Terwijl premier Matteo Renzi in de laatste week voor het referendum van 4 december verwoed campagne voert om zijn grootschalige grondwetswijziging voor de hervorming van de senaat en de federale staatsstructuur goedgekeurd te krijgen, neemt de stress op de financiële markten toe.
...

Terwijl premier Matteo Renzi in de laatste week voor het referendum van 4 december verwoed campagne voert om zijn grootschalige grondwetswijziging voor de hervorming van de senaat en de federale staatsstructuur goedgekeurd te krijgen, neemt de stress op de financiële markten toe. De rente op Italiaanse staatsobligaties piekt en de aandelen van Italiaanse banken zijn gezakt naar het laagste peil sinds augustus. De vrees bestaat dat de hoogdringende kapitaalversterking van de Italiaanse banken in december middenin een politiek vacuüm zal vallen en dat de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo, die een referendum belooft over de vraag of Italië in de eurozone moet blijven, de vervroegde verkiezingen wint. Cinque Stelle rijdt intussen met een campagnetrein van stad naar stad om de Italianen te overtuigen het referendum te verwerpen. Wint Si, dan zit Renzi gebeiteld voor de rest van de legislatuur, wint No, dan ligt het lot van zijn regering en het verdere verloop in handen van president Sergio Mattarella. Als we de peilingen mogen geloven (maar mogen we dat nog wel?), ziet het ernaar uit dat de hervorming van de senaat er één teveel zal worden voor premier Matteo Renzi. Twee weken voor het referendum over deze ingrijpende wijziging in de grondwet en vlak voor de sperperiode op peilen inging, gaf zowat elke poll het No-kamp minstens 4 à 5% voorsprong. De peilingen hielden echter geen rekening met Italianen in het buitenland en met de talrijke onbesliste kiezers. Vorig jaar zag het er beter uit voor het Si-kamp, maar Renzi blunderde in januari door te verkondigen dat hij zijn politiek lot van het referendum wil laten afhangen. Dat was koren op de molen voor twee partijen die meesurfen op de anti-establishment-onderstroom in de Italiaanse samenleving: Movimento Cinque Stelle (M5S) en Lega Nord. Nadat Matteo Renzi in 2013 partijsecretaris werd van de centrum-linkse Partito Democratico dwong hij partijgenoot Enrico Letta, die een grote coalitie leidde, het premierschap aan hem af te staan. Het typeert zijn doortastende en eigengereide aanpak. Een jaar later behaalde zijn PD een afgetekende overwinning met 42% van de stemmen. Hij erfde een land dat na het tijdperk-Berlusconi en de harde bezuinigingspolitiek van het technocratenkabinet onder Mario Monti met een jeugdwerkloosheid van 40% kampte en een staatsschuld van 132% van het bnp torste. Renzi beloofde dat hij alle kwalen, waar Italië al decennia lang onder gebukt ging, één voor één zou aanpakken: de werkloosheid, de rigiede arbeidswetgeving, het zwartwerk, de belastingontduiking en last but not least de kieswetgeving, het hopeloos inefficiënte tweekamersysteem van de republiek en de vastgeroeste bureaucratie.Het referendum van 4 december spreekt zich uit over 47 herschreven artikelen uit de Grondwet van 1948 over de inrichting van de Italiaanse Republiek. Omdat de wijziging zo ingrijpend is, kan Renzi overigens niet om een referendum heen. De meest besproken hervorming is die van het bestaande tweekamerstelsel. Kamer en senaat staan nu op voet van gelijkheid, waardoor wetsvoorstellen, die goedgekeurd zijn in de Kamer oeverloos worden geamendeerd in de Senaat en teruggestuurd naar de Kamer. Dat vertraagt het wetgevende werk eindeloos, zeker in een versplinterd politiek landschap als het Italiaanse. Renzi stelt nu in zijn hervormingsplan voor om het aantal senatoren terug te brengen van 315 tot 100. Ze zouden ook niet langer worden verkozen, maar worden samengesteld uit