Topauteur Jonathan Franzen: ‘Een eengemaakt Europees leger was toch handig geweest’

Jonathan Franzen: ‘Net zoals Jezus streng was voor zijn discipelen, moet een auteur hard zijn voor zijn personages.’ ©  Mark Mahaney/Redux
Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

Op zijn drukke Europese tournee maakt de Amerikaanse topauteur en dwarsdenker Jonathan Franzen tijd vrij voor Knack. Een gesprek over de flinterdunne scheiding tussen kerk en staat, de vrije liefde en oceanen zonder vissen.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Niets doet vermoeden dat de man die zich stuntelig door de draaideur van het Mediapark wurmt een wereldberoemde schrijver is. Wie heeft die altijd haperende carrousels eigenlijk uitgevonden, denk ik bij mezelf. Zo kan een mens toch geen entree maken?

Gehuld in een Levi’s en een verschoten lederen jas inspecteert de bezoeker vermoeid de lobby, schuift zijn zwarte bril hoger op zijn neusbrug en sjokt dan naar het toilet. Een pr-medewerker port in mijn zij: ‘Dat is hem. Dat is Jonathan Franzen.’

De algemene zenuwachtigheid is begrijpelijk. Jonathan Franzen is een van de grootse nog levende Amerikaanse auteurs. In 2010 plaatste Time hem op de cover met exact dat bijschrift: Great American Novelist. Het was tien jaar geleden dat een auteur (Stephen King) nog het voorplat sierde. Die ereplek is meestal voorbehouden voor presidenten, topacteurs en tech-goeroes à la Steve Jobs.

Franzen is ook de auteur die erin slaagde om beroemd te worden door níét op televisie te verschijnen. In 2001, vlak voor de publicatie van De correcties, werd hij uitgenodigd door Oprah Winfrey. Een uitgelezen promokans zou je denken, maar Franzen bekritiseerde vooraf haar boekenclubje waarin ze doorgaans stationsromans en chicklit aanprijst – hij had geen zin om als intellectueel schaamlapje te dienen. Gekrenkt trok Oprah haar uitnodiging in, de literaire rel ging viraal, en de hetze zwengelde de verkoop danig aan. Toen Franzen met De correcties de National Book Award won, bedankte hij haar vilein in zijn speech.

De beslissing van het Hooggerechtshof klopt: de keuze om al dan niet abortus toe te laten behoort aan de staten, niet aan de federatie.

Hilversum is de laatste stop van een uitputtende Europese tournee. De auteur komt net ingevlogen van Oslo, waar hij deelnam aan een literair festival. Straks mag hij aanschuiven bij Brommer op zee, het boekenprogramma van Ruth Joos en Wilfried de Jong, dat om onbegrijpelijke redenen geschrapt werd door Canvas maar in Nederland nog steeds kijkers lokt. Enkele dagen eerder mocht hij in Duitsland de prestigieuze Thomas Mannpreis in ontvangst nemen, een erkenning die hem zeer verheugt, te meer omdat hij als student een jaar in Berlijn verbleef: ‘Ik kan iedereen een uitwisselingsjaar aanraden. In mijn periode stond de Muur er nog, de Koude Oorlog was tastbaar in de straten. Zeker voor een Amerikaan uit het Midwesten was het een hele cultuurshock. Als je maandenlang ondergedompeld wordt in een andere maatschappij, in een andere taal, ga je met opgefriste ogen naar je thuisland kijken. Het maakt je tegelijk méér en minder Amerikaan.’

Ondertussen zitten we in een knus vergaderzaaltje, met een mand belegde broodjes en een dictafoon tussen ons in. Franzen biedt me de helft van zijn pistolet aan. ‘Let’s break bread’, monkelt hij, en daarmee snijdt hij naadloos ons gespreksonderwerp aan: zijn nieuwe roman Kruispunt, waarin de predikant Russ centraal staat.

