Staat het Amerikaanse recht op abortus op het punt te vervallen?

Het Amerikaanse Hooggerechtshof in Washington DC, 29 november 2021. © Reuters
Eva Schram
Eva Schram Correspondent voor Knack.be in Noord-Amerika.

Het is een van de meest gekende en bediscussieerde uitspraken van het Amerikaanse Hooggerechtshof: met Roe v Wade uit 1973 garandeerde het Hof elke Amerikaan een recht op abortus. De uitspraak is sindsdien een heikel punt voor conservatieve Republikeinen, ook voor een aantal van de leden van het Hof. Staat Roe v Wade op springen?

Toen Donald Trump in 2016 werd verkozen, werd gevreesd voor wat nu staat te gebeuren: het terugdraaien van het federale recht op abortus, vastgelegd met de rechtelijke uitspraak in 1973 in de zaak Roe v Wade en in 1992 bekrachtigd in Planned Parenthood v Casey. Trump mocht als kersverse president namelijk een nieuw lid van het Hooggerechtshof aandragen, omdat Republikeins Senaatleider Mitch McConnell dat jaar had geweigerd de kandidaat van Barack Obama een hoorzitting en stemming te geven in de Senaat (een vereiste voor aanstelling).

Zo kwam Trump aan de macht met een lege stoel in het Hof. Hij nomineerde de conservatieve Neil Gorsuch. Een jaar later zette rechter Anthony Kennedy een punt achter zijn loopbaan en nomineerde Trump de omstreden Brett Kavanaugh, eveneens een conservatief van wie duidelijk was dat hij niet vond dat het recht op abortus een basisrecht was.

Ruth Bader Ginsburg

En in 2020, slechts een paar weken voor de presidentsverkiezingen, overleed de progressieve rechter en feministisch boegbeeld Ruth Bader Ginsburg. De Republikeinen hadden zich met de aanstelling van Kavanaugh al van een conservatieve meerderheid in het Hof (dat negen rechters telt) verzekerd. Maar na het overlijden van Bader Ginsburg werd niet getreuzeld en kwam Trump snel met de benoeming van Amy Coney Barrett, die in recordtempo door de Senaat werd bevestigd.

Van Gorsuch, Kavanaugh en Coney Barrett wordt verwacht dat ze bij een stemming over het in stand houden van het recht op abortus tegen zullen stemmen. Hetzelfde geldt voor Samuel Alito, Clarence Thomas, en voorzitter van het Hof John Roberts. De vraag is: hoe ver zullen ze gaan?

Mississippi

De zaak die nu voorligt, en waar woensdag voor het Hof een verhit debat over werd gevoerd, is een wet in de staat Mississippi die abortus verbiedt na vijftien weken. Volgens de uitspraken in Roe v Wade en Planned Parenthood v Casey hebben vrouwen recht op een abortus tot het moment dat de foetus buiten de baarmoeder levensvatbaar is – op dit moment ligt dat op 24 weken.

Maar gezien de vragen die de rechters, vooral voorzitter Roberts, woensdag stelden, verwachten experts dat die eis van levensvatbaarheid zal komen te vervallen. Het lijkt er volgens kenners op dat het Hof de wet in Mississippi in stand zal houden.

De vraag is of het Hof verder zal gaan en Roe v Wade helemaal nietig zal verklaren. In dat geval vervalt het federale recht op abortus en is het aan de staten zelf om abortus wel of niet toe te staan. In twintig (conservatieve) staten staan al wetten klaar die abortus gelijk verbieden of zijn nog wetten van kracht die door Roe v Wade niet afdwingbaar zijn, andere (progressieve) staten hebben juist wetten aangenomen die het recht op abortus ook buiten Roe v Wade om garanderen.

Alito liet woensdag al weten niets te zien in een middenoplossing (zoals het verbieden van abortus na vijftien weken) en zei dat ‘de enige opties die we echt hebben’ het ofwel bevestigen ofwel nietig verklaren van Roe v Wade zijn. Aangenomen wordt dat de conservatieve Thomas en Gorsuch het met die lezing eens zijn. Kavanaugh en Coney Barrett zouden mogelijk volgen, waarmee de beslissing valt. Wat voorzitter Roberts beslist, die meer op leek te hebben met het in stand houden van de wet in Mississippi maar niet aan Roe v Wade leek te willen toornen, doet er dan niet meer toe. Met de vijf meest conservatieve stemmen is het einde van Roe v Wade in zicht.

De uitspraak wordt echter pas in juni of juli volgend jaar verwacht. De meest opzienbare uitspraken worden doorgaans pas tegen het einde van het zittingsjaar van het Hof uitgebracht.

Partner Content