regiovertegenwoordigers en burgemeesters. Ten slotte zouden ze alleen nog adviezen leveren en niet langer wetten kunnen goedkeuren of afwijzen.De senaatshervorming is het vervolg op de nieuwe kieswet (de zogenaamde Italicum) die Renzi met de steun van Berlusconi in 2015 liet stemmen en waarmee hij eens te meer zijn linkervleugel tegen zich in het harnas joeg. Door die kieswet krijgt de partij met meer dan 40% van de stemmen in de eerste ronde of die de tweede ronde wint, een comfortabele bonus die haar een absolute meerderheid in de Kamer bezorgt. De bedoeling van de hervorming is meer politieke stabiliteit te creëeren met regeringen die een langer leven beschoren zijn dan het merendeel van de 63 kabinetten die sinds de Tweede Wereldoorlog regeerden. Ten slotte wil Renzi ook Titolo 5 uit de grondwet wijzigen. De aanpassing herverdeelt de bevoegdheden tussen de centrale regering en de 20 regio's, moet conflicten tussen regio's en federaal gezag inperken en ook overbodige bureaucratie en buitensporige uitgaven uitschakelen.In zijn niet aflatende hervomingsdrang werd Renzi overmoedig en beging hij begin dit jaar een kapitale blunder door op Repubblica TV (www.repubblica.it) te verklaren dat hij aftreedt als hij het niet haalt in het referendum. Zo'n open doelkans liet de oppositie niet liggen. Prompt gingen partijen als de xenofobe Lega Nord en de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo van het referendum een peblisciet maken over het aanblijven van Renzi. Zelfs in zijn eigen partij kondigden tenoren van de traditionele linkervleugel als oud-voorzitter Pier Luigi Bersani en voormalig premier Massimo D'Alema aan tegen te stemmen. Zij vrezen dat Italië bij een Si opgescheept zit met een democratisch systeem waarin autocratische regeringsleiders (zoals Berlusconi) vrij spel krijgen en waarin onvoldoende checks and balances zijn ingebouwd. Berlusconi (Forza Italia) zelf is ook tegen. Hij meent dat Renzi de wet teveel op maat van zijn eigen besognes heeft geboetseerd. Bersani vindt dat bij een No de PD moet verder regeren met zijn kleine coalitiepartners van Unione del Centro (UDC, voormalige christendemocraten) en Nuovo Centro Destra (NCD) en dat er een ander evenwichtiger hervormingsvoorstel moet komen. Ook Berlusconi verklaarde zich bereid bij een overwinning van No hierover opnieuw te onderhandelen en eist niet openlijk het aftreden van de regering-Renzi. In de regering-Renzi is Angelino Alfano de spreekbuis van NCD (in een vorig politiek leven rechterhand van Berlusconi) en minister van Binnenlandse Zaken. Hij is een vurig verdediger van de senaatshervorming, zoals ze voorligt en vindt dat de regering moet aanblijven, omdat er absoluut geen alternatief is. Een coalitie van Forza Italia, Lega Nord en Cinque Stelle maakt geen schijn van kans, meent hij. Door het referendum verliest de PD in de peilingen steeds meer aanhang aan Cinque Stelle en in mindere mate aan het radicaal-linkse Sinistra Italiana. In de meeste peilingen komt ze rond 30% uit en wordt op de hielen gezeten door Cinque Stelle. Een opdoffer van formaat kreeg de PD in de lokale verkiezingen van 5 juni, toen ze haar burgemeesterszetels in Rome en Turijn moest prijsgeven aan de jonge vrouwelijke Cinque Stelle-kandidaten Virginia Raggi en Chiara Appendino. De Vijfsterrenbeweging is een heterogene verzameling van veelal jonge anti-establishment-figuren die sterk appeleert aan de afkeer tegen de gevestigde Italiaanse particratie en de richtlijnen vanuit Europa bij het volk. In haar programma verdedigt ze een groener beleid, pleit ze voor e-democratie en draagt corruptiebestrijding en directe democratie hoog in het vaandel. Ze vindt (zoals de Noord-Europese piratenpartijen) de opdeling links/rechts voorbijgestreefd, maar nam onlangs ook