In Kruispunt is Franzen in goeden doen. De fijnmazige roman is het eerste deel van een trilogie die de titel A Key to All Mythologies draagt. Opnieuw een familieroman, die zich afspeelt in de kerstperiode van 1971, en opnieuw blijkt het gezinsleven niet de stevigste hoeksteen. Russ worstelt met God en een uitgeblust huwelijk, zijn vrouw Marion droomt stiekem over een minnaar, zoon Perry raakt verslingerd aan drugs, modeldochter Becky legt het aan met een hippie, en de oudste zoon Clem weifelt tussen het studentenleven en zijn patriottisme: moet hij zich aanmelden om in Vietnam te gaan vechten?

U hebt me verrast: als notoir atheïst stelt u in Kruispunt een godsdienstige familie centraal. Hebt u zich op uw 63e alsnog bekeerd?

Jonathan Franzen: Verrassing is altijd goed, in mijn vak mag je nooit voorspelbaar zijn. Vanuit Europees standpunt kan ik je verwondering begrijpen. Op dit continent speelt religie nauwelijks nog een rol in het maatschappelijke leven. In de VS ligt dat anders. Zeker voor de rechterzijde is de scheiding tussen kerk en staat flinterdun, en ook in het Democratische kamp bestaat een hardnekkige kern van vooral zwarte vrouwen die via hun geloofsgemeenschappen de nationale politiek proberen te beïnvloeden.

Daarnaast speelt de roman zich af begin de jaren zeventig, toen het witte protestantisme floreerde. Als kind heb ik die periode levendig meegemaakt. Mijn ouders waren zeker geen strikte kerkgangers, maar bij elke maaltijd werd wel een dankgebed afgerateld. Het witte protestantisme was toen heel progressief van inslag. Ik ben lid geweest van The Fellowship, een kerkelijke jeugdgroep waarin we de ethische waarden van het christendom in de praktijk wilden brengen. Er werd amper over God gepraat, de bedoeling was zelfontplooiing. Je werd geacht open en eerlijk te zijn, op het pijnlijke af, in de hoop jezelf en anderen zo beter te leren kennen. Tegelijk was het een soort jeugdhuis, met feestjes en optredens, en probeerde de vereniging andere, minder gegoede gemeenschappen te helpen via vrijwilligerswerk en benefietavonden.

De toon in Kruispunt is mild. U spot nergens met de religieuze dilemma’s waarmee de personages worstelen.

Franzen: Dat zou te gemakkelijk zijn. Ik heb me lang geschaamd over mijn lidmaatschap van The Fellowship – aan de universiteit is religie niet hip – maar nu ik erop terugkijk, merk ik dat ik als romancier veel heb opgestoken van de bijeenkomsten. Als auteur moet je oprecht zijn. Dat lijkt paradoxaal, fictie is per definitie valsheid in geschrifte, maar als je niet authentiek bent, geloven je lezers je niet. En net zoals Jezus streng was voor zijn discipelen, moet een auteur hard zijn voor zijn personages. Je dwingt ze in allerlei dramatische situaties en kwelt hen met innerlijke demonen, maar aan het einde van de dag, aan het einde van elke pagina, moet je hen ook onvoorwaardelijk graag zien.

Elke wereldleider droomt nu van een resetknop.

U spaart uw personages niet. Marion voelt zich nog altijd schuldig over de clandestiene abortus de ze onderging in haar jeugd – nog steeds een heikel thema in de VS. Was u verbaasd toen het Hooggerechtshof het recht op abortus uit de grondwet schrapte?

