Terwijl we door Ankara rijden, verandert plots het straatbeeld. De gebouwen worden minder hoog, de winkels kleurrijker, de huizen armoediger. De meeste vrouwen zijn gesluierd. We arriveren in Önder, een wijk waar vooral Syrische vluchtelingen wonen. Hier hangt de geur van houtskool en falafel. Khalid heeft een winkel vol Syrische specialiteiten. Of hij ook Turkse klanten heeft, vragen we. 'Nee, Turken komen hier niet.' Het is een komen en gaan van Syriërs. De ene vraagt een gloeilamp, de andere moet nog een rekening vereffenen voor een stuk vlees. Allemaal komen ze uit Aleppo, de opstandige miljoenenstad in Syrië die inmiddels door het regime van Assad is heroverd. Niet toevallig is de hoofdstraat van Önder omgedoopt tot 'Haleb Saghira', 'Klein Aleppo' in het Arabisch. In deze wijk van de Turkse hoofdstad is negentig procent Syriër. Op straat wordt Arabisch gesproken, de bewoners hebben weinig contact met de Turkse 'buitenwereld'.
...

Terwijl we door Ankara rijden, verandert plots het straatbeeld. De gebouwen worden minder hoog, de winkels kleurrijker, de huizen armoediger. De meeste vrouwen zijn gesluierd. We arriveren in Önder, een wijk waar vooral Syrische vluchtelingen wonen. Hier hangt de geur van houtskool en falafel. Khalid heeft een winkel vol Syrische specialiteiten. Of hij ook Turkse klanten heeft, vragen we. 'Nee, Turken komen hier niet.' Het is een komen en gaan van Syriërs. De ene vraagt een gloeilamp, de andere moet nog een rekening vereffenen voor een stuk vlees. Allemaal komen ze uit Aleppo, de opstandige miljoenenstad in Syrië die inmiddels door het regime van Assad is heroverd. Niet toevallig is de hoofdstraat van Önder omgedoopt tot 'Haleb Saghira', 'Klein Aleppo' in het Arabisch. In deze wijk van de Turkse hoofdstad is negentig procent Syriër. Op straat wordt Arabisch gesproken, de bewoners hebben weinig contact met de Turkse 'buitenwereld'. 'Vandaag wonen er bijna 4 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije', zegt Selçuk Colakoglu, professor internationale relaties en directeur van een belangrijke denktank in Ankara. 'Velen zullen niet terugkeren naar Syrië. Ze hebben een huis, een job, onderwijs en gezondheidszorg nodig. Dat kan Turkije onmogelijk alleen aan.' Heeft Turkije, het grootste opvangland van Syrische vluchtelingen, dan geen aparte regeling: de Turkijedeal? Inderdaad. Volgens het akkoord dat de Europese Unie en het regime van president Recep Tayyip Erdogan in 2016 sloten, zou elke vluchteling die de oversteek naar Griekenland waagt, teruggestuurd worden naar Turkije. In ruil zou de EU een Syrische vluchteling uit een kamp in Turkije opnemen. Het plan moest de vluchtelingenstroom naar Europa indammen, mensensmokkelaars ontmoedigen en tot minder doden op de Middellandse Zee leiden. De EU beloofde daarvoor 6 miljard euro aan Turkije. Maar de deal loopt dit jaar af. Wat er daarna komt, is nog onduidelijk. De VN-lidstaten engageerden zich weliswaar tot het 'vluchtelingenpact', niet te verwarren met het VN-migratiepact waarover de regering-Michel eind 2018 ten val kwam. Dat pact wil de hulp aan vluchtelingen en aan de landen die hen opvangen verbeteren. Maar veel meer dan mooie beloftes heeft dat na één jaar nog niet opgeleverd. Wat als er straks onvoldoende internationale en Europese hulp komt? 'Dan wordt de situatie grimmiger en zullen Syrische vluchtelingen opnieuw richting de EU trekken', aldus Colakoglu. Samuel Doveri Vesterbye, directeur van de denktank ENC in Brussel, beaamt dat. 'Vandaag zijn de Syrische vluchtelingen in Turkije totaal afhankelijk van de Europese middelen. Dat maakt het onmogelijk om die hulp te stoppen, of je nu akkoord gaat met de Turkijedeal of niet.' 'Turkije maakt het ons steeds moeilijker', zegt Khalid, de winkelier in Önder. 'We krijgen geen werkvergunning en de Turken zien ons meer en meer als profiteurs en criminelen.' Een vrouw gebaart naar ons vanaf haar balkon. Ze is de eerste Turkse die we hier ontmoeten. 'Zie je dit', vraagt ze wijzend naar de bouwput naast haar huis. 'Straks komt hier een volledig nieuwe wijk met moderne appartementen.' Voor de Syriërs? 'Natuurlijk niet,' lacht ze, 'alles is voorbehouden voor Turken.' Waar de Syriërs straks heen moeten? Niemand lijkt het te weten. Ondertussen roept de muezzin op voor het vrijdaggebed. De meeste winkels in Önder sluiten. 'Kom maar hier', roept een man vanuit de deur van zijn eettent. 