een intern fel gecontesteerd anti-immigratie standpunt in. Ook de beslissing om in het Europees parlement in dezelfde fractie als het Britse Ukip van Nigel Farage te gaan zetelen stuitte intern op felle kritiek. De M5S hoopt de grootste politieke formatie van het land te worden bij de parlementsverkiezingen van 2018. Hun ondervoorzitter van de kamer Luigi Di Maio eist beschaafd dat Renzi bij een No aftreedt, 'zoals hij heeft beloofd'. Beppe Grillo zelf blijft de brulboei van dienst. Wordt het inderdaad een 'No' dan is het aan de president van de Republiek, Sergio Mattarella, om uit te maken hoe het verder moet. Hij kan vragen aan Renzi om aan te blijven en als die weigert iemand anders vragen om een regering samen te stellen (de ministers Padoan of Franceschini zijn veel geciteerde namen) die de overgangsperiode tot de parlementsverkiezingen van 2018 overbrugt. In het slechtste geval lukt ook dat niet en schrijft Mattarella vervroegde verkiezingen uit. Alarmbel rinkelt bij EU en ECBHet perspectief dat er een uitgesproken eurosceptische partij met weinig bestuurservaring als de Vijfsterrenbeweging de vervroegde verkiezingen wint, doet niet alleen in Italiaanse politieke kringen, maar ook aan de top van de Europese Unie enkele alarmbellen rinkelen. Cinque Stelle wil namelijk dat de Italianen zich in een referendum uitspreken of ze al dan niet in de euromuntzone willen blijven. Met de vorig jaar gestemde Italicum kan Cinque Stelle in de tweede ronde het pleit winnen en dankzij de bonus die ze opstrijkt de absolute meerderheid in het parlement binnenhalen. Daarom willen de meeste andere politieke partijen dat de bonus in de nieuwe kieswet zo snel mogelijk wordt teruggeschroefd. Misschien wordt dat wel het meest dringende wetgevende werk dat er bij een No-overwinning na het referendum moet gebeuren. Voor Duitsland en Frankrijk blijft de regering-Renzi daarom de beste garantie voor de stabiliteit van de Europese Unie en voor het voortbestaan van de euro. Renzi moet echter opboksen tegen het wijdverspreide gevoel dat zijn hervormingen vooral zijn ingegeven door Europa. In de aanloop naar het referendum van 4 december is de rente op tienjarig schuldpapier in Italië weer meer gestegen dan elders en schommelt ze nu rond 2%. Italië moet in 2017 meer dan 365 miljard euro aflopende obligaties en interesten terugbetalen. Daarvoor moet ze nieuwe obligatieleningen uitschrijven en als de rente blijft stijgen tegen stijgende kosten. Dat maakt de financiële markten er niet minder nerveus op. Met een bnp dat onder het niveau van het jaar 2000 ligt, hinkt de Italiaanse economie achterop in Europa. Renzi wilde daarom kost wat kost weer aanknopen met groei en hij lijkt daar voorlopig in te slagen. Vijf van de jongste zes kwartalen steeg het Italiaanse bnp weer. In 2015 was er een groei van 0,8% van het bnp, in 2016 wordt dat wellicht 1%. Met een verlaging van de vennootschapsbelasting van 27,5 naar 24% en bijkomende overheidsinvesteringen wil hij de economische groei verder aanzwengelen. De EU juicht zijn hervormingsijver toe en geeft hem krediet. Renzi eist in ruil wel een minder strak begrotingskeurslijf. Het begrotingsvoorstel dat zijn minister van Financiën Padoan bij Europa indiende heeft een tekort van 2,4% van het bnp, terwijl 1,8% de target was. Maar Renzi eist dat Europa rekening houdt met de bijkomende kosten voor de hulp aan de gebieden in Umbrië en Le Marche die in augustus door aardbevingen werden getroffen en voor de opvang van de 155.000 vluchtelingen die dit jaar op Italiaanse kusten zijn geland sinds de balkanroute werd afgesloten. Vooral over de vluchtelingenproblematiek gaat Renzi hevig tekeer tegen Europa. Hij vindt dat de bijdrage van Italië onevenredig groot is in het Europese vluchtelingenprobleem en dat Europa