Franzen: Helemaal niet. Natuurlijk was Roe versus Wade nog niet geschrapt toen ik Kruispunt schreef, maar wie oplette, kon de rechtse machinerie al zien draaien. De Republikeinen zijn al jaren bezig om hun conservatieve rechters in het Hooggerechtshof te positioneren, en de Democraten lieten begaan. Roe vs. Wade was een mijlpaalarrest maar tegelijk ook een gammel stukje legislatuur uit 1973: de linkerzijde heeft nagelaten om die wettekst beter te verankeren. Ze beschouwde abortus als een verworven recht en het was dom om de rechterzijde te sarren met die overwinning. De evangelische kerken maakten er een strijdpunt van en bleven maar beklemtonen dat het om kindermoord ging. De meeste Amerikanen zijn ethisch conservatief. Wat ik nu zeg, zal mijn progressieve vrienden op stang jagen, maar vanuit democratisch perspectief klopt de beslissing van het Hooggerechtshof: de keuze om al dan niet abortus toe te laten behoort aan de staten, niet aan de federatie.

Een ander nationaal trauma dat opduikt in Kruispunt: de Vietnamoorlog. Clem geeft zijn studie op om zich aan te melden bij het leger. Zou u in zijn plaats hetzelfde gedaan hebben?

Franzen: Daar heb ik mee geworsteld, zeker binnen de roman. Hoe realistisch is het dat een 19-jarige student die dankzij zijn inschrijving aan de universiteit vrijgesteld is van militaire dienst, zijn privilege zou opgeven? Voor Clem klopte het. Tijdens de Vietnamoorlog kreeg elke jongeman een loterijnummer toebedeeld. Dat van Clem is laag, wat de kans zeer hoog maakt dat hij onder de wapens geroepen zal worden. Maar Clem weet ook dat door zijn vrijstelling iemand zijn plaats zal innemen, en dat waren vaak zwarte jongeren, of witte jongens uit achtergestelde buurten die niet over het nodige schoolgeld beschikten om zich vrij te kopen.

Jonathan Franzen: ‘Als je niet authentiek bent, geloven je lezers je niet.’
Jonathan Franzen: ‘Als je niet authentiek bent, geloven je lezers je niet.’ © Mark Mahaney/Redux

Maar om op je vraag te antwoorden: ik zou gevlucht zijn. Ik kom uit een heel pacifistische familie. Mijn vader hoefde tijdens de Tweede Wereldoorlog niet naar het front omdat hij als ingenieur bij de spoorwegen te belangrijk was voor de Amerikaanse infrastructuur. Dat maakte hem, naast het feit dat hij een Zweedse immigrant was, een buitenbeentje in zijn gemeenschap. Hij werd niet als lafaard gebrandmerkt, maar hij kon na de oorlog niet meepraten met zijn buren die allemaal veteranen waren. Niet dat hij daarmee zat: zijn hart lag bij de vredesbeweging. Tegen mijn oudere broers heeft hij ooit gezegd: ‘Als je niet kunt ontsnappen aan de legerdienst, dan smokkel ik jullie eigenhandig naar Canada. Ik ga mijn zonen niet verliezen aan een immorele oorlog.’

En nu bent u op tournee door een continent dat geconfronteerd wordt met de waanzin van de oorlog. Is de situatie in Oekraïne een Amerikaanse bezorgdheid?

Franzen: Jezus, je stelt wel moeilijke vragen aan iemand die het merendeel van zijn dag in een donkere kamer spendeert om romans uit te tikken. Maar inderdaad, de situatie in Oekraïne is wraakroepend en op dit moment bewandelt de Amerikaanse president Joe Biden het juiste pad door mondjesmaat wapens te leveren.

Iedereen zit in een moeilijk parket. Biden wil de Amerikaanse betrokkenheid beperkt houden, maar hij kan de territoriale agressie niet onbeantwoord laten. De Russische president Vladimir Poetin zit ook in een lastige positie: hij kan niet meer terug zonder gezichtsverlies te lijden, maar Oekraïne mag niet zijn persoonlijke Vietnam worden. Nu hij een mobilisatie afkondigt en reservisten oproept, zie je de Russen massaal het land verlaten, niet veel anders dan toen Amerikaanse jongeren naar Canada vluchtten tijdens de Vietnamoorlog. En Europa is niet voorbereid op een grootschalig militair conflict, zelfs al zou het daar een democratisch draagvlak voor vinden. De bevolking mort nu al terecht over de energiecrisis en de inflatie.

