Salman Rushdie: de schrijver die geen symbool, maar vooral een schrijver wil zijn

Salman Rushdie in 2018. © Reuters

De Brits-Indiase schrijver Salman Rushdie is vrijdag neergestoken vlak voor hij een lezing zou geven in het Chautauqua Institution in de Amerikaanse staat New York. De 75-jarige auteur werd naar het ziekenhuis overgebracht en is nog in leven, bevestigde gouverneur Kathy Hochul. De dader is meteen ingerekend, maar over zijn motief is nog niets bekend. Al meer dan 33 jaar hangt Rushdie een fatwa, een soort terdoodveroordeling boven het hoofd, voor zijn controversiële roman ‘De Duivelsverzen’. Toch wil hij geen symbool, maar vooral een schrijver zijn. ‘Mijn probleem is dat mensen me blijven zien door het unieke prisma van de fatwa’, liet hij eerder optekenen.

Ahmed Salman Rushdie zag in 1947 het levenslicht in het toenmalige Bombay in India, een Britse kolonie, als zoon van een welgestelde islamitische zakenman. Hij behaalde zijn masterdiploma in geschiedenis aan de Universiteit van Cambridge in 1968. Hij ging aan de slag als televisieproducent in Pakistan, maar keerde terug naar het Verenigd Koninkrijk om de kost te verdienen in de reclamebusiness in Londen. 

Zijn eerste roman, ‘Grimus’, verscheen in 1975. ‘Midnight’s Children’ volgde in 1981: de fabel over India werd een onverwacht succes bij literaire critici en het grote publiek en leverde hem internationale bekendheid op. Het werd in 1985 in het Nederlands vertaald als ‘Middernachtskinderen’.

Rushdie schreef tevens het scenario voor de verfilming door regisseur Deepa Mehta, die in 2012 uitkwam.  Later volgden de roman ‘Shame’ in 1983 (vertaald als ‘Schaamte’ in 1984), het reisverslag ‘The Jaguar Smile. A Nicaraguan Journey’ in 1987 (‘De glimlach van een jaguar. Een reis naar Nicaragua’) en de roman ‘The Satanic Verses’ in 1988 (vertaald als ‘De Duivelsverzen’ in 1989).

Die laatste is een magisch-realistische en postmoderne roman over de ontworteling van de Indiërs Saladin en Djibriel in het Verenigd Koninkrijk onder premier Margaret Thatcher.  Maar bepaalde delen van de roman, vooral de droombeelden over de tijd waarin de profeet Mohammed leefde, vielen bij moslims niet in goede aarde.

Zo verwijst de titel naar twee verzen die de profeet Mohammed uit de Koran zou verwijderd hebben, omdat ze door de duivel ingefluisterd zouden zijn. Bovendien kregen twee prostituees in de roman de naam van de echtgenotes van de profeet. India deed het boek in de ban al in het najaar van 1988, net als Saoedi-Arabië, Soedan, Qatar, Indonesië, Somalië en Zuid-Afrika. Mensen trokken de straat op om tegen de roman en de auteur te protesteren. De Britse ambassade in de Iraanse hoofdstad Teheran werd met stenen bekogeld. Sommige leiders van de islamitische gemeenschap in het Verenigd Koninkrijk deden de roman af als blasfemie.

Op 14 februari veroordeelde de Iraanse ayatollah Ruhollah Khomeini ‘De Duivelsverzen’.  De ayatollah sprak een zogenaamde fatwa uit tegen Rushdie: wie hem om het leven bracht, zou beloond worden. Het protest tegen ‘De Duivelsverzen’ en tegen Rushdie werd heviger: in India en Pakistan vielen doden, in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten werden boekhandels aangevallen. Scotland Yard, de politie van Londen, nam de auteur en zijn toenmalige echtgenote in bescherming.

Rushdie hield vol dat zijn roman verkeerd begrepen werd: het geloof van de hoofdpersonages zou maar één aspect van hun leven zijn. Toch sprak hij zijn spijt uit voor het leed dat hij bij moslims veroorzaakt had, maar de ayatollah hield voet bij stuk. 

Het boek werd desondanks een bestseller. Schrijvers en intellectuelen namen het op voor de auteur en zijn recht op vrije meningsuiting. De diplomatieke banden tussen het Verenigd Koninkrijk en Iran werden tijdelijk doorgeknipt. De landen van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) steunden het protest tegen de islamitische reactie: allen haalden ze tijdelijk hun ambassadeurs weg uit Teheran.

In 1998 besloot de Iraanse regering onder president Mohammad Khatami de fatwa tegen Rushdie niet langer te steunen. Maar de fatwa bleef bestaan: ayatollah Ali Khamenei noemt de auteur nog steeds een afvallige.

