Het Syrische parlement kondigde zondag aan dat Syriërs op 26 mei voor de tweede keer sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 2011 naar de stembus mogen trekken. Alles lijkt erop te wijzen dat de huidige president Bashar al-Assad zijn vierde ambtstermijn van zeven jaar probleemloos zal binnenhalen.

Familiale machtsmonopolie

De Assad-dynastie deelt al meer dan een halve eeuw de lakens uit in Syrië. In 2000 volgde Bashar al-Assad zijn overleden vader Hafez op. Sindsdien is hij het ongenaakbare staatshoofd.

In 2007 kreeg hij 97% van de stemmen. In 2014, drie jaar na het uitbreken van het conflict, net iets minder (92%). De VS, de EU en Syrische opposanten categoriseerden de verkiezingen toen als ondemocratisch en onvrij.

Het waren echter wel de eerste verkiezingen sinds lang waarin buitenstaanders zich kandidaat mochten stellen. Door een gebrek aan publiciteit en bekendheid maakten de twee tegenstanders geen schijn van kans.

Vierde ambtstermijn

Volgens de grondwet van Syrië, die dateert uit 2012, mag een president twee ambtstermijnen afleggen van zeven jaar, met uitzondering van de winnaar in 2014. Zeven jaar later lijkt niets Assad dus in de weg staan om er nog een vierde ambtstermijn bij te doen.

Voorlopig kondigde Assad zijn kandidatuur nog niet officieel aan. Toch wordt hij als grote favoriet beschouwd, zeker gezien het gebrek aan serieuze tegenstanders. De voorwaarden voor potentiële uitdagers maken het voor hen bijna onmogelijk om zich kandidaat te stellen.

Onmogelijke concurrentie

Kandidaten voor de presidentsverkiezingen krijgen vanaf maandag tien dagen de tijd om zich te registreren. Ze moeten aan een aantal eisen voldoen. Ten eerste moeten de uitdagers de laatste tien jaar onafgebroken in Syrië hebben gewoond. Om hun eigen veiligheid te vrijwaren, leven tegenstanders van het regime immers vaak in ballingschap buiten Syrië. Vanuit het buitenland proberen ze de dynastie omver te werpen. Ten tweede moeten ze de steun krijgen van 35 parlementsleden. Niet evident als je weet dat het parlement vooral gedomineerd wordt door leden van Assads Baath-partij.

Langdurige oorlog

In 2011 brak in Syrië de burgeroorlog uit na vreedzame pro-democratische protesten die veiligheidsdiensten gewelddadig onderdrukten. Opposanten namen de wapens op en de gevechten verspreidden zich over het hele land. Uiteindelijk raakten honderden rebellen- en jihadistische groeperingen betrokken bij het conflict.

Sinds zijn herverkiezing in 2014 kon Assad steevast rekenen op Russische en Iraanse militaire steun om grote delen van het land terug te winnen van de oppositie. Zeven jaar later hebben pro-Syrische rebellen grote delen van het land dan ook herwonnen. Er is een fragiel staakt-het-vuren tussen regering en rebellen in het noordwestelijke Idlib, de laatste provincie waar die laatsten de controle hebben.

Armoede en crisis

Sinds de uitbraak van de burgeroorlog lieten bijna 500 000 mensen het leven.

De burgeroorlog verwoestte grote delen van het land en veroorzaakte een grote humanitaire crisis. Meer dan de helft van de Syrische bevolking zag zich genoodzaakt om te vluchten.

Het land bevindt zich in een diepe economische crisis waardoor de voedselprijzen de hoogte in gingen en de waarde van de munt kelderde. Bovendien wordt Syrië geteisterd door een brandstofcrisis. Periodieke stroomonderbrekingen dwong plaatselijke bedrijven te sluiten waardoor ook de werkloosheid de afgelopen maanden sterk toenam.

Niet erkende verkiezingen

De brandstofcrisis kan ook het verkiezingsresultaat beïnvloeden. Veel mensen zouden zich immers niet eens naar de stembussen kunnen verplaatsen. Wat de uitslag ook zal zijn, de oppositie erkent de verkiezingen sowieso niet. Ze hebben daar hun redenen voor: de stembusgang wordt enkel georganiseerd in de gebieden die onder het bewind van Assad staan en dus niet in de territoria van het verzet, waar mensen noch de president noch zijn regering erkennen. Ook de oppositie in het buitenland erkent de verkiezingen niet. Volgens Aljazeera komen heel wat mensen die Syrië ontvluchtten niet eens in aanmerking om hun stem uit te brengen. Voor Syriërs die in het buitenland zitten en wel kunnen en willen stemmen, kan dat op 20 mei.