Toch blijft het vreemd dat Europa zich in slaap heeft laten wiegen. De Oost-Europese regio is al langer een kruitvat. De annexatie van de Krim passeerde haast geruisloos, en daarvoor had je al de burgeroorlogen in de Balkan. Niet dat ik zo’n meesterstrateeg ben, maar enige militaire opbouw of een eengemaakt Europees leger was toch handig geweest.

Moeten de Verenigde Naties een troepenmacht sturen die een staakt-het-vuren afkondigt en in elke regio vrije verkiezingen organiseren? Geen idee, maar ik denk dat elke wereldleider nu droomt van een resetknop waarmee we die hele escalatie kunnen terugdraaien.

Ondertussen neemt China een dreigende houding aan tegenover Taiwan. Als Rusland wegkomt met de annexatie van Oekraïne, dan kunnen wij onze afvallige provincie terugeisen, lijken ze in Peking te denken. Maar daar is Biden veel duidelijker over: no pasarán!

Franzen: Met het bezoek van Nancy Pelosi, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, hebben we al een schot voor de boeg gelost, en dat is ons niet in dank afgenomen. Pelosi deed dat niet meteen om geopolitieke redenen, maar om haar lokale kiespubliek te plezieren: in haar district wonen veel Taiwanese immigranten. Amerika’s band met Taiwan is ook sterk. Taiwan wordt beschouwd als een volwaardige westerse democratie, we onderhouden goede handelsrelaties met het eiland. En natuurlijk is Taiwan een grote leverancier van chips die voor Silicon Valley en de auto-industrie van vitaal belang zijn. Dat is ook de reden waarom China op Taiwan aast. Taiwan was natuurlijk ook een vrijhaven voor nationalisten die onder Mao uit China zijn gevlucht. Dat Peking Taiwan als een opstandige provincie ziet, is niet van de pot gerukt. De vraag is of het dat argument ook militair hard durft te maken.

Als je nu een gram coke op tafel legt, zou ik zeggen: “Fantastisch! Doe de gordijnen dicht en snuiven maar.”

In Kruispunt raakt Perry verslaafd aan amfetamines en cocaïne. In Vlaanderen woedt nu volop het debat of we drugs moeten bestrijden dan wel legaliseren. Vindt u het wijs om narcotica uit het strafwetboek te halen?

Franzen: De war on drugs, zoals geïnitieerd onder president Ronald Reagan, heeft gefaald. In veel staten in de VS kun je vrij marihuana kopen, zoals hier in de Nederlandse coffeeshops. Dat systeem lijkt prima te werken, maar of we daarom harddrugs moeten legaliseren? Vanuit mijn persoonlijke ervaring zou ik eerder nee zeggen. Ik ben nogal vatbaar voor verslavingen, en cocaïne is een duivelse drug. Als je nu een gram op tafel legt, zou ik zeggen: ‘Fantastisch! Doe de gordijnen dicht en snuiven maar.’ Ik veronderstel dat de kwaliteit van coke hier ook betrouwbaarder is, ironisch genoeg dankzij jullie wereldhavens die rechtstreeks uit Zuid-Amerika importeren.

Bij ons moet je gek zijn om coke te gebruiken: het wordt versneden met fentanyl en voor je het weet, ben je niet alleen verslaafd aan coke maar ook aan opiaten. De krachtige pijnstiller fentanyl wordt gewoon legaal verkocht door apothekers, met de zegen van de overheid. Tienduizenden Amerikanen zijn overleden tijdens de zogenaamde opiatencrisis. Hoe betrouwbaar is een overheid die in narcotica gaat handelen? Als de staat daarvoor moet samenwerken met de farmaceutische industrie en criminele producenten uit Zuid-Amerika, belooft dat weinig goeds. Hoewel ik mezelf graag als liberaal bestempel, denk ik toch dat de staat in deze het individu tegen zichzelf mag beschermen. Niet iedereen beschikt over de wilskracht om middelen te weerstaan die ontworpen zijn om je wilskracht te breken. Anders glijden we af naar Aldous Huxley’s Brave New World, waarin iedereen zich vrij en blij tegoed mag doen aan allerlei narcotica. Dat klinkt goed als gedachte-experiment, maar je hoeft maar naar één alcoholverslaafde te kijken om te begrijpen dat we daarmee mensen ten dode opschrijven.

