Pedro Sánchez en zijn sociaaldemocratische PSOE kwamen in juni 2018 in Spanje bij toeval aan de macht. Leiders van de rechtse regeringspartij Partido Popular (PP) werden veroordeeld voor corruptie, waarop premier Mariano Rajoy een vertrouwensstemming in het parlement verloor. De vraag was van het begin af aan hoelang Sánchez zou standhouden: met nauwelijks een kwart van het aantal parlementszetels was hij sterk afhankelijk van de steun van uiterst links en van regionale partijen in Baskenland en Catalonië. Vorige week weiger...

Pedro Sánchez en zijn sociaaldemocratische PSOE kwamen in juni 2018 in Spanje bij toeval aan de macht. Leiders van de rechtse regeringspartij Partido Popular (PP) werden veroordeeld voor corruptie, waarop premier Mariano Rajoy een vertrouwensstemming in het parlement verloor. De vraag was van het begin af aan hoelang Sánchez zou standhouden: met nauwelijks een kwart van het aantal parlementszetels was hij sterk afhankelijk van de steun van uiterst links en van regionale partijen in Baskenland en Catalonië. Vorige week weigerden Catalaanse nationalisten om zijn ontwerpbegroting te steunen en schreef Sánchez voor 28 april vervroegde verkiezingen uit. Sánchez hoopte dat een begroting met veel sociale accenten een platform kon zijn om na verkiezingen verder te besturen. Helaas voor hem werd er over die begroting gestemd precies in de week dat het proces begon tegen twaalf Catalaanse politici. Die werden na het ongrondwettelijke referendum over Catalaanse onafhankelijkheid eind 2017 opgepakt en beschuldigd van rebellie en misbruik van overheidsgeld. Een puur politiek proces, zeggen de Catalanen. Het gaat niet om hun ideeën, houden de aanklagers vol, maar om wat ze hebben gedaan. Sánchez ging anders met de Catalanen om dan Rajoy voor hem. Hij sprak over meer autonomie en meer geld uit Madrid. Maar met de grondwet in de hand kon of wilde hij geen nieuw - dit keer legaal - referendum over onafhankelijkheid beloven. Hij kon evenmin garanderen dat het proces tegen de gevangen nationalisten werd stopgezet. Hij stond bovendien onder grote druk van de rechtse partijen en van een groot deel van de publieke opinie in Spanje, die niet van de regionale ambities van Catalonië wil weten - wat overigens ook geldt voor goed de helft van de Catalanen zelf. Zijn PSOE verloor onlangs zwaar bij regionale verkiezingen in Andalusië, waar de PP nu bestuurt in een coalitie met de liberale partij Ciudadanos en met de steun van de extreemrechtse partij Vox. Peilingen voorspellen dan wel dat de PSOE als de grootste partij uit de stembus komt, maar bijlange niet groot genoeg om een regering te vormen. Er wordt mee gerekend dat de Andalusische coalitie het straks ook in Madrid voor het zeggen krijgt. Het zou Europese liberalen als Guy Verhofstadt met het oog op de Europese verkiezingen in mei slecht uitkomen als Ciudadanos daar nog een keer de steun van Vox accepteert. Maar het is vooral een raadsel waarom de Catalaanse nationalisten Sánchez niet meer tijd gaven. Ze weten perfect wat ze van rechts Spanje mogen verwachten. Helemaal niets.