Het Syrische parlement kondigde zondag aan dat Syriërs op 26 mei voor de tweede keer sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 2011 naar de stembus mogen trekken. Alles lijkt erop te wijzen dat de huidige president Bashar al-Assad zijn vierde ambtstermijn van zeven jaar probleemloos zal binnenhalen. De Assad-dynastie deelt al meer dan een halve eeuw de lakens uit in Syrië. In 2000 volgde Bashar al-Assad zijn overleden vader Hafez op. Sindsdien is hij het ongenaakbare staatshoofd. In 2007 kreeg hij 97% van de stemmen. In 2014, drie jaar na het uitbreken van het conflict, net iets minder (92%). De VS, de EU en Syrische opposanten categoriseerden de verkiezingen toen als ondemocratisch en onvrij.Het waren echter wel de eerste verkiezingen sinds lang waarin buitenstaanders zich kandidaat mochten stellen. Door een gebrek aan publiciteit en bekendheid maakten de twee tegenstanders geen schijn van kans. Volgens de grondwet van Syrië, die dateert uit 2012, mag een president twee ambtstermijnen afleggen van zeven jaar, met uitzondering van de winnaar in 2014. Zeven jaar later lijkt niets Assad dus in de weg staan om er nog een vierde ambtstermijn bij te doen. Voorlopig kondigde Assad zijn kandidatuur nog niet officieel aan. Toch wordt hij als grote favoriet beschouwd, zeker gezien het gebrek aan serieuze tegenstanders. De voorwaarden voor potentiële uitdagers maken het voor hen bijna onmogelijk om zich kandidaat te stellen. Kandidaten voor de presidentsverkiezingen krijgen vanaf maandag tien dagen de tijd om zich te registreren. Ze moeten aan een aantal eisen voldoen. Ten eerste moeten de uitdagers de laatste tien jaar onafgebroken in Syrië hebben gewoond. Om hun eigen veiligheid te vrijwaren, leven tegenstanders van het regime immers vaak in ballingschap buiten Syrië. Vanuit het buitenland proberen ze de dynastie omver te werpen. Ten tweede moeten ze de steun krijgen van 35 parlementsleden. Niet evident als je weet dat het parlement vooral gedomineerd wordt door leden van Assads Baath-partij. In 2011 brak in Syrië de burgeroorlog uit na vreedzame pro-democratische protesten die veiligheidsdiensten gewelddadig onderdrukten. Opposanten namen de wapens op en de gevechten verspreidden zich over het hele land. Uiteindelijk raakten honderden rebellen- en jihadistische groeperingen betrokken bij het conflict. Sinds zijn herverkiezing in 2014 kon Assad steevast rekenen op Russische en Iraanse militaire steun om grote delen van het land terug te winnen van de oppositie. Zeven jaar later hebben pro-Syrische rebellen grote delen van het land dan ook herwonnen. Er is een fragiel staakt-het-vuren tussen regering en rebellen in het noordwestelijke Idlib, de laatste provincie waar die laatsten de controle hebben. Sinds de uitbraak van de burgeroorlog lieten bijna 500 000 mensen het leven. De burgeroorlog verwoestte grote delen van het land en veroorzaakte een grote humanitaire crisis. Meer dan de helft van de Syrische bevolking zag zich genoodzaakt om te vluchten.Het land bevindt zich in een diepe economische crisis waardoor de voedselprijzen de hoogte in gingen en de waarde van de munt kelderde. Bovendien wordt Syrië geteisterd door een brandstofcrisis. Periodieke stroomonderbrekingen dwong plaatselijke bedrijven te sluiten waardoor ook de werkloosheid de afgelopen maanden sterk toenam. De brandstofcrisis kan ook het verkiezingsresultaat beïnvloeden. Veel mensen zouden zich immers niet eens naar de stembussen kunnen verplaatsen. Wat de uitslag ook zal zijn, de oppositie erkent de verkiezingen sowieso niet. Ze hebben daar hun redenen voor: de stembusgang wordt enkel georganiseerd in de gebieden die onder het bewind van Assad staan en dus niet in de territoria van het verzet, waar mensen noch de president noch zijn regering erkennen. Ook de oppositie in het buitenland erkent de verkiezingen niet. Volgens Aljazeera komen heel wat mensen die Syrië ontvluchtten niet eens in aanmerking om hun stem uit te brengen. Voor Syriërs die in het buitenland zitten en wel kunnen en willen stemmen, kan dat op 20 mei.