Kruispunt speelt zich af begin de jaren zeventig, wanneer de ideeën van de hippiebeweging mainstream zijn geworden. Toch lijkt niet elk personage even grote fan van de golden sixties.

Franzen: Zelf ben ik ook niet overtuigd van de zogenaamde zegeningen van die culturele revolutie. Zeker, een aantal strijdpunten waren legitiem. Het pacifisme, het anti-imperialisme, het idee dat sociale status niet bepaald wordt door rijkdom, zich afkeren van het consumentisme, de gelijkberechtiging van man en vrouw, van wit en zwart – dat waren allemaal nobele doelen. Maar er zat ook een donker kantje aan, zeker als je het vanuit vrouwelijk standpunt bekijkt. Het hele concept van de vrije liefde was vooral goed voor de mannen, vrouwen werden als preuts bestempeld als ze niet vrijwillig met iedereen in bed doken. Op langere termijn heeft dat het feminisme geen goed gedaan.

Daarnaast was het ook een revolte van geprivilegieerde witte studenten, die het zich dankzij hun rijke ouders konden permitteren om hun collegedagen te verkwisten met sit-ins en betogingen. Wat droeg dat bij aan de strijd voor burgerrechten? Heeft de zwarte gemeenschap dankzij de hippies grote sprongen vooruit gemaakt? Ik vrees van niet.

In 1968 werd de Club van Rome opgericht, een denktank die de blauwdruk leverde voor de ecologische beweging. Hoewel de klimaatverandering u ter harte gaat, komt het onderwerp in Kruispunt amper ter sprake.

Franzen: Heb je de indruk dat de klimaatproblematiek nu hoog op de agenda staat? Hoe zouden personages uit de jaren 70 zich daarover zorgen kunnen maken? Ja, het is frustrerend om te zien hoe we bij de minste economische knik teruggrijpen naar fossiele brandstoffen en weigeren om op lange termijn te denken. Onlangs las ik in een artikel hoe er in Roemenië eeuwenoude bossen worden gekapt om het hout dan te versnipperen tot pellets, wat volgens de Europese normen blijkbaar wél ecologisch verantwoord is. Razend word ik daarvan, temeer omdat het de biodiversiteit bedreigt.

Klimaatverandering, stijgende temperaturen, extreme weerfenomenen: dat zijn zaken die we, met een gezamenlijke goede wil en een kloeke portie geluk, nog zouden kunnen oplossen. Maar tegen dan zal een groot deel van het planten- en dierenrijk uitgestorven zijn. Er zit geen vis meer in de oceaan, niet vanwege een warmere zee, maar omdat we overbevissen. In Europa sterven insecten en masse uit door de pesticiden en industriële landbouw. Dat is een probleem waar we blind voor blijven. Dus, als je op een hoopvol einde van ons gesprek rekende, dan moet ik je ontgoochelen: de barre tijden moeten nog komen.

Jonathan Franzen

1959: wordt geboren in een buitenwijk van Saint Louis, ook de locatie van zijn romandebuut De 27ste stad

1981: spendeert een jaar als uitwisselingsstudent in Berlijn

1996: publiceert in Harper’s Magazine het visionaire essay Why Bother? Daarin uit Franzen zijn pessimisme over de leescultuur in tijden van oprukkende technologie

2001: De correcties verschijnt, dat wordt Franzen bekroond met de National Book Award.

2021: publicatie van Kruispunt, het eerste deel van de trilogie A key to all mythologies

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content