'Het is te koud om buiten te blijven staan.' Yahya, de eigenaar van de zaak, blijkt ook geen werkvergunning te hebben. 'Maar zonder arbeid, geen eten', zegt hij. 'We krijgen elke maand 120 Turkse lira. We zijn dankbaar, maar het is te weinig om te overleven.' Yahya heeft het over de speciale kredietkaart voor Syrische vluchtelingen in Turkije. Elke maand ontvangen 1,7 miljoen Syrische vluchtelingen in het kader van de Turkijedeal 18 euro om in hun basisbehoeften te voorzien . Dat is volgens iedereen met wie we spraken te weinig om de maand door te komen. Een job is cruciaal. En zonder werkvergunning is er maar één oplossing: de informele economie. Die leidt tot spanningen. Veel Turken vinden dat de Syriërs hen door hun zwartwerk uit de markt concurreren. In de grote steden neemt het geweld tussen Turken en Syriërs toe. Vaak gaat het om Turken die Syrische winkels vernielen. Daarbij komt nog de financieel-economische crisis die maar blijft etteren in Turkije. 'Dit kan gemakkelijk escaleren', zegt professor Colakoglu. Op Twitter is # suriyelileriistemiyoruz en # suriyelilerdefoluyor vaak trending. Dat staat voor #ikwilgeenSyriërs en #Syriërsbuiten. 'Als er straks nog minder steun komt uit Europa, zie ik voor ons geen toekomst meer', zegt restaurantuitbater Yahya. Ook naar Syrië terugkeren lijkt geen optie. 'Dan worden we onmiddellijk in de gevangenis gegooid en foltert Assad ons tot we een langzame dood sterven.' Terwijl we in Önder rondlopen, spreken mensen ons spontaan aan. Ook de oude Abu Adil. Op straat verkoopt hij sahlab, een warm bloemachtig wit winterdrankje. Hij toont ons foto's van twee zonen die zijn gesneuveld 'in de strijd tegen Assad'. De tranen rollen over zijn diepgegroefde gezicht. Zijn derde zoon is nog steeds in Syrië. 'Hij vecht verder', zegt Adil trots. Hij laat een foto zien: een jonge kerel leunend tegen een berm met een geweer in de aanslag. Zijn zoon behoort tot Faylaq al-Sham, een van de grootste rebellengroeperingen. Adil kust de foto op het schermpje, slaat zijn ogen ten hemel en roept Gods naam aan in het Arabisch. Nog meer mensen willen ons beelden van familie of vrienden laten zien. Bijna altijd uit de Syrische provincie Idlib. Het zijn Whatsappfilmpjes van kinderen onder het puin, van afgerukte ledematen, van dode baby's. 'Weet Europa eigenlijk wat er in Idlib aan het gebeuren is?' vragen ze zich af. Nooit boos of verwijtend, wel angstig en verbluft. Drie miljoen Syriërs in Idlib zijn de wanhoop nabij. Sinds half december al bombardeert Assad met Russische hulp het laatste rebellenbolwerk. Zondag 12 januari kwam er een staakt-het-vuren na een akkoord tussen Turkije en Rusland. Maar zulke afspraken blijken telkens erg fragiel. Nu is dat niet anders. De stad Ma'aret al-Nu'man werd opnieuw gebombardeerd en ook het artillerievuur zwijgt niet helemaal. Het verandert ook niets aan de kern van de zaak: Rusland en Assad willen Idlib veroveren, en ze doen dat stap voor stap. 'Op dit moment trekken 200.000 tot 250.000 Syriërs richting Turkije', zei president Erdogan begin januari in Ankara. Hij waarschuwde Europa al meermaals dat zijn land er geen extra vluchtelingen meer bij kan nemen. De Turkse president heeft dus niet zo veel opties. Hij kan de nieuwe Syrische vluchtelingen binnenlaten en 'de poorten naar Europa' openzetten. Dat zou betekenen dat de Turkijedeal dood en begraven is. Of hij kan ervoor kiezen om de grens dicht te houden. De uitkomst daarvan laat zich raden: een humanitaire crisis in het grensgebied tussen Syrië en Turkije. Een andere mogelijkheid is de gesloten vluchtelingenkampen heropenen. Turkije had een dertiental kampen dicht bij de grens met Syrië maar sloot de helft wegens 'de hoge kosten en de nood aan integratie'. De vluchtelingen uit die kampen leven nu in steden zoals Ankara. Bij een nieuwe vluchtelingenstroom uit Idlib zouden de Turkse kampen opnieuw in gebruik genomen kunnen worden. Al zeggen bronnen in Ankara die liever anoniem willen blijven dat de Turkse overheid het geld niet heeft om die kampen te runnen. In Önder heeft Fatima net inkopen gedaan in een Syrische groentewinkel. Aan haar armen een dochter van anderhalf en een paar kroppen sla. 'Turkije wil ons niet meer', zegt ze. Wat er met haar landgenoten zal gebeuren? 'Ze kunnen niet naar Assad en niet naar Turkije. Dan blijft er maar één optie over.' Er valt een stilte terwijl ze haar grote ogen neerslaat. 'Ik kan alleen maar bidden.'