dus niet te moeilijk moet doen over zijn begroting. Bovendien weet hij dat ook die vluchtelingenstroom sowieso een niet te onderschatten rol zal spelen als de Italiaan kiest voor een foertstem bij het referendum. Renzi wordt hierin opgejaagd door het xenofobe Lega Nord, dat het falen van de Europese vluchtelingenpolitiek op de korrel neemt. Hun nieuwe leider Matteo Salvini speelt openlijk de anti-immigratie en anti-euro kaart. Salvini wil ook in Zuid-Italië doorbreken (want daar landen de vluchtelingen) en het Noord-Italiaans separatisme in de partijlijn afzwakken. Met die koers zit hij steeds meer op de lijn van het Front National van Marine Le Pen, het Vlaams Belang en Wilders' PVV waarmee hij een fractie deelt in het Europees Parlement. Salvini werpt zich overigens tot ongenoegen van Berlusconi op als de nieuwe kandidaat-premier voor een eventuele rechtse regering. Het referendum is ook bepalend voor de dringende sanering van de Italiaanse banksector, die twee jaar geleden slecht scoorde op de bankenstresstest. De Italiaanse banken kampen met zo'n 360 miljard euro 'sofferenze' of slechte kredieten, die slechts voor ongeveer 20% kunnen worden teruggevorderd, maar voorlopig nog niet voldoende zijn afgeschreven op de balansen van de banken. Volgens Bloomberg en de Financial Times komen 8 banken in de gevarenzone bij een 'No', waaronder de grootbank Monte dei Paschi di Siena en de middelgrote banken Banco Popolare de Vincenza, Veneto Banca en Carige . Bail-outs van banken, waarbij de overheid ze te hulp snelde met belastinggeld en die vaak redding brachten tijdens de eurocrisis, zijn door de Europese regels van de Bank Recovery and Resolution Directive alleen nog toegestaan, als er een 'bail-in' aan voorafgaat. Dat betekent dat de aandeel- en obligatiehouders van de bank en de spaarders met een tegoed boven 100.000 euro voor een deel moeten bijspringen om het kapitaal van de bank te versterken. De regering-Renzi wil daar echter niet van weten. Mede door een fiscaal gunstige behandeling hebben namelijk miljoenen Italiaanse spaarders ingetekend op bankobligaties als een soort van alternatief én hoogrentend spaarboekje. Bovendien weerhoudt de bail-in beleggers om deel te nemen aan de herkapitalisering van de banken, zo vrezen sommige bankiers. Maar Europa houdt voorlopig het been stijf. De Italiaanse regering denkt dat er 40 miljard nodig is om de kapitaalbuffer van de banken op te lappen. Het slechtst staat de Toscaanse bank Monte dei Paschi di Siena (MPS) ervoor. De bank wil 5 miljard vers kapitaal ophalen door en 28 miljard euro slechte kredieten afschrijven of herstructureren. Die herkapitalisering wordt in de hele banksector als een test beschouwd. Maandag konden de beleggers de prospectus inkijken voor het omzetten van obligaties in aandelen van de bank. Daarin ontdekten ze dat er tegen de bank ook nog eens8 miljard euro juridische claims lopen. Het aandeel MPS zakte nog eens 13%. Eind 2015 was het 123 euro waard, nu nog amper 17 euro. Als Renzi het referendum verliest komen de herstelplannen voor de bankensector in gevaar en mogen de Europese financiële markten zich aan turbulentie verwachten. Die zal heviger zijn naarmate de politieke stabiliteit in Italië wankeler wordt. Bij een No hangt dus veel af welke richting president Sergio Mattarella zijn land uitstuurt. Renzi van zijn kant kan er niet bij dat hij, na amper tweeënhalf jaar als premier, door zijn grootste belager, Cinque Stelle, vereenzelvigd wordt met een 'systeem' dat hij zo hard probeert te hervormen. Bij Beppe Grillo, niet vies van enig populisme, groeit het zelfvertrouwen met de dag en op zijn blog stelt hij geamuseerd vast dat Renzi er de jongste weken bijloopt als een 'gewonde zeug'. Niet echt fijnbesnaard, die Grillo.Frank Vandecaveye