Amerikaanse rechtbanken voor het gebruik van het onroerend goed tegen personen en bedrijven in Cuba.

Tijdens de revolutie van 1959 werden bezittingen onteigend van heel wat Amerikaanse burgers en Cubanen in ballingschap. Waarnemers verwachten niet dat het tot een grote golf van klachten zou kunnen komen. De stap kan buitenlandse bedrijven er echter van weerhouden om zaken te doen in Cuba.

Trump wil blijkbaar de duimschroeven van de regering in Havana verder aanhalen. De Republikein brak met het beleid van zijn Democratische voorganger Barack Obama, die had aangedrongen op een verbetering van de decennialange verscheurde relatie tussen de twee landen.

Al enkele weken waren er aanwijzingen dat de overheid de rechtszaken mogelijk zou maken. Staatssecretaris Mike Pompeo en Trumps veiligheidsadviseur John Bolton hebben herhaaldelijk kritiek geuit op Cuba vanwege steun aan de Venezolaanse president Nicolás Maduro. De Amerikaanse regering probeert Maduro uit het zadel te wippen, vooral door economische sancties tegen diens omgeving.

'We betreuren deze beslissing diep', reageert de ambassadeur van de EU in Havana, Alberto Navarro, op de stap van de regering-Trump. 'Dit gaat nog meer verwarring creëren voor buitenlandse investeringen, die helpen om jobs en welvaart te creëren in Cuba.' De EU is de belangrijkste handelspartner van Cuba.