Ondanks de doodsbedreigingen, bleef Rushdie schrijven. Het kinderboek ‘Haroun and the Sea of Stories’ (‘Haroen en de zee van verhalen’, 1990), de essaybundel ‘Imaginary Homelands.Essays and criticism 1981-1991’ (‘Vaderland in de verbeelding’, 1991), de verhalenbundel ‘East, West’ (‘Oost, West’, 1994) en de roman ‘The Moor’s Last Sigh’ (‘De laatste zucht van de Moor’, 1995) volgden aan een hoog tempo. 

Sinds 2000 woont Rushdie in de Verenigde Staten. Van 2004 tot 2006 was hij voorzitter van het toenmalige PEN American Center, de Amerikaanse tak van PEN International, de organisatie die zich inzet voor vrije meningsuiting van auteurs. Hij heeft nog tien boeken gepubliceerd, van romans over kinderboeken tot essaybundels.

In zijn memoires ‘Joseph Anton’ uit 2012 vertelt hij over de tien jaar dat hij ondergedoken leefde: de titel verwijst naar zijn schuilnaam, een samentrekking van de namen van zijn lievelingsschrijvers Joseph Conrad en Anton Tsjechov. De bundel ‘Languages of Truth: Essays 2003-2021’ is voorlopig zijn laatste wapenfeit.

Het literaire werk van Rushdie is meermaals bekroond. Zo nam hij in 1981 de Booker Prize in ontvangst voor ‘Midernachtskinderen’. Voor ‘De Duivelsverzen’ kreeg hij de prestigieuze Britse Whitbreadprijs. In 1993 en 2008 volgden respectievelijk de Booker of Bookers en de Best of the Booker voor ‘Middernachtskinderen’, publieksprijzen ter ere van de 25e en 40e verjaardag van de Booker Prize. In 2007 werd hij geridderd door de Britse koningin Elizabeth II, wat op kritiek kwam te staan door de Iraanse regering en het Pakistaanse parlement.

De mesaanval op Rushdie vrijdag herinnert aan eerder geweld op zijn literaire entourage. In juli 1991 werd de Japanse vertaler van ‘De Duivelsverzen’ op gelijkaardige manier aangevallen in Tokio. Hitoshi Igarashi werd voor zijn kantoor neergestoken in het universiteitsgebouw in Tsukuba en overleed. Eerder die maand werd de Italiaanse vertaler Ettore Capriolo neergestoken in zijn woning in Milaan, maar hij overleefde de mesaanval. Ook de Noorse uitgever raakte gewond. Bij een aangestoken brand in een Turks hotel kwamen 37 mensen om het leven, maar de Turkse vertaler wist te ontsnappen.

Rushdie is vier keer getrouwd. Zijn laatste huwelijk strandde in 2007. Hij heeft twee kinderen.

‘Wankelen van afschuw’

PEN America ‘wankelt van schok en afschuw’ na de mesaanval op de Brits-Indiase auteur Salman Rushdie. Dat meldt de organisatie vrijdag bij monde van CEO Suzanne Nossel op Twitter. Ook PEN Vlaanderen meldt ‘bijzonder geschokt’ te zijn. Rushdie werd eerder op de dag neergestoken vlak voor een lezing die hij zou geven in het Chautauqua Institution in de Amerikaanse staat New York.

Met meer dan 7.000 leden is PEN America de grootste van de meer dan honderd afdelingen van PEN International. De wereldwijde organisatie komt op voor het recht op vrije meningsuiting voor schrijvers. Rushdie was van 2004 tot 2006 voorzitter van PEN America, dat toen nog PEN American Center heette. ‘We kunnen niet meteen een incident bedenken dat vergelijkbaar is met de publieke gewelddadige aanval op een literaire schrijver op Amerikaanse bodem’, vervolgt Nossel op Twitter.

Nossel geeft aan dat Rushdie door zijn woorden al tientallen jaren een doelwit is, maar dat hij nooit ’terugdeinsde of wankelde’.  En hoewel het motief van de dader nog niet bekend is, meent PEN America dat ‘degenen die over de hele wereld woorden beantwoord hebben met geweld of daartoe hebben opgeroepen’ schuldig zijn voor ‘het legitimeren van deze aanval op een schrijver terwijl hij zijn essentiële werk, contact maken met de lezers, uitvoerde.’ 

De organisatie wenst de auteur een spoedig herstel toe. ‘We hopen en geloven vurig dat zijn essentiële stem niet tot zwijgen kan en zal worden gebracht’, klinkt het nog.

Partner Content